<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>KUNST EN LETTEREN. OPERETTE GEZELSCHAP FRITZ HIRSCH</title>
	<p>„Der Vetter aus Batavia&quot;. Tekst van Her man n Hall er en R i d e a m u s. Muziek van Eduard Kiinneke. Schouwburg „Casino&quot;. Slechts weinige Bosschenaren hadden zich laten verlokken een herhaald optreden van het vroolifke troepje van Fritz Hirsch bij te wonen. De zaal was nog niet half bezet. Laten wij het maar aan het vergevorderd seizoen toeschrijven en hopen dat wij dit goede operette-gezelschap daardoor nu weer niet voor liet laatst in onze stad gezien hebben! Misschien had ook het onbekende werkje niet getrokken. Er was ook geen bijzondere roep van uitgegaan van andere plaatsen, waar het dezer dagen reeds is opgevoerd. Als wij trouwens een vergelijking moeten maken tusschen dc drie operettes, die wij hier gedurende dit seizoen nu van Fritz Hirsch te zien en te hooren kregen, dan had deze „Vetter aus Batavia&quot; wat ons betreft in Batavia kunnen blijven. Tekst en muziek zijn de minste van de drie. Wat echter de opvoering betreft, is dit er een geweest die Fritz Hirsch weer volkomen waardig was: goed verzorgd, vlot gespeeld, vol vroolijken, geïmproviseerden scherts. — zoodat het publiek zich meer geamuseerd heeft om de komische „zetten&quot; dan om iets anders. F r i e d e 1 D o t z a, dc innemende, aller</p>
	<p>harten veroverende zangeres, speelde haar ral met gratie. Zij weet door iedere beweging te boeien. Haar gelaatsmimiek is waarlijk voortreffelijk en haar geanimeerd spel maakt iedere operette-„draai&quot;, hoe gezocht en onwaarschijnlijk ook, toch nog aannemelijk. In alle omstandigheden op het tooneel weet zij bovendien den beschaafden toon te bewaren. In Paul Harden had zi.i een waardig tegenspeler voor de rol van August Kudibrot, den gewaanden Roderich. Deze acteert zoo natuurlijk, dat het lijkt of hii hcelemaal niet speolt, doch „de juiste man op de juiste plaats&quot; zooeven arriveerde. Hij heeft een aangename, goed aansprekende stem cn steeds frissehe. gepaste humor. Aan tooneelroutine ontbreekt het geen van alle tnedespelenden! M a r g o t de V a n t i è r e, een nieuwe aanwinst in dit troepje sinds de vorige tournee, viel als Hannchen in den beginne niet bijzonder in onzen smaak, doch in don loop van den avond leefde zij zich beter in haar rol in en gaf herhaaldelijk staaltjes van knap tegenspel. Zoo&apos;n jeugdige rol is niet te best geschikt voor haar. Waar zij gelegenheid had haar stem te laten hooren als zangeres (doch die waren er niet zooveel), toonde zij de zangkunst goed te beheerschen. Julia R i 11 o, als echtgenoote van den voogd Kuhbrot, blijft zichzelf gelijk, n.l. in het sterk chargceren van haar rol. Desondanks had zij toch goede momenten. Fritz Hirsch als de onbenullige zoon van den Lanörat, speelt kostelijk en debiteert zijn dwaasheden met smaak en snedige wijze. Hij vult het tocneel, zoodra hij van achter de couliissen te voorschijn treedt. Dat zijn stem nu niet zoo overdreven welluidend is, komt er bij hem niet eens op aan en hindert heelemaal niet. Als hij zoo af en toe maar zijn schijnbaar geïmproviseerde geestigheden plaatst, doet hij de zaal schudden van het lachen. Daarvoor gaan wij toch tenslotte hoofdzakelijk naar een operette. Dank zij de beide „Diener&quot;, die hun niet zoo onbelangrijke partijen heel geesti? speelden, was liet geheel toch van beigiii tot einde boeiend. De muziek speelde eigenlijk een ondergeschikte rol. Zoo weet een gezelschap als dit van eun minder geslaagd libretto, aan de hand van enkele vlotte melodietjes, die niet erg in het gehoor blijven liggen, toch een amusant geheel te scheppen. Het kleine orkestje, onder een actief dirigent, deed zijn best de stemming te verhoogen. Enkele dansjes en het ensemble klopten best. De toonceldecoratie was verrassend goed verzorfd en dat de avond wat plotseling viel en het onweer als met een (bUksem)slag eindigde, lag niet aan den spelleider. Het publiek toonde zich zeer tevreden.</p>
</text>