<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
<title>Kunst en Wetenschap.</title>
<p>* Op verzoek van eenige vrienden en vereerders van mr. J. J. L. Van der Brugghen en aangemoedigd door de gunstige wijze waarop het ten vorigen jare door haar uitgegeven werkje: nMr. J. J. L. Fan der Brugghen herdacht door dr. A. H. Raabe” is ontvangen, heeft de firma H. Ten Hoet, te Nijmegen, besloten, eene Bloemlezing uit Van der Brugghen’s werken uit te geven. De kentering — zegt het Prospectus — die er in onze dagen plaats heeft in veler beschouwingen over den Staat en de School en beider plichten, waardoor het duidelijk is, dat Van der Brugghen’s denkbeelden thans in eéb geschikter, meer bereiden bodem zullen vallen; — de overtuiging, dat steeds meer weldenkende vaderlanders en vrome Christenen het standpunt zullen innemen, door Van der Brugghen, niet zonder strijd, gekozen en behouden, doet vertrouwen, dat deze uitgave nut zal stichten en welkom zal zijn. Met de keus der stukken en het geven der wellicht hier en daar noodig geworden ophelderingen hebben zich willen belasten prof. dr. Nicolaas Beets en dr. A. H. Raabe, beiden vrienden en vereerders van mr. Van der Brugghen. Dat onder de op te nemen stukken er een, en wel een zeer merkwaardig, zal voorkomen, dat tot dus ver niet is uitgegeven, en welks gebruik jhr. mr. J. A. Singendonck, zwager en vertrouwd vriend van Van der Brugghen, welwillend heeft afgestaan, zal zeker de waarde dezer Bloemlezing verhoogen. Evenzeer is dit het geval door het, bereidvaardig veroorloofd, opnemen van prof. Beets’ schoone kenschets van Van der Brugghen, zooals hij die in Mei ’87 leverde bij ’t aanschouwen van Van der Brugghen’s portret, toen dit door een vriend der Nijmeegsche Normaalschool aan de Directie werd aangeboden. De Bloemlezing zal uitgegeven worden in twee deeltjes, in formaat, uitvoering en omvang (p. m. 300 bladz.) gelijk aan het bovengenoemd werkje: //Mr. Van der Brugghen herdacht”.</p>
<p>* Marcellus Emants’ nieuw oorspronkelijk drama //Adolf van Gelre” (uitgever W. Cremer, Den Haag!, is, behalve op verscheidene Hoogere Burgerscholen en Gymnasia in Nederland, ook als studieboek ingevoerd op het Athenaeum te Luik, door professor Dumont. Te Dordrecht werd Maandag jl. in //Kunstmin” eene nieuwe opera, Nelly, muziek van den heer C. L. Bouman aldaar, met veel succes opgevoerd. Als een bijzonderheid kan vermeld worden, dat bij deze uitvoering 9 heeren Bouman deel uitmaakten van het orkest, nl. de heeren: Carel L. Bouman, muziek-directeur te Dordrecht; le viool L. C. Bouman, muziek-directeur te’s-Hertogenbosch en N. A. Bouman, kapelmeester te Bergen-op-Zoom ; 2e viool M. Bouman, muziek-directeur teGouda, en F.Bouman Jr., muziek-onderwijzer te ’s-Hertogenbosch; alt-viool H. P. Bouman, muziek-directeur te Zalt-Bommel; violoncel Anton Bouman te Utrecht; pauken, Carel Bouman Jr. te ’s-Hertogenbosch ; kleine trom, triangel enz. F. Bouman Sr., te ’s-Hertogenbosch. Directeuren van Teyler’s stichting en de leden van Teyler’s Godgeleerd genootschap hebben uitspraak gedaan over twee antwoorden op de in 1886 uitgeschreven prijsvraag over het ongeschreven of inwendig woord Gods. Het eerste was een Hoogduitsch, met het motto : Tolle verbum et nulla jam restabit Jidcs. Het tweede was eene Nederlandsche verhandeling, met het motto : het woord is nabij u, enz. Geen dezer twee antwoorden is voor bekroning in aanmerking kunnen komen. Tegen 1 Januari 1890 hoopt het Genootschap antwoorden te ontvangen op twee vragen. Be eerste, reeds in het vorige jaar voor den tijd van twee jaren uitgeschreven, betreft een // Onder zoek naarde echtheid en de ongeschondenheid van den brief aan de Galatiers, in verband met de bedenkingen in den</p>
<p>laatsten tijd daartegen ingébracht!&apos; Tot de tweede vond het Genootschap aanleiding in den wensch, die ook heden ten dage nu en dan vernomen wordt naar eene Vereeniging tot het houden van geregelde openbare godsdienstige samenkomsten zonder eenig kerkelijk verband, zonder vaste voorgangers en met volkomen vrijheid van geloofsbelijdenis. Het dacht daarbij aan de stichting der gebroeders Van der Kodde omstreeks 1619, die tot in het begin dezer eeuw stand hield. Eene beschrijving van de colleges, ten gevolge daarvan in verschillende plaatsen opgericht en van de moeielijkheden met de overheid, daaruit ontstaan, — voorts van den invloed, die zij uitoefenden op hunne medeprotestanten, op Remonstranten, Doopsgezinden,Baptisten, Hervormden en Socinianen, — van hunne aanraking met Spinoza en zijne volgelingen, — van hunne pogingen tot verbetering van den prediktrant en het kerkgezang, enz. — dit alles achtte het Genootschap voor de geschiedenis van het Nederlandsch Protestantisme en van het gemeenteleven onder ons van zéé overwegend belang, dat het zich gelukkig zou achten als prijsverhandeling te kunnen bekronen: Eene geschiedenis van de Rijnsburgers of Collegianten. De prijs voor het best en voldoend gekeurd antwoord op deze vragen bestaat in een gouden eerepenning, op den stempel des Genootschap3 geslagen, ter innerlijke waarde van vierhonderd gulden.</p>
</text>