<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Kunst en Vermaak,</title>
	<p>TOONEEL. STADSi-iOUWBURG TE AMSTERDAM. Het Vereen. Tooneel blipt vaste bespeler. In den Amsterdamsohen Raad werden de debatten voortgezet over de voordracht betreffenla dea vasten bespeler van den Stadsschouw-Allereerst kwam in stemming een voorstel, om den schouwburg aan derden te verhuren. Het werd verworpen met 32 tegen 11 stemmen. Hen voorstel, om den schouwburg aan; een vasten bespeler te verhuren, werd verworpen met 40 tegen 3 stemmen. Het voorstel om den schouwburg voor een jaar te verhuren aan de heeren Verkade en Verbeek werd verworpen met 35 tegen 8 stemmen. Eau voorstel om nieuwe sollicitanten op te roepen werd verworpen, met 28 tegen 15 stemmen De voordracht, ten slotte in stemming gebracht, werd aangenomen met 27 tegen 15 stemmen. De heeren Ed. Verkade en D. Verbeek, directeuren van het Vereenigd Tooneel blijven dus weder voor drie jaar in den Stadeschouwburg te Amsterdam. Der Vetter aus Batavia. (Operette-Gezelsehap Fritz Hirseh).</p>
	<p>xx x 184 1: De Berliner operettisten zijn vrijdagavond weder in den Schouwburg geweest, na een afwezigheid van een paar maanden. Hebben zij ons toen vermaakt met en doen genie_ ten van de opvoeringen van „Waltertraum" en „Dreimaderihaus", thans was een minder bekende operette aan de beurt, welke we evenwel eenige jaren geleden mede reeds door een Amsterdamsch ensemble hier hebben zien vertoonen, nl.: „Der Vetter aus Batavia', waarbij regisseurdirecteur Hirsch met zich zelven zijn beste troepen in het vuur bracht en dan ook eene opvoering heeft gegeven, welke op menige uitstekende kwaliteit mag bogen. Daar waren immers een paar alleraardigste edoubrettes in de sprudelend acteerende Friedel Dotza en de hupsche Margot de Vantière, een zeer goed komische Alten-paar in Jula Rillo en Walter Triebel, een paar goede acteurs en zangers in Paul Harden en Eugen Koltai, een stel verdienstelijke bedienden in Arthur Eugens en Manfred Laske. En tusschen die allen in zorgde Fritz Hirsch met onbeperkte kwistigheid voor den komischert noot, door in woord en gebaar en dans en mimiek in inánder dan geen tijd het geheele publiek onder den ban van zijn fijnen humor te brengen.</p>
	<p>Paul Harden-, de Niki uit „Walzertraum" en de Schubert uit „Dreimaderlhaus", een lyrisch tenor van goede kwaliteit, was voortreffelijk bij stem en heeft den „Fremder" met groote charme geacteerd, waarbij hij keurig tegenspel en dito zang vond bij Friedel Dotza, een keek figuurtje, dat het publiek stormenderhand voor zich inneemt door haar gracieuse, ècht-jonge geste en haar frisch optreden. De drie bedrijven waren rijk gelardeerd met allerlei dansen, waarbij vele op de van vroeger bekende sierlijke motieven waren ingesteld, terwijl men het afschuwelijk geschuif gelukkig geheel achterwege liet. Bovendien heeft men aan het slot van het tweede bedrijf een soort caricaturale inboorlingen-jasz ingevoegd, waarom braaf gelachen is.</p>
	<p>De Schouwburg had ditmaal voller kunnen zijn maar de toch talrijken, clle er waren, hebben zich uitermate geamuseerd om de uitstekende opvoering, welke in eigen fleurige décors geboden, zeker voor een reprise in aanmerking komt Waneer er dán geen bijzonder concert, (zooals gtsteravond), elders ter stede wordt gegeven, n-rven wij een vol huis voorspellen, want wie ,iie, onder leiding van Libiszowski knap uit' -oerde, meé-sleepende muziek, wil hooren en iS,...l.ppen zang bij gunstig mooi afgestemd en nooit opdringerig spel, in een geheel aanvaardbaar libretto, kan bij Fritz Hirsch en de zijnen bijster goed terecht. Er waren heel wat „open doekjes' gisteravond en Fritz Hirsch kreeg onder een daver van applaus, e•-,n krans van den Senaat.</p>
</text>
