<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Kunst en Letteren. Schouwburg Odeon.</title>
	<p>Operette-gezelschap Fritz Hirsch: „Der Vetter aus Batavia&quot;, operette in 3 Akten van Eduard Künneke. De operette-periode is een afgesloten tijdperk, waaraan niets meer toe te voegen is. Het genre heeft gebloeid met de werken van Offenbach, Oscar Strauss, Franz Lehar, Jean Gilbert, Leo Fall, en wat daarna kwam, was geen winst meer. Het publiek heeft beslist. Wanneer een der „classieken&quot; wordt gegeven, „Walzertraum&quot; „Dollarprinzossin&quot;, dan lcopt het vol. Men wil het nog eens wéér zien of de jongsten willen kennen, wat ons</p>
	<p>voor vijftien jaren zoo t bekoorde. Om het nieuwe komt men niet. Dat is wel jammer voor dezen „Vetter&quot;, wiens geschiedenis niet veel om het lijf heeft, maar aardig is de aankleeding en lj e f zijn de melodieën. „Ich bin nur ein armer Wandergesell&quot; en het lied in den maneschijn, waarvan &apos;t motief telkens weer terugkeert is prettige muziek, beter dan veel van het maatwerk der nadagen. Dat de muziek we*» eens hoofdzaak is bij deze operette, verdient vermelding. Zij wordt verdienstelijk gezongen &apos;.oor Friedel Dotza, die nog wel wat krachtiger kan worden, maar die acteert, zingt en handelt alsof zij routine heeft van een jarenlange carrière. Hoe geestig, fijn en elegant is alles wat zij doet! Paul Harden staat haar flink bij, en&apos;al heeft zijn stem minder omvang dai in dit genre noodig is, tcoh voldoet hij. Margot de Vautière is een nieuwelinge, die zich goed aansluit in het milieu, meer door leen - dige actie dan door zang. Fritz Hirsch maakt9 weer een zeer vermakelijken niais. Walter Triebei een bonffen, nooit verlegen om een grap, zooala die a 1&apos; improviste van den „ab-und zunehmeaden Mond&quot;, Jula Rillo had evenals Eugen Koltai een kleinere rol en Arthur Engens zoowel als Manfred Laske selfs zwijgende rollen. Zij maakten er overigens veel van. Het tooneel was w?er uiterst verzorgd, de costumes eveneens, en het orkest werd door den heer Willi Libiszowski met „Sohwung&quot; geleid. Met Batavia heeft de operette niet veel uit te staan. Het blijspel van Hermann Halier en Rideamus. waarnaar zij bewerkt is, heet „Der Vetter aus Dingsda&quot; en Batavia ia ver&apos; moedelijk evenals Schloss de Weert een variant ter wille van ons, en ook de fantastische Zuidzee-eilanden-nachtmerrie in het tweede bedrijf, waar allen opeens schorsschorten dragen, en Nieuw-Guineesch wapentuig en een aap in den tuinparasol klimt. Sfeer was er echter in het tooverpaleis bij maneschijn in het eerste bedrijf, in de tuinscènes. Luidruchtig is er geklapt telkens na de bedrijven en aan &apos;t slot, voor de uitvoerenden zoowel als voor den regisseur Frife Hirsch den dansleider Eugen Koltai ils voor de muzikale leiding. Jan Kiepura, Uit Kattowitz wordt gemeld, d&amp;t d 0 bekende Poolsche tenor Jan Kiepura, die in een auto onderweg was naar Warschau, verle-l den Zondag bij een ongeval vrij ernstig aac het hoofd is gewond. Een Rembrandt? Dezer dagen werd te Delft sensatie ver-1 oorzaakt door het bericht, dat aldaar een Rembrandt ontdekt zou zijn. In 1909 kocht de he^r J. H. A. Duywtween bekend verzamelaar van antiquiteit! bij een antiquair te Breda een oud schilder&apos;;! voorstellende &apos;n rabbi, waarvan de uitdruk;! king van het gelaat hem zeer frappeerde. Bil besloot het schilderij te laten schoonmaken Bij zijn werkzaamheden werd de daartoe W-m gezochte schilder, getroffen door de zmm zame schoonheid van het schilderij, meer en meer tot haar recht kwam. Ook d&apos;l kleuren werden helderder en er vertooooj zich een gouden ondertoon. Toen iew- : meende de restaurateur, dat het schild# 1 een Rembrandt was, tot ook de haudteek^i ning zichtbaar werd De letters R E M en c uitgang D T alsmede het woord „fac&quot; fer toonden zich en tot groote verbazing de restaurateur tot de ontdekking, dat Uj Rembrandt onderhanden moest hebben. 1 De eigenaar wendde zich met het doek dr. Bredius, die onmiddellijk verklaarde, de handteekening valsoh was. Volgens mededeelingen van dezen deskundige &apos; naa I het schilderij den indruk een zeer goede ƒ | pie te zijn van een origineel, dat te Londf-H is. , Jl De heer J. H. A. Duynstee heeft zich ■ reid verklaard, het schilderij eenigen tijd in het gemeen te-museum te P e | ter bezichtiging te stellen.</p>
</text>