<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
<title>Een suksesvolle uitvoering van Brabantse Operette Spelers</title>
<p>„Der JVildschutz”</p>
<p>Wjj weten uit het verleden, dat de Brabantse Operette Spelers er niet voor terugschrikken, een werk op het repertoire te nemen, dat hoge eisen stelt aan de uitvoerenden. Ook gisterenavond werd hiervan in de Stadsschouwburg een bewijs geleverd door de uitvoering van de komische Opera „Der Wildschütz” van Albert Lorzing (1801-1851) de componist van diverse Opera’s, die wij nagenoeg alle kunnen rangschikken onder het „lichtere” soort en waarvan de meest bekende zijn: Zar und Zimmermann, Undine en Oer Waffenschmied . De beste van deze vier is zonder twijfeld „Der Wildschütz” waar voor Lorzing behalve de muziek ook het libretto leverde naar een klucht van Kotzebue. De volle zaal van de Stadsschouwburg heeft ook gisterenivond kunnen genieten van een (oed verzorgde uitvoering van leze niet gemakkelijke opera, waarvan het meest opvallende was, dat het voorbehoud dat wij lier en daar moeten maken nu ïens niet zat in het kleinere werk lat niet altijd even vlot verliep. Het orkest dat blijkbaar indiviiueel uit goede misici bestond, leed het als geheel minder goed, mornamelijk tengevolge aan ge&gt;rek aan contact tussen orkest&gt;ak en podium, een normaal verchijnsel overigens bij de samenverking tussen een amateurgeelschap en een beroepsorkest. Iet is nu eenmaal niet mogelijk</p>
<p>om een werk zoals „Der Wild- ! schütz” ongeschonden over het voetlicht te brengen, nadat men slechts een of hoogstens twee maal de gelegenheid heeft gehad met het orkest te repeteren. Een gevolg hiervan was, dit telkens als het gezelschap in touw kwam, de samenwerking nogal eens in het gedrang kwam en het : hier en daar bedenkelijk rammelde. Wij moeten hieraan onmiddellijk toevoegen dat onze aanvankelijke vrees (het begin was vrij zwak) totaal van de tafel ge- 1 veegd werd, naarmate de uitvoe- i ring vorderde, door een dermate groot aantal hoogtepunten en i subliem gebrachte momenten, dat 1 wij resumerende niet anders kunnen spreken dan van een uitste- &apos; kend geslaagde uitvoering, waar- : mede de Brabantse Operette Spe- : Iers hun goede naam op dit ge- ; bied nog eens dik onderstreept ’ hebben. De eerste solisten die : aan bod kwamen, waren Anton Wilke (Baculüs, schoolmeester) I en Nelly Rijkers (Gretchen, zijn bruid) die nu niet direct het i sterkste duo van het geheel 1 vormden. Het duet: ABCD, der ’ Junggesellenstand thut weh, was 1 tamelijk zwak, voornamelijk ten- : gevolge van de technische moei- 1 lijkheden in de muzikale inter- 1 pretatie die men nu eenmaal niet &apos; vermocht te overwinnen. Ook het 1 duet dat hierop volgde was niet geheel vlekkeloos en droeg de 1 sporen van „Bühnenfieber”. Bei- s den ontpopten zich overigens in 1 de loop van de avond als ver- 1 dienstelijke operettekrachten. 1 Met het opkomen van Jeanne \ Wijnants deed tevens de echte operettesfeer zijn intrede. Zij gaf a haar visitekaartje af in het entreelied: Auf des Lebens raschen Wogen en beweest meteen, uit het goede operettehout te zijn gesneden. Zij mag dan mogelijk niet voor honderd procent beantwoorden aan de eisen die Lorzing aan deze rol heeft gesteld (dit moet een coloratuur-sopraan zijn) zowel haar spel als haar zang beweegt zich op een dergelijk hoog niveau dat men niet anfiers dan met bewondering naar J fieze soliste kan kijken en luisteren. Zij zorgde individueel zowel als met haar partner Rinus Hesselberth voor zoveel muzikaal ïenot, dat men deze kleine tekort- o keuring gaarne over het hoofd a riet. Met veel plezier overigens, u constateerden wij, dat de vroeger c hij haar wel een gesignaleerde b lelijke glissando’s deze keer ach- s terwege bleven waardoor haar I jrestatie beduidend in waarde v steeg. Een soliste waarnaar wij g steeds opnieuw gaarne zullen w uisteren. Rinus Heeselberth was E :en waardig tegenspeler die in ei nenig beroepsensemble een goed o iguur zou slaan. Zowel in zang ti ris in het acteren een kracht die n :lke opera of operette tot een e</p>
<p>succes kan maken. Het duo Wijnants—Hesselberth sorgde voor menig hogstaand moment. Johan van dei Griendt als Sraaf von Eberbach beschikt over een goede stem die hij paart lan voldoende capaciteiten als speler, al is dit niet zijn sterkste rijde. Al met al een acteur die er zijn mag en voor zijn creatie een dikke voldoende. Mevrouw Claasen-Aarts als de dra vin, iets minder als zangeres, oleek uitermate geschikt voor deze rol, die het hoofdzakelijk noet krijgen van het dweepziek declameren van Griekse schrijvers. De wijze waarop zij dit deed was oorzaak van menig lachsalvo, waarmede de rol volkomen lan zijn doel beantwoordde. De &apos;ol van Nanette (kamermeisje) was bij Mevr. Vloedbeld-Dikmans n goede handen, terwijl J. v.d. Velk als Pankratius een uitstekende majordomo bleek te zijn. Het kleinkoor van de St. Pie;erzangertjes voldeed in het slotkoor bijzonder goed, waarnaast wij beslist nog de aardig uitgevoerde decors en de goed ver:orgde grime van de Fa. Th. 1 Wijngaard &amp; Zn., moeten memo•eren. De algehele leiding was : )ij Bertus van der Vliet in goede landen. Onder aanbieding van bloemen tan de solisten uitte het publiek ijn waardering door een langduig en in ieder opzicht verdiend vpplaus, hetgeen eveneens een vaardering inhield voor de in iet algemeen goede regie van B. ictherberg. Een zeer succesvolle .vond. KEES VAN EIJK.</p>
</text>