<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Vijfde Blad. Brieven uit Amsterdam.</title>
	<p>213. 1 Maart. Gisteren betrad ik juist myn gewoon pawer-winkeltje op het oogenblik dat de win, met een woedende gelaatsuittukking, allerhevigst een in grauw papier «j^ikkeld pak op de toonbank kwakte, aaruit naar alle richtingen kleine, kleurige Jjukjes papier stoven. Tezelfder tijd schoof jBll schooierig uitziend joggie mij schuw 7°orbij den winkel uit. Di informeerde belangstellend-kalmeerend ..aar het motief dezer mij ongewone geste-—mijn papierwinkeljuffrouw is een °°d-mak, uiters flegmatiek menschje in orrnale omstandigheden — en toen barstte * van achter de toonbank een woordeneed los, waarvan slechts een gedeelte kan borden verhaald:</p>
	<p>? «Meneer, &apos;t is om uit je vel te springen! ils geen doen! &apos;t vermoordt je! Dag aan a§ krijg ik zoon dertig, veertig jongens in ?%; winkel, die een grift of een liniaal aQ een cent koopen en dan maar bedelen J&amp; sluitzegels, en kwertièren lang uitzoe, etli en dan kè je toch maar niet achter je ,°°nbank wegloopen, is niet zoo ? Nou net at schooiertje: juffrö, ik hét geen cente, Z^ar mag ik asjieblief toch een zegeltje atl u, juffró ? Want, ziet u, ik heb voor r*® ramen gehangen: „leder kooper ontzegt een sluitzegel naar keuze.&quot; Maar ik !etl wat begonnen — gottegot, wat ben ik .fgonnen! Ik kom niet tot zitten, wil u at wel gelooven. Daarnet dat straatjongetje taat me nou toch bij de tien minuten met , ö viese klavieren in me bak met zegels e graaien. Maar dr was niks bij, zei-d-ie, °on snotneus —&apos;t is zonde, da &apos;k woord 11 me mond neem, meheer.&quot; •jMaar juffrouw — waarom doet u &apos;t dan ?&quot; , »Da &apos;s nou ook wat — neem u me niét s*alek! Ik doen &apos;t voor de reclame, om foopers te lokken! Van de kinders moet &apos;k ? vernamelijk hebben, vat u wel? Maar j^t is wel waar, as ik &apos;t vooruit geweten __ nou!» „nou&quot; verhaalde boek deelen. Er school H berouw, woede, wrok, teleurstelling in. g.*a mijn papierjuffer staat volstrekt niet JJeen. Want de sluitzegel-verzamelmanie iS hier tot een ware ziekte, een plaag,, een boeking uitgedijd, wel te verstaan behalve °°r rabrikanten dezer papiertjes, die een Souden tijd beleven, en van de groote firr!a&apos;s die ze laten drukken en tot reclame Fabrikanten en firmanten staan ?arnelijk niet zèlven in een winkel, en heben er den last niet van.</p>
	<p>de tien winkels zijn er thans geen cht, of voor de deurruit zit een papiertje *^Plakt, waarop staat geschreven — en zelfs gorden er al gedrukte formulieren gewerd i — dat „hier geen sluitzegels zijn te Rijgen.&quot; Want wat deden onze knaapjes ? 7® Jaagden natuurlijk eerst hun eigen buurt r\ naar zegels, stroopten de zaken van alle J^flkeliers af van wie ze wisten dat zij egels in voorraad hielden, vooral kruideners, pogisten, kleine banketbakkers. Maar daarna ze, nog altijd in hun eigen buurt, &apos;a\ de winkeliers waarvan ze niét zeker gisten of ze ook zegels hadden en ten &apos;jjtotte die ongelukkigen, van wie ze héél ze*er wisten, dat ze géén zegels hadden. Vervolgens spreidden ze hun „straal van r*tie&quot; uit tot andere wijken, en zoo ontbond er een chassez-croisez van tien duizenr 3 kortgebroekte verzamelaars, die de in de „betere beurten&quot; tot razernij Q wit-gloeiende woede bracht. De eigenaar *an een der fijnste... hoedenzaken in de J^idschestraat vertelde mij, dat hij in één r tijds, voor hy het afwerend briefje voor 59n raam had geplakt, 73 jongens in zijn &quot;inkel had gehad, die allen om sluitzegels kamen bedelen!</p>
	<p>, -Dezer dagen bevatten alle geïllustreerde Jaden een hoogst eigenaardige foto van een ende verzamelaars, die de. zaak van de irnaa Frank aan de Prinsengracht — spexaliteit: repareeren van alle mogelijke en Qttiogelijke gebroken en oude voorwerpen ~* &lt;Üe wèl reclamezegels uitgaf, als het ,Tare belegerde. Er waren er op het oogenu&amp;, dat de fotograaf hen verraste, zeker so dikke drie honderd op dat smalle eindje nnsengracht opéén geperst en de twee , genten, die er zoogenaamd „de orde handden&quot; lijden twee onnoozele klompjes te Qidden eener kolkende branding. Hoe dat gertje tierende, elkaar plukharende bengels ?S aan zegels is geholpen — dat weet ik et&gt; maar vermoedelijk is het hééle perheel der repareerende firma er aan te ws gekomen. De jongelui stonden als klissen de*6/1 st°ep op, hingen bij trossen aan ha fUninS&gt; en verderop drongen ze elkaar dast het grachtwater in. winkel was veilig voor het verzamelend jongensdom, toen de winkeliers nog niet op den overigens niet al te veel snuggerheid eischenden inval waren gekomen, hun zaken met een briefje vóór &apos;t raam tegen de indringers te beschermen. Tot zelfs in bloemenwinkels, bij poeliers, winkeliers in huishoudelijke artikelen, smeden, in schoenenwinkels, scheersalons, melkslijterijen, lampen winkels, lunchrooms, horlogewinkels, vischwinkels, muziekwinkels klonk hun sterotype vraag: „HJeppuook-zégels ?&quot; Geen wonder dat de niet-zegelslijters, bang voor hun hart, hun gal en hun hersens, ailersnelst maatregelen namen om dien stroom in te dammen en te stuiten! * * * Ik zou toch wel eens willen weten, waar de directeur der Gemeentelijke &quot;Waterleiding, de heer Penning, het nu eigenlijk op aanlegt. Men kan uit mijn brieven en het verder hieromtrent medegedeelde weten, dat deze directeur niet lang geleden zijn zooveelste échec heeft geleden, doordat de Gemeenteraad, oordeelende dat er; blijkens het gedane onderzoek, de boringen — en de praktijk, voor jaren en jaren water in de duinen voorradig is (sommige deskundigen beweren zelfs boutweg, dat de voorraad onuitputtelijk is, daar die steeds opnieuw wordt aangevuld uit een onmetelijk ondergrondsch reservoir) het voorstel van B. en. W. om tot dadelijke irrigatie der duinen met Lekwater over te gaan — een plan dat óók door den heer Penning vurig werd voorgestaan — verwierp, en een ander voorstel, om éérst de plannen-Kuipers (onttrekking van méér water aan de Utrechtsche heide) te onderzoeken, aannam. De directeur der Gemeente Waterleiding ofschoon op de meest ondubbelzinnige wijze herinnerd aan het feit, dat hij nu wel gaan kon, daar de Raad blijkbaar alle vertrouwen in zijn kennis en zijn beleid verloren had, bleef kalmpjes waar hij was, en verklaarde aan een reporter van het „Handelsblad&quot;, die hem kwam interviewen, dat hij er niet aan dacht heen te gaan — „want hij was geen minister&quot;. Nu heeft dus, men knoope dit wèl in het oor, de heer Penning steeds en altijd maar door beweerd — sedert een jaar of 11 al — dat het Duinwater opraakte, dat we er zuinig mee moesten zijn, en dat we maatregelen moesten beramen, om het zoo goed mogelJLjk te vervangen als het op was, wat ieder jaar, neen; iedere maand te verwachten was. Hoe dit nu te rymen valt met de beide jongste handelingen van den directeur is niet héél erg duidelijk.</p>
	<p>Ten eerste bracht hij dezer dagen een rapport uit over den kostprijs van Duinen Vechtwater, waarin hij tot de conclusie kwam dat&apos; men ten onrechte in de meening verkeerde als zou het water uit de Vechtleiding goedkooper zijn dan dat uit de duinleiding— in die betreurenswaardige dwaling hebben we dan jarenlang verkeerd, afgaand op blijkbaar heelemaal verkeerde officieele cijfers en gegevens — want dat dit geenszins het geval is. En daarom, concludeert de water-directeur — men luistere goed, want er komt iets wèrkelyk merkwaardigs— „daarom zou het voor de gemeente beter zijn, wanneer ook voor de doeleinden waarvoor het water uit de Vechtleiding wordt gebruikt, (blusschen, straatsproeien, sproeien van urinoirs enz) duinwater wordt aangewend.&quot; Ten tweede kwam een paar dagen later het bericht dat er bij de directie der waterleiding „plannen in voorbereiding zijn voor de levering van duinwater aan nog andere buiten-gemeenten dan waarmee reeds contracten loopende zijn&quot;. Dat zijn dan gemeenten, die n u uitmuntend heidewater hebben. Dus : ofschoon we, volgens den heer Penning, binnenkort door ons duinwater héén zijn, en er nu nog niets bestaat of gedaan wordt om het te vervangen (door Lek-, Vecht-, heide- of welk ander water dan ook) raadt hij zélf toch aan, het in plaats van Vechtwater te gebruiken voor blusschingsen sproei-doeleinden, en het te verschaffen aan gemeenten die best water hébben. Dat is waanzin, waarin wérkelijk methode zit! * * * De strijd tusschen Plaatselijke-keuzers en de Anti-Onmatige Drankbestrijders woedt over de gansche linie. Na de inleidende schermutselingen, als vergaderingen en derzelver verslagen in de bladen, is thans het grover geschut in werking gebracht en zijn wij vervallen in het werken met reclamekarren en vlugblaadjes. Zelfs zijn reeds sporadisch brochures tegen en vóór de Local Option verschenen, als het ware de arriére-train vormend van het vrome boekske, getiteld „Op tegen de Zedenontaarding in woord en daad, in boek en beeld, in dans en kleeding&quot; (excusez du peu) van de hand van den proponent P. van Dorp, die in dit werkje hevig uitvaart tegen de verdorvenheden dezer wereld (die er helaas de eenige aantrekkelijkheid van uitmaken) en ons alle denkbare straffen hiernamaals belooft als we niet like greased lightning ophouden met het dansen van de Tango, onze rokken dichthouden, ons het voorbeeld van onderscheidene brave maar tamelijk vervelende heiligen voorhouden, en ons van drankgebruik onthouden. Die Tango...</p>
	<p>Ziet, deze dans wordt ons thans in een stuk of vier, vijf, zes theaters voorgez-.t. Er loopt zelfs een mop, volgens welke amice Heyermans aan zijn medewerker, vriend en literair adviseur Querido, wiens „David en Saul&quot; gelijk een, uiterst zware baksteen is gevallen, zou hebben aangeraden, dit werk wat op te vroolijken met het inlasschen van genoemden dans. Bij Spree ging een tijd lang een oer-oude Duitsche klucht, waarin geen aanleiding hoegenaamd was voor het dansen van de „Tango&quot; Wen fiche! dacht en zei deze waardige theater-directeur: Tango musz sein ! wij zullen die aanleiding maken.</p>
	<p>En zoo verscheen er in het laatste bedrijf een jongmensch in den rok ten tooneele, die in het oorspronkelijke zich na het tweede bedrijf kan afschminken en naar huis gaan, omdat zijn rol uit is, die met de heldin, Spree&apos;s (tweede) vrouw, dewelke in haar eigen huis, overdag, &apos;s morgens zélfs, prijkte in avondcostuum met een</p>
	<p>aigrette in het weelderig haar, een van die doodelijk saaie, marche-funèbre-achtige, slaap-verwekkende Tango&apos;s danste, waarvan onze Amsterdamsche acteurs en actrices het geheim schijnen te bezitten. Hoe men er toe komt om dit luguber-taaie, sinister-fatsoenlijke geschuif en geknieknak wülpsch te noemen — dat mag de hemel weten!</p>
	<p>Wülpsch is de Tango, zooals die sedert gisteren door Meina Irwen (vroegere actrice van Prot, dochter van zéér goeden huize, wier naam anders luidt) gedanst wordt met een Engelschen danser sans importance in het Panopticum-theater. Het draaien, kronkelen, glijden van dat katachtig, lenig, prachtig vrouwenlijf, dat is van een zwoele, giftige bekoring, en zóó is en wordt hier de Tango nog nérgens gedanst.</p>
	<p>Daarbij vergeleken is het wansmakelijk been-gewring en het onbeholpen gehannes van 95 procent onzer beste, goeie acteursgelegenheidsdansers kortweg om er een zware lading schroot op af te schieten.</p>
	<p>Ik dwaal ganschelijk af. Was aan de drankbestrijding bezig.</p>
	<p>Sinds een paar dagen toeren door onze stad een tiental handkarren, ieder voorzien van twee in dakvorm opgestelde borden, beplakt met tal van waarschuwingen om niet in den val te loopen, dien de Plaatselijke keuze-aanhangers ons listiglijk stellen en niet teekenen op de petitionnementslijst, aan ons Parlement te zenden ter verkrijging van Local Option. Naast die karren en in een straal van een halven kilometer daar/andaan bewegen zich int puurste wit gehulde mannen, die met gulle hand strooibiljetten ronddeelen, overdekt met cijfers, staatjes en tabellen, die moeten aantoonen, dat in landen en plaatsen, waar de plaatselijke keuze is ingevoerd, de toestand er volstrekt niet beier op is geworden, sindsdien. En dat het „comité tegen onmatige drankbestrijding&quot;, waarvan dit alles uitgaat, niet onbeslagen op &apos;t ijs komt, blijkt uit deze cijfers, die ik afschrijf van een der strooibiljetten, en die ontleend zijn aan de regeerings-statistieken van het Engelsche Australische Dominion, waar naar men weet of niet weet, de Local Option het eerst werd ingevoerd: „De Alcoholic Liquors Sale OontrolAct van 1893 trad in 1894 in werking. Van 1894 tot 1908 hadden stemmingen plaats met het gevolg, dat in 34 districten het aantal vergunningen werd beperkt en in 12 districten de vergunningen geheel en al werden opgeheven. Van 1894 tot 1908 werden ongeveer 600 drankgelegenheden opgeheven, ongeveer 22 pCt. van het totaal. In 1895 was er één op 391 zielen, in 1909 één, op 687 zielen. Wat werkte deze maatregel uit ? Verbruik per hoofd in gallons: 1894. 1909. Bier. Spiritualiën. Bier. Spiritualiën. 7 0.6 9.3 0.7 Het verbruik van wijn bleef onveranderd. Maar er was een ander gevolg, n.l. toenemende dronkenschap. De veroordeelingen ter zake van dronkenschap vindt men in het onderstaande staatje. Eerst van de jaren v o o r de invoering van plaatselijke keuze: Jaar. Veroordeelingen. Per 1000 inwoners 1888 5402 8.9 1889 5152 8.4 1890 5677 9.4 1891 5188 8.1 1892 5055 7.8 1893 5048 7.6 1894 4493 6.6 En nu in de jaren n a de invoering: Per 1000 Jaar. Aantal veroordelingen. inwonerS-1895 4586 6.6 1897 5060 7.1 1899 6194 8.3 1901 8032 10.3 1903 8782 16.7 1905 8725 10.— 1907 10186 11.1 1909 10697 11.— Een Koninklijke Commissie, die het politie vraagstuk te bestudeeren had, verklaarde dan ook, dat een veel grootere politiemacht zou noodig zijn om de wetgeving in zake het drankgebruik behoorlek te doen -naleven, met het oog op de talrijke ontduikingen.</p>
	<p>Naast de in cijfers uitgedrukte feiten, staan nog eenige andere.</p>
	<p>Het aantal gevallen van aan alcoholisme toegeschreven krankzinnigheid (in de Mental Hospitals geconstateerd) steeg van 66 in 1904 tot 91 in 1908, dus met 30 procent, maar ter zake van erfelijke krankzinnigheid steeg het met 41 procent, wegens ouderdomszwakte met 152 procent, en aan gevallen met onbekende oorzaken met 113 procent.</p>
	<p>Het Gouvernement van Nieuw-Zeeland verschaft werk aan armen. Alcoholisme heet een der oorzaken van armoede.</p>
	<p>Terwijl nu in de jaren 1894—1908 de bevolking toenam met 49 pCt., steeg het aantal dergenen aan wie werk moest worden verschaft met 81 pCt.</p>
	<p>Het aantal veroordeelingen wegens misdrijf daalde van 23,6 per 1000 inwoners in 1888 tot 18,6 in 1897, maar het steeg van 20,6 in 1897 tot 31,6 in 1909! In de 14 jaren van werking der verbodswet (1894—1908) werd de politiemacht met 51 pCt. versterkt; de kosten stegen met 24 pCt. De kosten van het gevangeniswezen stegen van / 369.075.— in 1901 tot f 416.062.— in 1906&quot;. Tot zoover het strooibiljet. Die gegevens zijn toch niet geheel en al zonder beteekenis, dat zullen zelfs de totaal-afschaffers, maniakken van het aqua pura, moeten toegeven, zélfs in aanmerking nemend, dat statistieken, ook de allerbesten, steeds cum grano saus dienen te worden aanvaard. Maar dit geldt natuurlijk in iuist dezelfde mate voor de teetotallers, die ook niet zuinig met staatjes, cijfers en statistieken werken. . Waar dit vechten hier te lande op uit zal draaien, is nü nog moeilijk te overzien. Maar we zullen het spoedig weten. Vosmaer.</p>
</text>
