<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
<title>Vlotte Schwarzwaldmadel</title>
<p>Studio &apos;65 bracht gisteravond:</p>
<p>ENSCHEDE. — De Duitse componist Leon Jessel heeft in zijn leven een hele reeks operettes geschreven, maar één ervan heeft tot op de huidige dag repertoire gehouden. Gisteravond werd deze operette „Schwarzwaldmadel” door Studio ’65 in de Twentse Schouwburg opgevoerd. Een over het geheel genomen vlotte uitvoering, die na een eerst even wat moeizaam begin, toch vrij spoedig op toeren kwam.</p>
<p>Caeciliafeest De historie speelt zich af in een klein plaatsje in het Schwarzwald, waar de hele bevolking deelneemt aan het jaarlijkse feest van de heilige Caecilia. Domkapelmeester Romer, die met zijn koor ’n ode aan St. Caecillia instudeert, hoort in zijn gedachten hoe de melodieën van deze ode zich transformeren tot een aantrekkelijke wals, die later het muzikale middelpunt van de handeling zal worden. Bezoekers uit den vreemde komen naar St. Cristoph en zullen daar allerhande verwikkelingen veroorzaken, d.ie echter, zoals dat een goede operette betaamt, tot aller bevrediging zullen worden opgelost. Alleen de domkapelmeester blijft teleurgesteld en eenzaam achter. Het is een leuke operette, de tekst van Neidhart is vlot geschreven, vol geestige invallen en de muziek van Jessel is melodieus en bijzonder plezierig om naar te luisteren. Het Twents Begeleidings Orkest, dat hier onder leiding stond van Rinus Luttikhuis, heeft zich zonder twijfel uitstekend van zijn taak gekweten. Het legde vaak een mooi gekleurde ondergrond onder de zang Dat de overgangen hier en daar minder gelukkig uitvielen, laat zich begrijpen, wanneer men weet dat deze partituur bijzonder moeilijk is, vooral wat de verzorging van de technische details aangaat. En dat bij deze eerste uitvoering tussen het podium en de orkestbak nog niet I altijd alles helemaal synchroon verliep, mag rustig op rekening van de „première-zenuwen” geschreven worden. ZWAKKE REGIE Naar onze mening lag het zwakke punt in deze uitvoering bij de regie. Er was een duidelijk gebrek aan leiding en overwicht te constateren, waardoor enerzijds enkele acteurs onvoldoende ruggesteun kregen en anderzijds ook verschillende mogelijkheden uit de tekst niet genoegzaam^ werden uitgebuit en aan belangrijke details onvoldoende aandacht werd geschonken. Hiervan werden in eerste instantie Bouke Sabel als de domkapelmeester Romer en Bep Vlutters als de waard min o 1 meer de dupe. De eerste omdat hier de figuur van Romer niet voldoende sterk werd getypeerd en de laatste omdat de mogelijkheden tot sterker komische effecten zonder overchargering niet voldoende werden benut. Ginie Huis en ’t Veld als Barbele, Marijke Greven als Lorle en Elly ter Horst als Malwine vormden tezamen met Frans Fiselier en Robert Bruins als Hans en Riohard het kwintet, dat nu de hele handeling droeg. Zowel wat de zang als wat het spel betreft hebben zij zich uitstekend van hun taak gekweten, ook al zouden wij van Malwine nog graag een wat natuurlijker optreden hebben gezien. De kleinere rollen werden hier door Willy Traanman, Jan Siers en John Joosten alleszins verdienstelijk verzorgd. Albert Bonthuis had veel succes met zijn komische interpretatie van</p>
<p>de rol van de Amerikaanse toerist Darton. Waarom men hier de figuur Schmuszheim uit de oorspronkelijke versie vervangen had door een Amerikaan is ons onduidelijk. In feite betekende dit zeker geen verbetering. Manny Lansink tenslotte speelde de rol van de oude Traudel zeer verdienstelijk. Het grote koor, waarvan ook het Beckumse kinderkoor deeluitmaakte, zong zeer goed en nam vaak ook daadwerkelijk deel aan dë handeling. Hoewel in de oorspronkelijke versie geen balletten voorkomen, had men hier toch een klein balletje ingelast, dat werd ingestudeerd door Janine van Haagen. Veel open doekjes en een hartëlijk apnlaus aan het einde van&apos; dé voorstelling vielen de uitvoerenden ten deel van de kant van het zeer talrijke publiek. Vanavond volgt een tweede voorstelling.</p>
<p>Een scène uit Schwarzwaldmadel, met op de voorgrond A. Bonthuis als Amerikaan en linksachter B. Sabel als Domkapelmeister.</p>
</text>