<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
<title>Ook Studio ’65 bracht Die Czardasfürstin</title>
<p>ENSCHEDE. — Die Czardasfürstin waart nog steeds in Twente rond. Vorige week was het een amateurgezelschap in Hengelo dat zijn achterban met een vlotte vertolking van Emmerich Kal-</p>
<p>nan’s fascinerende operette enkele uren aangenaam bezighield, nu was het in Enschede het Operettegezelschap Studio ’65 dat donderdagavond in de Twentse Schouwburg de eerste van een drietal voorstellingen van dit werk over het voetlicht bracht. Het is waaraohtig niet gemakkelijk den vol&apos;ke dit werk te presenteren. Het vraagt van de leiding feelinig voor het specifieke Hongaarse element in de muziek</p>
<p>en een explosief temperament en aan de andere kant, wat de dramatisdhe activiteiten betreft charme, gevoel voor juiste verhoudingen tussen humor &apos; en ernst of zo men wil, tussen humor en wijsheid. , Wat het eerste betreft had men in Rinus L/uttikhuis een muzikale leider gevonden die zeker niet ongevoelig voor dit Hongaars element is en die bovendien de partituur met de nodige voortvarendheid afwikkelt. Het Twents Begeleid in esorkest , (voortgekomen uit de T.O.V.), dat gelukkig geen gebruik maakte vaii - een piano, maar een harp in zijn rijen had opgenomen, kweet zich over het algemeen goed van zijn begeleidende taak. De oneffenheden die er deze avond nog in het onderlinge samenspel en ook in de samenwerking met‘ de ..Bühne” bestonden, zullen hoogstwaarschijnlijk in de komende uitvoeringen wel worden geëlimineerd. Nu al heeft het orkest vaak een goede illustratieve ondersteuning van het toneelspel</p>
<p>gegeven. Gekunsteld Met het toneelspel zelf vlotte het op enkele punten nog niet helemaal, wat naar ons idee voor een goed deel op het conto van de regie moet worden gesonoven. Het begon direct al toen het dflek voor het eerst opgehaald werd voor een scène in het cabaret Oprheum, waaT men dan een hele troep mensen ziet zitten te zitten en quasi vrolijk te doen, terwijl er ook nog paren dansen op de maat van niet aanwezige muziek. En even later, bij het bekende succesnummer ,,die Madis vom Chantant”, zien we een zo gekunsteld en zo weinig elegant optreden van een reeks „Lebemanner” en ,,girls”, dat we ons afvragen of hier überhaupt veel aandacht aan geschonken is. En dan nog even een opmerking, die heel gauw vernoipen kan worden: wanneer er de hele</p>
<p>tvcui WUi ucu. waumvvi avond gezeuld is met koffers om op reis te gaan, dan lijkt het toch op zijn minst waarschijnlijk dat wanneer men eindelijk weggaat, die kaffers méégenomen worden. En zo waren er meer kleinigheden. Wanneer alle gasten ïii Irak 11 verschijnen ligt het toch voor de I hand dat ook de hoofclpersoon in rok optreedt. Wil men hem echter | ir, een uitzonderingspositie plaatsen en hem in smoking laten verschijnen, dan behoort bij die zwarte smoking ook een zwart vlindertje en geen wit. Overtuigend</p>
<p>Ria Huizinga zette de titelrol avertuigend op de planken. Haar stem is weliswaar niet al te sterk maar, niettemin heeft zij zich vocaal zeer goed van heer taak gekweten. Haar tegenspeler Frans Fiselier als Edwin Ronald, bleef de hele avond wat eenvormig en hoekig in zijn bewegingen, terwijl zijn zang, ondanks de geringe spreiding in zijn stembereik toch red&apos;elijik voldeed. Naar ons idee trok Jan NI]hof de Boni-fifjuur wel een beetje teveel in de kolderieke hoek, waarbij wij echter onmiddellijk moeten toegeven dat hij de verschillende taferelen .door zijn vlotte optreden zeer verlevendigde. In Fenna Damsté als Gravin Stasi vond hij een uitstekende tegenspeelster. Hein Koersihuis benaderde de figuur Feri nog niet helemaal de combinatie Lebe-</p>
<p>mann-Wijsgeer kwam daarin nu nog niet helemaal tot haar recht. Wat Claes Broerse, Nanny Lansink en Jos Broening, respectievelijk als Vorst Leopold Maria, zijn vrouw Anhild.e en notaris Kiss, betreft, hier hadden voor de regie aanmerkelijk meer mogelijkheden gelegen, dan er nu werden benut. Wat de huwelijksactiviteiten van de laatste netreft, was vrijwel niets waar te nemen. De decors en de costumermg droegen heel veel bij tot het</p>
<p>visuele facet, dat Dij een opereite-uitvoering zo belangrijk is. Er waren enkele balletjes ingelast, waarvan het eerste, en qua uitvoering het eenvoudigste, het beste uit de verf kwam. Het vrij omvangrijke koor zong goed, nog niet altijd helemaal zuiver en volstrekt synchroon met het orkest, maar met een beetje meer aandacht voor de dirigent zal dit de komende dagen wel verbeteren. . . . De uitvoering werd door de vele toeschouwers met enthousiasme ontvangen. Er waren talrijke open doekjes en aan het einde van de voorstelling een langdurig applaus. En daarna waren er ais gebruikelijk weer vele bloemen.</p>
</text>