<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Concertuitvoering van Luisa Miller Schitterende solisten in onbekende Verdi-opera</title>
	<p>Door THEO MULLER</p>
	<p>Concert: Luisa Miller van Verdi. Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor en solisten o.l.v. Roberto Benzi. Gehoord 22/9 in Concertgebouw, Amsterdam. Rechtstreekse radio-uitzending door de VARA.</p>
	<p>De VARA opende haar matineeseizoen zaterdag met het eerste concert in een nieuwe serie, die zelden op de planken gebrachte opera&apos;s in concertvorm aanbiedt. Verdi&apos;s Luisa Miller , Eine Florentinische Tragödie van Zemlinsky, Mozarts jeugdwerk Lucio 1 Silla, Thaïs van Massenet en Chovansjtsjina van Moessorgski beleven dit seizoen de eer van een eenmalige uitvoering. Over het waarom van hun geringe populariteit kan iedereen zich bij die gelegenheid zelf een oordeel vormen. Ligt de oorzaak niet bij de muziek die te weinig dramatische trekken of memorabele meezingers bevat, dan is vaak wel het gegeven te simpel, te ingewikkeld of te ongerijmd. Vooral in die gevallen waar een slecht libretto de opera de das om heeft gedaan, is een concertuitvoering niet meer dan een daad van rechtvaardigheid jegens de componist, die zich weliswaar aan een ongeschikt tekstboek heeft vastgeklampt maar er toch maar fraaie muziek bij heeft geschreven. Verdi&apos;s Luisa Miller behoort niet zonder meer tot die laatste categorie. De door zijn librettist Cammarano gemaakte bewerking van Schillers drama Kabale und Liebe mag een paar zwakheden vertonen, over het geheel speelt het verhaal van de eenvoudige Luisa en de adellijke Rodolfo die elkaar beminnen maar na een reeks intriges de dood in worden gedreven zich langs lijnen van begrijpelijkheid af. Dat de rivale Federica in haar ambivalente houding tegenover Luisa een dubieuze figuur is zal niemand ontkennen,</p>
	<p>maar de twee gelieven, hun vaders en de schurk Wurm vormen als hoofdpersonen een vrij aannemelijk vijftal. Voorver er iets &apos;mis&apos; is met Luisa Miller, dan toch met de muziek, althans met een deel daarvan. Of liever: met de tweeslachtigheid van de gebezigde stijl. Verdi schreef zijn opera in 1849, aan het eind van zijn minder sterke middenperiode. In veel instrumentale gedeelten, recitatieven en ensembles en in de uitbeelding van Luisa is al een nieuw streven naar psychologische verdieping hoorbaar, in de meeste aria&apos;s daarentegen blijft de karaktertekening ondergeschikt aan de neiging om prettige belcantodeunen in Be11 ini-traditie te schrijven. Het Napolitaanse publiek zat erop te wachten en ook de liefhebbers die zaterdag het Amsterdamse Concertgebouw vulden bleken ermee ingenomen, maar wie de tekst volgt staat vaak verbijsterd van het verschil tussen woord en muziek. Zonder toneelbeeld valt dat verschil minder op en doet het misschien ook niet ter zake. Voor een regisseur zou het evenwel een hele klus zijn om de dramatisch verantwoorde recitatieven en ensembles (opera) met het gegalm en gekwinkeleer in de ariai&apos;s (concert) tot een logisch en overtuigend geheel te verbinden. Tenor De onder leiding van Roberto Benzi gegeven uitvoering van Louisa Miller klonk als een klok maar maakte tevens duidelijk dat een uitvoering in concertvorm het beste is dat deze opera te beurt kan vallen. Niet afgeleid door een onvermijdelijk halfslachtige regie genoot het publiek van een aantal schitterende stemmen. Piero Visconti liet als Rodolfo een tenor van in Nederland onbekende kwaliteit horen: kernachtig, beheerst, allerminst geknepen, intens maar zonder gesnik in het fameuze Quando Ie sere. De Roemeense Mariana Nicolesco (Luisa) maakte, hoewel amper articulerend, indruk met haar heldere penetrante stemgeluid en gave techniek. Laat haar neiging om hoge noten stuk voor stuk aan te zetten een beetje maniëristisch zijn, in La tomba beheerste zij zich mooi waardoor de aria iets minder wuft en spottend klonk</p>
	<p>dan Verdi&apos;s onnaspeurlijke bedoeling moet zijn geweest. Kolos Kovats zong met zijn mooie maar ietwat monotone en kelige bas een te goeige graaf Walter. Meer doortraptheid wist Lieuwe Visser uit te stralen als de rentmeester Wurm. Sylvia Schluter die als Federica haar entree maakt op een lichtzinnig draaiorgelwijsje (fluiten) en meteen maar begint te jodelen op het woord fortuna , kreeg bij haar latere ontmoeting met Luisa de gelegenheid iets menselijkers te laten horen. Luigi de Corato (vader Miller) imponeerde met een bijzonder sonore donkere bariton. Groot Omroepkoor en Radio Filharmonisch (prachtige klarinetsoli) reageerden professioneel op deaanwijzingen van een exact en energiek dirigerende Benzi. Het uitbundig klappende en roepende publiek zorgde na afloop en met talloze open doekjes tussendoor voor de ware operasfeer.</p>
</text>