<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Toen Feijenoord dacht klaar te zijn, sprong plots de Hermes-mijn! Rotterdamsche 2—1 zege nochtans verdiend.</title>
	<p>Feijenoord is naar verwachting te Schiedam op heftigen tegenstand gestuit. Het heeft weinig gescheeld, of de veilig lijkende voorsprong van 2—o een half uur voor het einde zou nog door het plots gedurfd spelend Hennes D.V.S. te niet zijn gedaan. Een surprise kon er echter niet op overschieten en van speltechnisch standpunt bekeken was de uitslag 2—l voor Feijenoord ook volstrekt in orde. Twee stijlen De Rotterdammers immers, bleven zichzelf gedurende den geheelen wedstrijd, ze liepen hem in één tempo uit als eens Nurmi zijn kilometers, terwijl de Schiedammers bij schokken weliswaar grootere vaart ontwikkelden, maar inden eindspurt juist iets te kort schoten. En toch was door dat brio, dat „alles of. niets” het Schiedamsche spel aantrekkelijker, meer spectaculair, zooals het heel leelijke sportjargon zegt. Het verwierf na de pauze ineen oogwenk de totale sympathie vaneen geboeid publiek, vaneen 5000 kijkers, die er intense vreugde aan beleefden. Inde eerste helft had Hennes D.V.S. getracht Feijenoord te imiteeren, netjes, zuiver te combineeren en openingen te zoeken. De opvatting liet daarbij weinig te wensehen over, de halfbacks en v.d. Tuyn in het bijzonder, hadden voeling met den aanval, sneden, volgens de leer, crosspasses naar de binnenspelers, vaak ineens, passes, die soms „zaten” voor een scoringskans, doch, helaas, ze vielen vrijwel alleen op den rechtervleugel, waar de bezetting toevallig het zwakst was, Frey de situatie niet begreep en op het beslissende moment faalde., Dat was jammer, speciaal voor Koegenboeg, den kordaten midvoor, die v. Male eenige keeren terdege op de proef stelde. Een les voor Borrani Het was bovendien jammer voor captain Borrani, want in zijn gretigheid om het voorbeeld te geven, liet hij zich uit zijn gewonen doen brengen. Borrani wierp z}ch n.l. öp het gevaar en stormde naar binnen, uitsluitend om te ondervinden, dat Paauwe en Oldenburg volkomen op zulke attaques waren ingesteld. Ook na de rust bleef Borrani, in plaats van de ruimte te zoeken, schouderwerk aanvragen en aandragen, zelfs tegen v. Male! Zijn kracht ligt in ontwijken, in punten verzamelen”, niét in vechten. Grooter hinderpaal dan Feijenoord’s spelwas voor Hermes inde eerste helft dé wind, want het goede spelbegrip ten spijt, vlogen de meeste ballen uit de halflinie toch te hoog door de bries en werden ze een dankbare prooi voorden langeren Kuppen en den opspringenden v.d. Heide. Ook inde verdediging namen D. Janse en Tettelaar het niet al te nauw met de richting en het veel beter over den grond combineerende Feijenoord-team kon, in hoofdzaak door dié eigenschap, den toon aangeven. Aanvankelijk schoven Linssens halve schoten van de zijlijnen veilig in Beuns armen en ontploften de bommen van Vente „ergens”, doch toen na een kwartiertje een geraffineerde combinatie slaagde, stond Beun machteloos tegenover een scherpen lagen inzet van Zaanen.Dank zij het stukbijten van den Feijenoordaanval, waarbij v.d. Tuyn niet schroomde hét leeuwenaandeel voor zijn rekening te nemen, brak de rust aan zonder verdere doelpunten. Het eerste kwartier na de pauze had Hermes-D.V.S. hoegenaamd niets te vertellen. Feijenoord heropende met een poeier van Vente, tegen de lat en een dito van Vrauwdeunt net naast. Even later weer een angstig moment; Beun gleed uit en de bal werd voor open goal door Vrauwdeunt gemist. Wel. kreeg Koegenboeg subiet daarop van Frey de kans ven den dag, maar het schot verdween inde staantribune. Toch, er broeide wat! Bij een nieuwe rood-witte aanvalsgolf kwam v.d. Tuyn te vallen en Sinke benutte de ontstane gelegenheid met een naar den bovenhoek wegdraaiend vliegend schot, o—2. De wind ging liggen, de „storm” stak op! Dat doelpunt nu had Hermes-D.V.S. precies noodig om alle logica overboord te werpen. De wind was inmiddels gaan liggen, een factor van gewicht voor de blauwhemden. Zij startten thans als dooreen zweep getroffen en binnen een minuut knalde Bob Janse langs een tuimelende Feijenoord-achterhoede naar Frey en Frey maakte veel goed. Hij keek nog even en borg toen den bal maar hard in het leege doel op, I—2. Rood-wit moest oppassen. Janse zwierf langs den geheelen aanval, Fromberg liet geen muis meer door en het werd na een ver schot van den rechtsmidden opnieuw knijpen voor v. Male, die tweemaal hoog boven tal van hem belagende Schiedammers uit moest. Hermes-D.V.S. hield nijdig vol, Paauwe redde eens een tamelijk hopeloos lijkende situatie, v.d. Tuyn kogelde een vrijen schop, waarbij Borrani met een listigen schijnaanloop de dekking voor het doel verjoeg, over en pas toen Janse en Koegenboeg een buitenspelbal achter v. Male hadden gedrongen, doofde het brandje, dat voor Feijenoord ernstige afmetingen had kunnen aannemen. Janse werd n.l. een oogenblik buiten gevecht gesteld en de Rotterdammers hernamen daarna zienderoogen het initiatief. Een paar krachtige pogingen van Vente bleven door het koene werk van Beun c.s. onbeloond. Zoo kwam het einde van den interessanten kamp, welken scheidsrechter K. L. v.d. Meer voldoende leidde, met een benauwde 2—l zege voor de Rotterdammers. De elftallen waren: Hermes-D.V.S.: Beun (d.), D. Janse en Tettelaar (a.), Fromberg, v, d. Tuyn en v. Buitenen (m-), Frey Stolk, Koegenboeg, B. Janse en Borrani (v.). Feijenoord: v. Male (d.), Oldenburg en v.d. Heide (a.), Paauwè, Kuppen en De Vroet (m.), Zaanen, Vrauwdeunt, Vente, Sinke en: Lipssen (v.).</p>
</text>
