<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Amsterdamsche Brieven</title>
	<p>(V a n o ii z e n m cd e w e r k e r.)</p>
	<p>Amste r d nm, 13 Jan. &apos;14. Het groote kun sten a arsf e e s t.</p>
	<p>Een lang gekoesterd ideaal is dezer dagen verwezenlijkt door een feest. waaraan kunstenaars van verschillende soort hebben meegewerkt, schilders en beeldhouwers, musici en zangers, tooneelspelers van verschillende schouwburgen, letterkundigen en o. a. ook beoefenaars van den dans.</p>
	<p>Het middel om hiertoe te geraken. schijnt gevonden, doordat niet een bepaalde vereeniging dit plan had opgemaakt, — waardoor direkt geheele categorieën en partijschappen zouden zijn afgestooten, — maar door het initiatief van een, enkeling, die zich verder niet op den voorgrond plaatste. Het was de heer N. H. Wolf, vroeger photografeerend redacteur van de „Wereldkroniek&quot; (waar hij indertijd werd opgevolgd door den heer Tervooren), toen van „Het Leven en die nu den grootscheepschen titel voert van directeurhoofdredacteur van het weekblad „De Kunst&quot;, ecu, moet men zeggen, weinig invloedrijk blaadje, dat zich slechts in matige bekendheid kan verheugen. Het is aan te nemen, dat juist het kleurlooze bestaan van dezen photografeerenden criticus een aanleiding is geweest voor de artiesten van velerlei soort om medewerking toe te zeggen. In ieder geval, aau ijver heeft het hem niet ontbroken en het succes is verrassend geweest. In het groote feestgebouw „Bellevue&quot;, achter het American Hotel gelegen, waren alle zalen tegelijkertijd voor het feest in beslag genomen. Om half negen &apos;s avonds is men gekomen en velen zijn eerst om zes of zeven uur &apos;s morgens naar huis gegaan. Tot na middernacht heeft het publiek hoofdzakelijk in een tooneelzaal gezeten, waar een geweldig lange reeks voordrachten van allerlei aard werd opgevoerd. Het vermaarde sextet van het Concertgebouw-, waarbij de dirigent Evert Cornelis, gaf verschillende num-</p>
	<p>mers ten beste, de violist Leydensdorf van datzelfde orkest speelde van Mozart en Beethoven, er kwamen meer of minder beroemde zangers en zangeressen ten tooneele. Mevrouw Caro-^ line van Dommelen, van het Nederlandsch Tooneel, verraste met een Franschen monoloog, Speenhoff zong zijn nieuwste actueele liedjes, zijn vrouw andere van het lichte genre. De Centsche componnist en liederzanger Emiel Hullebroeck zette zich aan het klavier en zong alleraardigste Vlaamsche liedjes, waarbij op zijn verzoek, het publiek de refreinen meezong of zelfs meefloot.</p>
	<p>Op het program was ook Louis Bouwmeester aangekondigd, maar op het laatste moment kwam een regisseur vertellen, dat de groote man verhinderd was. Als vergoeding verscheen een jeugdig zanger met den naam Marcel Barger, die als een echte chansonnier van Montmartre Pierrot-liederen zong en acteerde. Een wonder dat jongeling een geboren Amsterdammer bleek, zoo volmaakt had hij, Natuurlijk te Parijs, zich de dictie, de voordracht en de intonatie van een echten „artiss&quot; eigen gemaakt.</p>
	<p>De dansnummers waren niet de minste. Twee juffrouwen, met name Adèle Sydow en Elsa Dankmeijer, toonden zich dankbare leerlingen van Dalcroze en de dansmeester Maurice Polak vertoonde met zijne vrouwelijke leerlingen de echte, officiëele tango, gelijk zij gedanst wordt op het tooneel en in een salon. Het was zeer afgemeten en stijf, en door het langzame tempo onduldbaar vervelend.</p>
	<p>In deze lange rij van vertooningen had één nummer het grootst mogelijke succes. De jonge modeschilder Van der Hem en de populaire karikatuurteekenaar Louis Üaemaekers traden op als snelteekenaars. Ik mag aannemen dat men iets dergelijks wel meer heeft gezien. Bij liefdadigheidsfeesten, bij fuiven van „Arti&quot; en „St. Lucas&quot;, hebben we meer dan eens Braakensiek en andere bekende teekenaars op die manier zieu optreden, nooit echter ging het zoo kwiek en handig als dezen keer. Zij werkten tegelijk, ieder in een anderen hoek van het tooneel, met onbegrijpelijke handigheid en verrassende snelheid. Terwijl Van dei- Hem aardige karikaturen maakte van Bouwmeester, Royaards, en andere grootheden van het tooneel, ontwierp Raemaekers charges van Dr. Abraham Kuyper. van den ex-Minister Theo, van Baron „Canaille&quot; en andere staatslieden. De groote witte vellen werden met het crayon op een merkwaardige manier geattakeerd, nu boven, dan beneden; soms verscheen eerst een deel van den romp, dan een kuif oi een neus, maar het gezicht het allerlaatst. Zoodat men eerst op het einde, door eenige karakteristieke finishing touches, opeens gewaar werd, wie hier werd bedoeld.</p>
	<p>Het publiek was opgetogen over deze teekenkuust vol virtuositeit. Het is duidelijk, dat hierbij een truc wordt toegepast, want de beste teekenaar ter wereld zou niet in staat zijn, op zoo groote schaal een portret te schetsen, zonder een enkele correctie. De menschen waren echter, als gewoonlijk, onschuldig dupe van dit gauwigheidje. Ik acht me niet geroepen of verantwoord, het vakgeheim dat hierachtei schuilt, openbaar te maken.</p>
	<p>Toen deze zeer gevarieerde voorstelling ten einde was, stroomden de aanwezigen naar een naburige zaal, welke door een commissie van schilders was herschapen in een Turksch sérail, met hooge witte muren, waarop Koranspreuken —verschillende onzer schilders zijn in het Oosten of althans in Noord- Af rika geweest, — de wanden behangen</p>
	<p>met mooie Perzische tapijten en overal hoekjes met koperen lampjes verlicht in den trant van Moorsche koffiehuizen. Het middengedeelte van deze zaal was voor de dansers bestemd en onmiddellijk was het bal in vollen gang. De muziek was op het geval voorbereid. Er werd nauwelijks meer gewalst, gegaloppeerd of gepolka&apos;aad. Het was alles two-step en tango, of andere moderne dansen. Nu eerst zag men de tango in zijn waren vorm en merkwaardig zoo algemeen deze mode-dans reeds bekend en beoefend bleek te zijn. Men kon hier ook de professionals van de amateurs onderscheiden, maar in het algemeen werd er zeer goed gedanst. Intusschen was een andere zaal geopend. Zij bevatte een tentoonstelling van burleske kunst, met zonderlinge proeven en parodieën op het cubisme, het futurisme en andere uitingen vau de ultra-modernste schilder- en beeldhouwkunst. Er war ■ i.&gt;-inppen in de hardste en schreeuweudsfe kleuren, portretten van dames en heeren die hun beenen uit het doek naar voren staken; eu nog allerlei andere, zonderlinge proeven van schillderkunst, die net vet als in een panorama voor een deel olieverf&apos;, voor een ander deel werkelijkheid waren. Een avondlanschap b.v. was door een midden in het doek geplaatst straatlantaarn tj e verlicht, De wanden van deze zaal vertoonden groote bloemen in kakelbonte kleuren, zoodat het er werkelijk allerraarst uitzag.</p>
	<p>Men amuseerde zich eenigen tijd met deze toekomst-kunst, maar spoedig ontstond er een rush in een andere richting. In een der kleine zalen werd het cabarel geopend, waar ecu aantal bekende zangers en zangeressen zonden optreden. In een ommezien was het zaaltje stampvol, zoodat de meesten hun geduld moesten bedwingen tot een volgende opvoering. Hier was het lichte genre aan het woord en hoe later het werd, hoe meer gepeperd de liedjes en voordrachten werden. Merkwaardig was het aantal zangers èn voordragers die elkander hier op&apos;t kleiue podium op volgden. Daarbij lieden, die men nauwelijks bijnamen kende en die toch een reputatie meebrachten uit de tingeltangels, instellingen die tegenwoordig niet meer schijnen te kunnen lioreeren zoo ze niet samengaan met den bioscoop. Verschillende dezer artisten leverden parodieën op bekende tooneelspelers, anderen deden zeer duidelijk buitenlandsche zangers na. Het aardigste was zeker de kleine, dik en rond geworden Napoleon de la Mar, zoon uit een kunstenaarsfamilie (zijn moeder is als medelid van verschillende reizende gezelschappen in Indië bekend geworden). Hij is dezelfde, die samen met het echtpaar Speenhoff -Toot succes heeft, behaald in „Zn edelachtbare&quot;, het malle comediestukje, dat als parodie was bedoeld op een burgemeester in Noord-Brabant die Speenhoffs kunst wegens onzedelijkheid niet dulden kon. Nappie de la Mar is werkelijk onweerstaanbaar komiek en met een minimum gebaar bereikt hij de dolste effecten. Als hij opkomt, lijkt het of hij er niets van terecht zal brengen. Hij doet stumperig en heeft niets in&apos; zijn voordeel, maar zoodra hij begint, zijn de menschen gevangen. Zijn gebaren zijn quasi-onhandig en stumperig, hij heeft een lichaamsgebrek, want zijn rechterarm is verlamd, maar zelfs hieraan ontleent hij een komische werking. Men\ lacht tranen, wanneer hij geheel alleen, een parodie levert op een Italiaansche opera, waarbij hij de solisten en het koor in allerlei tonen nadoet en met de zotste gebaren de helle actie imiteert. Zoo was het groote gebouw in al zijn onderdeeien vol drukte en vroolijkheid, toen het souper omstreeks half cïrie in den nacht zou beginnen. Men had nu langzamerhand gelegenheid gehad, het publiek te overzien. De ondernemer had in berichten en advertenties vooraf kenbaar gemaakt, dat alleen kaarten op naam zouden worden verkocht, om ongewTenschte elementen te weren. Het zou buitengewoon chic en elegant zijn, een kunstenaarsfeest, waarop uitsluitend de beau-monde zou verschijnen ! Den dag te voren kon men lijsten inzien met de deftigste namen en daaronder die van een echten graaf! Later is gebleken, dat &apos;s mans grafelij kheid niet wasecht was en hij het eerzame beroep van boekhouder op een klein kantoor vervulde. Buiten die paradelijsten waren er echter nog andere, want de artisten stonden afzonderlijk geboekt. Het resultaat is geweest dat men zeker nooit te voren zulk een merkwaardig gemengd publiek bijeen heeft gezien. Zeker, er waren deftige Amsterdammers, met goedklinkende namen, mannen van de Beurs en den grooten handel, en zij hadden hunne wederhelften en hunne dochters meegebracht, maar de groote meerderheid bestond uit vertegenwoordigers van de kunstwereld en le monde oü on s&apos;amuse. De schilders waren, voorzoover zij in den echtelijken staal verkeerden, door hunne echtgenooten vergezeld, de overigen door hunne hartsvriendinnen. In een klein gezelschap zou dit eenigszins gênant zijn geweest, in deze groote menigte nam niemand er aanstoot aan.</p>
	<p>Er was één tafel, die algemeen de aandacht trok. Daar zat een dikke Baba omringd door een stoet van volgelingen en mooi gekleede jonge meisjes die altijd lachten. Hier werden stroomen champagne geschonken en het ging er vroolijk toe. Het souper wilde niet recht vlotten, want in de keukens had men blijkbaar op zulk een toevloed van bezoekers niet gerekend. Men moest wachten in den treure, de strengste orders werkten niets uit en zoo liepen vele heeren eindelijk ten einde raad naar de keuken, om voor hunne dames te halen wat ze maar krijgen kouden. In dien toestand werd ook onze Baba ambulant, hij liet wat men zijn,,harem&quot;&apos;noemde, in den steek en zette zich in een anderen hoek van de zaal, waar hij opnieuw champagne bestelde. Spoedig troonde hij zelfgenoegzaam in het midden van een troepje nieuwe bewonderaars en vereerders en het duurde niet lang, of de Tsiganen-kapel. die met meesleepende populaire wijzen de hongerende menschen in de goede stemming hield, verplaatste zich in de richtingvan den champie-drinkenden Chinees. Het was een on vergeeflijke vertooning. De bruine muzikanten maakten diepe buigingen en wanneer hij met een genadig gebaar ziju toestemming had gegeven, omringden ze de tafel en fiedelden extra voor hem. lederen keer als een nieuw mopje ten einde was. kwam een der Zigeuners in diep gebogen kromming naar hem toe en de Baba deed een greep in zijn vestjeszakje en stak zijn slappe handje toe. Dan brabbelden de bruine- bedelaars grinnekend onder elkander en speelden een nieuwen deun. Het heele publiek had schik in het tafereel en de Chinees liet het zich alles welgevallen. Hij speelde den mandarijn, voor wien men den „kowtow&quot; maakt. Hij was een deihelden van liet feest en eerst zéér laat, zegt men, heeft hij „zijn harem&quot; in in een reusachtig grooten auto naar ziju sérail teruggebracht.</p>
	<p>Het is voor velen zeer laat gewor-&apos; den, want wel was er omstreeks vier uur een groote uittocht, maar zóó talrijk waren de feestvierenden dat de danszaal nog uren lang stampvol is gebleven, zonder dat men de reeds vertrokkenen miste. Het feest heeft geleerd, dat het mogelijk is, in Amsteidam een buitengemeen gemengd publiek bij elkander te brengen, vertegenwoordigers van de meest uiteenloopende kringen en coterieën, zonder dat de menschen voor elkander den neus optrekken. Ziedaar den verbroederenden invloed van de Kunst. Het is een mijlpaal geweest in de geschiedenis van het uitgaand Amsterdam en het smaakt naar méér. OMEGA.</p>
</text>
