<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Brabantse Operette Spelers brachten glansrijke Boccaccio te Best Joe Mann- natuurtheater bleek uitgelezen gelegenheid</title>
	<p>Een immens koor van de Brabantse Operettespelers uit Tilburg heeft maandagavond in Best tijdens de opvoering van Boccaccio van Frans von Suppé van het begin af aan de talrijke aanwezigen verrast met een uitgewogen harmonie en een homogeniteit van stemmenmateriaal waardoor men terstond gegrepen werd door de eigen sfeer, waarin operettes, als ze werkelijk goed gebracht worden, moeten liggen. En deze operette werd goed gebracht, niet alleen wat de ko ren betreft, maar zeker ook wat de soli en groepsgewijze samenzang aangaat.</p>
	<p>Wanneer wq opmerkingen zouden willen maken, dan gebeurt dit alleen, omdat wij de Brabantse Operette spelers maatstaven voor beroepsspelers menen te moeten aanleggen, want wat zij maandagavond gepresteerd hebben kwam het werk van beroepsartiesten het meest nabij, kon zelfs een vergelijking daarmee glansrijk doorstaan. Regisseur Johan Spoorenberg heeft de enorme ruimte, die speelvlak- en achtergrond van het natuurtheater te Best vormen, nagenoeg steeds volledig gevuld weten te houden, ook al moest hi) daarvoor gebruik maken van nietactief deelnemende spelers tegen de begroeide helling op de achtergrond. Dc suggestie van voortdurende actie bleef hierdoor bewaard en ofschoon van zelfsprekend ook bij een operette acteren niet op de eerste plaats komt, heeft de regisseur weten te bewerken dat er er-n goede tegenhanger voor de buitenvrvvme zang in aanvaardbaar spel lt'-o worden gevonden. Bertus van der Vliet heeft de leden van het promenade orkest zonder moei</p>
	<p>te door de hier en daar zware partituur weten te leiden, maar tegelijker t(jd was hij een voortdurend lichtend baken voor solisten en koor, die zich soms wel erg krampachtig aan zijn aanwijzingen moesten vastklampen. CHARMANT SPEL. De verguisde Giovanni Boccaccio (Rinus Hesselberth) en Fiametta (Jeanne Wijnants) kunnen terugzien op enige buitengewoon goed op elkaar afgestemde duetten, waarbij in de lagere regionen het volume van Hesselberths stem vaak iets te zwak bleek. De rol van prins Pietro leek speciaal geschreven voor Jan van Balkom, die met charmant spel en goede zang het gezellig genietend publiek op zijn hand kreeg. Anton Wilke, de barbier, en Nelly Rijkers, zijn vrouw, kregen een zeer goede vertolking, en dezelfde waardering geldt voor de kuiper Lotteringhi en zijn vrouw (Jos Brekelmans en Tiny Dikmans) Subliem was de "geluidsproductie” in de kuiperij dat als slagwerk het orkest begeleidde. Johan van der Griendt bracht een dienstbare student op aanvaardbare wij ze. Jan Donders in de dubbelrol van de Majordomus en colporteur speelde voortreffelijk, waarbij zijn volle basbariton de "kuip” van het Joe Manntheater makkelijker kon bezingen dan vele van de andere solisten, waarvan het geluid soms ju:st iets onder het nodige volume lag. We geven toe dat de wind hier vaak flarden klanken wegvaagde, maar de zang van de sopraan Jeanne Wijnants bijvoorbeeld rechtvaar digde hogere verwachtingen voor haar gesproken woord. Het deed even merkwaardig aan, dat de gesproken tekst in het Nederlands gebeurde, Mogelijk is dit gedaan met het oog op de betere verstaanbaarheid en zo bekeken heeft het zijn doel wel bereikt. Men zal hierdoor een groter publiek kunnen grijpen en dat is vanzelfsprekend voor de recette van een zo kostbare onderneming als een operette van het grootste belang. De Brabantse Operettespelers zullen er voor moeten waken niet de maniertjes van Otto Aurich en de zijnen over te willen nemen. Heel even leek ’t daar op en we menen dat dit het geheel niet ten goede komt. Het gezelschap zal haar eigen stijl moeten weten te behouden en dan ongetwijfeld de weg naar de opgang voort kunnen zetten. De prestaties houden een grootse belofte voor de toekomst in. JfB</p>
</text>
