<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Jean Richepin over de „tango.&quot;</title>
	<p>De jaarlijksche openbare zitting der vijf Academiën had dezer dagen ongewone belangstelling gewekt; vooral waren er veel dames. Dat gold blijkbaar vooral de voordracht van den grijzen Academicien Jean Richepin over de tango. Er kwam eerst een praatje over den dans in de geschiedenis en letterkunde. Pindarus, Homerus, Plato, Sokrates en Sophokles werden ten tooneele gevoerd als beschrijvers of beoefenaren van den dans, en Richepin meende uit beelden in het Britsch museum en in de graven van Thebe te kunnen bewijzen, dat de tango reeds bij de Ouden bekend was. Hij haalde Claudianus aan, „een voorlooper der Parnassianen, de José Maria de Heredia der 4e eeuw&quot; en citeerde van de epigrammen van Martialis de verzen: lïdere laseivos ad- Eoetica crusmata gestus. Et Gaditanis ludere doota modis. en Et de Gadibus improbua magister. In dezen laatsten regel, meende Richepin, scheen verwezen te worden naar een dansmeester uit Cadix, die de tango in oud- Rome onderwees, terwijl de moderne tange uit Spaansch Amerika kwam.</p>
	<p>Richepin protesteerde tegen de. beschuldiging, dat de tango onwelvoegelijk zou zijn, en wegens haar lage afkomst moest worden veroordeeld. Hijzelf had de tango zien dansen door prinsessen, die voorbeelden waren van goeden smaak, en hij zelf had daarentegen lang geleden de laffe polka en de deftige quadrille zien dansen op een manier, om de taal van een zijner beroemde voorgangers te gebruiken — a faire rougir des singes.&quot; Ook kon hij de tango niet op grond van haar afkomst veroordeelen, daar de sierlijke oude hofdansen van Frankrijk, de menuet en de gavotte incluis, ontstaan waren uit boerendansen uit Bretagne en Poitou, waar de dansers op den vloer trappelden met hun klompen. De populaire bourrée wordt nog in Auvergne gedanst en zelfs in Parijs op de muziek van den doedelzak en is misschien nog ingewikkelder in haar bewegingenMan de tango.</p>
	<p>Richepin teekende verder verzet aan tegen het idee, dat er in dansen iets vrouwelijks zou zijn: de Spartanen zelf dansten de pyrrhik op den ochtend van den slag bij Thermopylee en de jonge Atheners dansten een nacht lang door de straten en op de pleinen na de eerste voorstelling van de Persae van Aeschylus. Op dezelfde wijs viert de bevolking van Parijs eiken 14 Juli de inneming der Bastille.</p>
</text>
