<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Kunst en Wetenschap Rose Marie</title>
	<p>Show-operette van Otto Herbach en Osar Hantmerstein. Muziek van Rudolf Fránl en Herbert Stothart. Opvoering door het Groninger Operette Ensemble.</p>
	<p>We hebben in Groningen altijd een bloeiend dilettantentooneel bezeten, dat in den loop der jaren menige goede prestatie heef geleverd onze rederijkers en cabaretiers deden daarbij niet voor elkaar onder. Alleen de opereAe speelde —om in stijl te blijven de rol van stiefkind en was na het ter ziele gaan van het laatste aan haar gewijde gezelschap op den artistieken rommelzolder opgeborgen, het aan de Herinnering overlatend haar zoo nu en dan nog eens „voor het voetlicht" te brengen. Maar zie, ook Onze eeuw kent haar Phoenii•i., die oprijst uit de asch der voorgangers. Want juist op het moment, dat men dit het minst verwachtte, verscheen daar opnieuw een operette-ster aan den localen tooneelhemel en kondigde het „Groninger Operette-Ensemble" zijn eerste optreden aan. Het was een nieuwe troep met een nieuwe , naam, maar met oude bekenden op zijn ' medewerkerslijst: Albert Géraert,s, directeur, Koos Kerstholt, regisseur. I Tot zoover deze inleiding over de tewaterlating van dit muzenscheepie. Ze diende slechts als loopplank om te komen tot, een ; reportage van de proefvaart, die namelijk ; gisteravond onder een gunstig getij heeft plaats gehad. Laat ons direct met de deur In huis vallen: de proefvaart is uitstekend verloopen en hield zonder voorbehoud de belofte in voor een lange reeks even geslaagde volgende reizen. Er hoort ongetwijfeld een groote dosis moed toe om voor het eerste optreden een dtberette te kiezen, 1 die in alle opzichten zulke zware eischen stelt als dat met „Rose Marie" het geval is en als wij hier constateeren, dat men er in mocht slagen aan al die eischen op een voor dilettanten bewonderenswaardige wijze te voldoen, dan beteekent dit het beste compliment, dat er voor een voorstelling als deze te geven is. Daarbij dienen ongetwijfeld alle medewerkers, hetzij zij hun domicilie in den orkestbak hadden, hetzij ze tusschen, voor of achter de coulissen een steentje bijdroegen, gelijkelijk in de . hulde te deelen.</p>
	<p>Het opmerkelijkste was wel de schat van costumes, die door de verschillende tafereelen heen gedragen werden. Trouwens de j geheele aankleeding was goed verzorgd; evenals de ensceneering, waaraan waarlijk geen moeite bespaard was. We denken hierbij niet alleen aan de aardige décors, maar bijvoorbeeld ook aan het geslaagde slottafereel met de lichtbogen en het geillumineerde kasteeltje. Door dit alles was reeds een belangrijke voorwaarde vervuld voor een goede ver-Woning, wat het dan ook inderdaad is geworden. Natuurlijk zijn er wel bezwaren aan te voeren, had men dit liever zus gezien, en dat misschien graag zoo, maar over het algemeen was het een naar dikt– tantenmaatstaf gemeten bijzonder goede opvoering. Het spel was vrijwel over de gansche linie goed. Hedwig Kerstholt—Kastner speelde een charmante Rose Marie, wier belevenissen men met belangstelling volgde en over wier geluk men zich van harte verheugde, toen ze aan het slot, ondanks alles, toch nog terecht kwam in de verlangende armen van den verguisden JlinnlY. Deze laatste vond in Bernard Kerstholt een sympathieke vertolker. Een buitengewoon verdienstelijk duo vormden GonnY Schlichter—Polman (Jane) en Koos Kerstholt (Herman de Geweldige), die beiden vlotte creaties leverden, waarom terecht hartelijk gelachen is. Hun spel bereikte een meer dan middelmatig niveau, al kon de laatste soms wel wat minder nadrukkelijk zijn, welke opmerking overigens geenszins afbreuk wil doen aan onze waardeering. Een bijzondere vermei-Liing verdienen voorts ook Bibby Prijt, die de inlandsche danserer Wanda met opmerkelijk veel talent speelde, en Bé Meijer die een louche Indianentype moest verbeelden en dat niet minder voortreffelijk deed Piet Kroon was een imposante sergeant van de bergpolitie, Bouwien Carlier een hautaine gezelschapsdame en Barth de Ridder een intrigeerende bonthandelaar, Piet Huismans vervulde de rol van Rose Marie's broer. Eén van de meest geslaagde scènes was wel de entrée van de bergpolitie, wier prairie-lied uitstekend tot zijn recht kwam. De zang was overigens niet de sterkste zijde van het ensemble, al wil dat niet zeggen, dat dit onderdeel strenge critiek rechtvaardigt. We hadden het zoo juist over enkele bezwaren en willen er nu een tweetal noemen, daar deze misschien bij de tweede opvoering vanavond dan vermeden kunnen worden. In de eerste plaats voorkome men in de eerste tafereelen een te groote onrust. Het groote aantal figuranten Is hieraan dunkt ons mede „schuldig", men had het even goed, zoo niet beter, met een geringer aantal kunnen stellen. Een tweede bezwaar, dat wij hebben, geldt de orkestillustratie. Niet het gehalte der uitvoering, want deze was vanzelfsprekend bij de leden van onze G.O.V. in goede handen, noch de muziek zelf, die integendeel melodieus en meesleepend is, maar wel het volume., dat doorgaans een dergelijken omvang aannam, dat het gesproken of gezongen woord er door verloren ging. Alb. Géraerts bewees overigens weer eens te meer een directeur te zijn, die zijn ~vak" tot in de finesses verstaat. We noemen tenslotte de aardige dansen en balletten, waarvan het welslagen op rekening van den heer Bus dient geschoven te worden. Het publiek, dat den Schouwburg tot de laatste plaats vulde we zagen onder meer ook den Burgemeester en Mevrouw Cort v. d. Linden toonde zich zeer ingenomen en bracht de spelers veel applaus en aan het slot, toen de dames en enkele heeren in de bloemen werden gezet, een ovatie. v. K.</p>
</text>
