<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Kunst en Wetenschap.</title>
	<p>OPERETTE FRITZ HIRSCH. Der Vetter aus Batavia. Dit was nu eens niet de neef uit Canada, maar uit Batavia. Natuurlijk bezitter van eenige millioenen zij het dan ook millioenen bananen. De lieve Julia de-Weert I klinkt dat niet echt-Nederlandsch in dit Duitsche bedenksel van Hermann Halter en Rideamus? heeft als kind haar neefje Roderich de Weert trouw gezworen, hem als talisman een ring mee gegeven en wederzijds hebben de jeugdige gelieven elkaar beloofd in de maan steeds weer het selelienl te zien van hun onVergankelijke liefde. Dat Is altemaal heel romantisch. En toch zijn deze twee niet tot een paartje vereenigd, ook al is de aangebeden Roderich terug gekomen uit Batavia. Een ander die de snoedheid heeft begaan, zich voor Roderich uit te geven slaagde erin, haar hart te veroveren door een samenweefsel van verdichtsels en een week tenorgeluid. pé, operttte is bewerkt-naar een blilspel van 'Max ICempner—Hochstadt, ditt mtsstYften niet zoo vele losse steken bevat als het oppervlakkige zangspelletje. Het wordt gedragen door werkelijk aardige muziek en dat is voor het succes al meer dan de helft. De dubbele persoonsver. wisseling, hoe naïef ook voorgesteld, neemt men daarbij voor lief, De dirigent Willt Libiszowski heeft zijn best gedaan de muziek zoo goed als de omstandigheden toelieten ten gehoore te brengen. En meer dan dat. Als een veldheer, die zijn schare bezielt, animeerde hij de weinige musici om zich heen, zoodat de geestige leider Hirsch, die het publiek voor den aanvang der voorstelling beminnelijk toesprak aangezien een der diva's in een verkeerden trein was gestapt en via Oldenzaal naar Groningen zou komen, terecht knipoogde' toen hij gewaagde van het philharmonisch orkest, dat den tijd wel zou korten. , Tntusschen: de opvoering heeft een genoeg. ' lijke stemming in den vrij goed bezetten schouwburg gebracht. Friedel Dotza, de fonkelende operettester, was weer het voorwerp van aller bewondering. Haar lieve verschijning, schalk.sche voordracht en prettig frisch geluid, maakten Julia de Weert tot een bijzonder aantrekkelijk persoontje. Naast haar is het moeilijk, de rol van de vriendin te spelen. Margot de Vantière slaagde redelijk goed. Kwalitatief deed zij niet onder voor jukt Rillo, de komische Alte. De tenorpartij was natuurlijk voor Paul Harden. Hij had heel gelukkige momenten in de sentimenteele passages. Fritz Hirsch liep als komische onbenulligheid door het spel. Engen Koltai kwam heel uit Batavia en Walter Triebel speelde voor voogd, die in een operette altijd een caricatuurverschijning is. Het liep soms dolletjes. Het geheele gezelschap ging op een gegeven moment een soort Indische wildernis vertooning imiteeren, zoodat we een merischaap in een groote tafelparasol zagen klauteren, terwijl de dames en heeren zich diets maakten, dat ze een wildendans uitvoerden Ein Walzertrauni. Gisteravond gaf het gezelschap nogmaals een opvoering van „Ein Walzertraum". De schouwburg was uitstekend bezet, wel een bewijs, dat deze lieve muziek van Straus nee immer in trek blijft. De voorstelling vond ondanks de uitschakeling van de koornartijen, een warm onthaal, Het leeuwendeel van het succes oogstten Friedel Hetze als Franzi en Fritz Hirsch, die als Graf Didier onbetaalbaar was. Hun duet in de tweede acte „Pikken°, Pikkolo, tsin tsin tsin" was een kostelijk staaltje van tooneel-rmitine. Holde Lempe Sorel was weer een lieve Helene, terwijl Paul Harden en Walter Triebel als Niki en Joachim voor een goed geheel zorgden. De dames Dotza en Sorel ontvingen mooie bloemen. KOR KUILER. 21 April 1877-1927. Prof. Dr. G. van der Leeuw wijdt in,Cao. cilia" en „Het Muziekcollege" het volgende: Groningen, de plaats, waar de jarige werkt, nu al sedert een kleine dertig jeee' , bestaat voor den gemiddelden inwoner van het overige Nederland gewoonlijk slechts als een sage: daar hoog in het Noorden moet ook nog een stad liggen waarvan men af en toe een inwoner ontrnoet om hem dan verwonderd te vragen: hoe kom jij heelemaal hier? Deze sagenhafte stad die overigens heelemaal geen sprookjes, maar een hardwerkende handelsstad is heeft sedert vele jaren een bloeiend muziekleven. Ook daar weet men in wat de Groninger „Holland" noemt, weinig van. Hetgeen niets' afdoet aan de 'beteekenis van het werk., hier gedaan, voor dat cultuurleven van ons] geheele volk. Het Nederla.ndsche muziekleven ZOU zonder Amsterdam niet kunn n het a Maar evenmin zonder de provinciale brandpunten. Waar het heilig vuur vaak zoo hel- ' der en krachtig brandt. Kor Kuiler is sedert lange jaren in Groningen een figuur van betekenis op muzikaal gebied, sedert het vertrek van Van An- , rooy in 1910 onbetwist de eerste, de drager van het geheel. Reeds zeer jong leider van , een nu al lang verdwenen zangvereeniging „Euterpe" werd Kuiler in 1903 directeur van de gemengde zangvereeniging Bekker, in 1910 dirigent van het orkest, toen .nog orkest der Harmonie. thans der Groninger Orkestveree,niging. Het wordt wel eens niet voldoende beseft, wat 't leiden van het muziekleven in een stad, die niet tot de paar groote behoort en die'een groote mate van beperktheid der hulmniddelen met .den besten wil niet kan verhinderen, eischt aan volharding en erergie, Kuiler heeft in de jaren van zijn werken van allerlei geïntroduceerd: met zijn zangvereeniging nagenoeg het geheele repertoire, van de Matthaeuspassion, die hij in 190 in Groningen leerde kennen tot Boris Godounow toe. Met het orkest bracht hij ons Berlioz eerst. de moderne Franschen later, Hij dirigeert Franseh werk bijzonder graag eo de bezoekers der G. 0. V.-concerten behouden mooie herinneringen aan uitvoeringen van Franck, Dukas, Debussy, Revel Maar ook Mahler bracht hij: symphonieen en het Lied von der Erde. Wat liet zeggen wil om met een orkest van vijftig man deze moderne muziek zoo klaar en meesleenend te interpreteeren als dat Kuiler telkens weer gelukt, ligt voor de hand. Kuiler is het eerst en het liefst dirigent! Zijn sierlijk en toch bezielend gebaar, zijn straffe en geestdriftige rhythmen, zijn forsche, maar nooit lo,9: kracht, bovenal ziin bescheiden terugtreden achter de persoonlijkheid van den scheapenden kunstenaar maken ziin interpretat nstenaar van orkest werken tot een '.,;r0ug,,1.,, W 4, hem -Jookt Johann ais Strauss 'of Ravel's L alse ei, de Ouverture Oberon zag dirigeera , weet wat ik bedoel. Maar het blijft niet bij dit eene 'talent. Kuiler is pianist en een enkele maal in het jaar mogen de bezoekers der concerten van zijn spel genieten. Onovertrefbaar 16 hij. naar het oiordeel van vele en groote solisten, als begeleider 1-Tij is hier een carrière, gelukkig! misgelooPen. De solisten der G. 0- V. profiteeren, als het noodig is, van Zijn gaven in dit Opzicht. En dan is de jarige, componist. Wij kennen het moeilijk conflict tussch,M den drukken veeleischenden Practischen arbeid en het stilte ei, rust vragen, de muzikale scheppen. Toch heeft Kuiler, naast zijn zeer bekende liederen, nog'talrijke composities vol. j tooid, waaronder de vaak uitgevoerde kindercantate Winterdag, de muziek voor het ILustrumspel van het Groninger Studentencorps, en zoo veel ril ', eer, Hij heeft een opera gereed, die hij dezen zomer hoopt te instru-1 menteeren. De Fransche regeering erkende Kuller's verdiensten voor de Fransche muziek eenlgen tijd geleden door Zijn benoeming tot Officier d'Academie. Moge zijn werken voor i de Nederlandsche milziekheoefen-ing In bre' den kring de waardeering vinden. waarop het recht heeft in Groningen zal het daaraan niet ontbreken: als de teekrnen niet bemisatie van het Vorig j driegen gaat Kuiler's orkest, ná de reorga-1 aar, een nieuwe ;bloeiperiode tegemoet. ne concerten zijn vol, ; het publiek geestdriftig. 20 April hoont men i den dirigent te huldigen op een aihonn,. mentsconcert, dat Reethoven's Negende brengt. Moge Kuiler nog lang voor het Ne- , , derlandsch muziekleven behouden blijven. I I</p>
</text>
