<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>OFFICIEEL GEDEELTE.</title>
	<p>U-l heeft den Koning behaagd, bij onderscheidene Besluiten i&quot;. Deu Heer Luitenant-Generaal A. F- Meijer, het • besl voerende in het ude groot Militair kdmmando, onder eer«cl o tsiag uit die betrekking, in gelijke hoedanigheid over plaatsen in het ade groot M ilita.tr kommando, en aan den **r Luitenant-Generaal J. vuri Gein, het bevel in eerstge•^md kummftndo op te dragen. a. Te benoemen: I Tot inspecteur-Generaal vau liet korps Koninklijke Mare taussc. , üelast met het bevel over hetzelve , den Generaaf iajoor F N. L, Aberson, plaatselijkeu Kommandant van de le klasse , te Amsterdam , en Opperbevelhebber der Schutterij; II dier stede, uit welke tweeledige betrekking voornoemde eiieraal Majoor eervol is ontslagen. Tot Generaal-Majoor en plaatselijken Kommandant van de ie klasse , te Amstendam, den Kolonel/. Hubner, komman &apos; «rende de gde afdeeling Infanterie. Tot &gt;.do Lui.euaats bij het wapen der infanterie, dienstdoende iii de Oost Indië, de Adjudanten Onder-Officieren \ cic Bakker, van Je _de afdeeling Infanterie, en M. Sprank, i-n de óde .ifdeeliig Infanterie; de Serjauten-Majo.is &lt;ƒ. $lom, van de 7de aï&apos;dee ing , J. L. Schouten, van de 12de (fd-eliug, en J. J. Sctiaefs , van de isde afdeeling Infante-ie; &apos;sm**de de Adjudanten Onder-Officieren J, vun Hfujn en ;• -V, Jorheen, beide van de i/de afdeeling Infanterie;-./. i&apos;trinrd, van het algemeen de;&gt;ut der Laiidmagt n°. 33, en &apos;■ fVesterbaari, van de koloniale Infanterie, mitsgaders den le.r J. Alting Siberg. \ , )f. In hnunen rang eu anciënniteit over te plaatsen bij het japen der Infanterie in Oost-li.dië, don isten Luitenant*-Wartier_nee_ter J. Tuijnmm, vau de wde afdeeing Infanterie, hl den 2den Luitenant G. D. Herr, van de 3de afdeeling ■&apos;iimterie. I°. ■ Abnede, in zijnen rang over te plaatsen a la suite bij het 16-eimnl Lanciens , den 2 den Luitenant C. 11. F. Baron van . Capellen, van bet detachement expedilionnaire Kava&apos;erie; s°. Op het daartoe door hen gedaan verzoek, eervol uit Eer. dienst te ontslaan, den tsten Luitenant ft. E. de Leu \emans, van de 16de afdeeling Infanterie, en ie 2de Luitejiants ƒ. A. van Üretschmar en H. J. Ruiken ,respectivelijk fan de 2de en 11de afdeelingen Infanterie. 6&quot;. Den aden Luitenant /. W. D. van Alphen, van de J4de afdeeling infanterie, op het daartoe gedaan verzoek, ft den dienst te ontslaan. apport van Zijne Excellentie den Luitenant Goul verneur Generaal, aan Zijne Excellentie den Minister fan Slaat, Kommissaris Generaal. Magelang, den zjeten jung 1829. Mijn laatst verslag aan Uwe Excellentie, omtrent de . lijgsverrigtingen, was van den i6den dezer j-*-ik heb de fcr, door dezen, hetzelve te vervolgen. Om de zuid van Djocjokarta blijven de zaken voortjkirend voordeelig g-&lt;an. De redoute te Kretek is vol- Jooid, en beantwoordt volkomen aan het oogmerk. De posten welke men op den Goenoeng Pring aanlegt (in ttiijn rapport van den gden juui reeds .voorloopig ver- Hield), schijnen almede aan de verwachting te beantwoorden , alzoo de muitelingen zich vau daar hebben terugptrokken. Nu zal zich de kolonel Cochins nog onledig Kouden, met het aanleggen vaneene versterking te Bran-. -i-, aan de monding van de rivier Ogo en de Oepak ,!. degen, door het in bezit nemen van alle welke positien, .men Üe hoop mag voeden, dat de vijand het voortaan niet meer Kal durv_n ondernemen, om zich nog met eenige magt lü, het zuidergebergte optehouden, welk gebergte ook iv Vroegere oorlogen als een der meestgezochte, en een der veiligste schuilplaatsen voor de muïtelingèn van dien tijd gestrekt heeft. &apos; Ten einde den aanhang van den hoofdmuiteling aan *!&amp; kanten van Len gis. (door Zijn aanwezen in die Hreken sedert eenigen tijd eenigzins- vermeerdert) te ver&quot;linderen, heeft de kolonel Cleerens, hoezeer hot terrein aldaar&apos; nog hoogst ongunstig is, de 6de en 7de •nobiele kolonnes, dezer dagen, eeuige mouvementen nabij He groote dessa Warm en andere plaatsen doen volbrengen, waariuj de vijand nog al een aanzienlijk verlies geleden heeft, vooral op den dag van den i7den, wan- Ver de kolonel tegen eene magt van nagenoeg 1200 -Han gevochten heeft. Hij heeft den vijand die in verscheidene rigtingen met vrij veel stoutmoedigheid , was komen] opr.&apos;kk.n, op alle punten verslagen en verstrooid, zo.&apos;1 dat &gt;ok als een gevolg van dit belangrijk gevecht Die/ia^ \&apos;eg-&gt;ro, volgens eenstemmige rapporten van verscheiden 1 kommandanten, verpligt is geworden, bovengemelde stre-&apos;ï ken te verlaten, en zich den ïgden langs Wawar en» Kai1 Hanga naar den linker oever van de Bogowonlo&apos;terug te trekken, zich thans bevindende in dat kleine;! gede.l.e van de Matarm, hetwelk door onze troepen V nog net bezet is,. De I oionel had, bq gelegenlïeid dezer expeditie, doen | beprcjien, of het niet mogelijk was, om eenig*. praau-4 \ wen ielialen, op welke zich vele voorname vrouwen cnv andefe vlugteJingen bevonden, en den overkant van^ de rawa trachten te bereiken, üe Inlandsche : luitenant Sariman, die daartoe met eenige schut*4 ters eu Boetonnezen , op een aantal kleine praauwtjes ge-v emb akeerd werd, koude echter, door deu feilen stroom, zijni oogrierk niet bereiken. Er zullen zoo mogelijk eenige|j) maau&apos;-gelen genomen worden die den vijanden eenen veilf-S gen-itogt langs deze groote rawa, voortaan zuilen moeqe-.j lijk aaken. De kolonel Cleerens blijft vooreerst met zijne&apos;] onderhebbende troepen te Dandan en Schroehoe positie^ houden. Hij b* schermt tevens daardoor de bevolking ten* west&apos; n van de mier Djalie. Hij betuigt weder zijn tevredenheid over officieren en&apos;] .happen, die gedurende verscheidene dagen de meeste activ &apos;ril hebben aan den dag gelegd. Zijtien adjudant, de lui—| tenant Jdutechler, prijst bq inliet bijzonder; terwijl door f: den kapitein Gennet, kommandant der mobiele kolonne £ no. / , de serjant majoor de Boer en de korporaal Meu- \ manns, loffelijk worden vermeld. Hft aanzienlijk aaantal hulptroepen, dat ons door de&apos; ijverige inedewtrking van den&apos; Besident van Menado, den h..i Piet e inlaat, successief is toegezonden geworden,&apos; bewijst voortdurend de beste diensten , en onderscheiden zich .leze, hoezeer nog niet veel geoefende jonge militairen, telkens date Eir**d en goeden wil. De majoor Michiels heeft mij gerapporteerd , dat de benting te Merden, weder door een vrij aanzit,; ijk aantal muitelingen is aangevallen geworden , maar dat deze a; nval gelqk vorige malen, door de goede disposiïïbn van I den kommai-dant dier redoute , den luitenant van P&apos;ipp&apos;l, en de ijverige medewerking van zijne bezeiting , bok; door de goede diensten van den barissan, is verijdeld geworden , en de vijand daarbij een tiental dooden gehad heeft, onder welke zich een pand&apos;jic beyond. De majoor Michiels zal zich, met&apos; de ude mobiele kolonne, na die streken begeven, om gemeenschappelijk met de troepen in de tiagelleen en Banjoemaas te ageren. -</p>
	<p>Hij heeft mij ook rapport gemaakt, van eene, pntmoeting met eenen troep muitelingen in het distrikt Sidagoë (residentie Pekalongang) voorgevallen. Na dat de luite-v nant van rf&apos;olzogen, kommandant van /-V&apos;&quot;nojjn&apos;o, doOP den kontroleur der afdeeling Soeba, Leviseon tijding had &quot;bekomen, dat een tioep muitelingen zich te PVonobodro bevond, was hij den i4den met genoemden kontroh&apos;nr en eene gezamenlijke magt van 65 pradjo.rits, 16&apos;djaijang sekars en drie europeanen, benevens den Demang van Kalieealak met zijne loerahs derwaarts opgerukt. Te zeven ure &apos;s morgens bevonden zij zich voor de meergemelde dessa IVonobodro en ook eensklaps vlak voor de niuitelingen , die een groot geschreeuw aanhieven , waarop de voorste manschappen, 6 ii front, dadelijk vuurden, echter 7.00 nabij den vijand zijnde , dat zij niet op nieuw konden laden, en, daar oogenbliklqk de achterste op de vlugt gingen , was het den drie europesche manschappen , die voorop waren, niet doenlijk, alleen te blijven staan, en het wierd alstoen eene algemeene vlugt partij, waarbij ongelukkig een europeesch soldaat, benevens een inlands* be luitenant en S pradjoerits, het leven verloren, of ten mi; ste vermits geraakten, met hunne wapenen. Op de tijding, aan den luitenant N ieland, door den Resident van Pekal t&apos;gang medegedeeld, dat do mnitólingen zich te Wonobadro bevonden, had deze officier, kommandant van Batloor , zich alndede onverwijiu met 60 pradjoerits en 3 europeanen op weg beg.ven, en was na een zeer moeijelijken inarsch, insgelijks den ii tegen 2 nre [n de nabijheid der meérgenO-üide dessa &apos;Ponohoi.o b-&gt;&apos;ugekomen, waaruit Hena de vijand stoutmoedig -e SemueC (ad , bij zich Voerende een geele paijong en eenige vlagden. I oor embuscades in het doorsneden terrein bevreesd, pende de luitenant op 200 passen zijn vuur, met de ,&apos; jorste, in front kunnende staan, vijf a zes man, die &gt; aarmate zij afgevuurd hadden, &apos;geregeld achterwaarts I rokken om te laden, en door andere werden ver, »ngen. Op deze wijze een gestadig vuur onderhoudende, aderden zij den vijand, van 5o tot 5o passen stilstaande, armeer eindelijk, na ongeveer drie kwart ure vechtens, en na j at de dragers der vlaggen, en naar het schijnt verscheij ene hunner hoofden waren gevallen, de muiters de viugt j amen, achterlatende 20 dooden, benevens gemelde pa&apos; ong en 2 vlaggen. De luitenant&apos; Nieland trok thans de lessa PVonobodro door .^n in Missigit werden vele lansen &apos; n andere wapenen en goederen door den soldaat prijs emaakt. Aan de overzijde, buiten de dessa, stond op I, ïieuw de vijand op eene hoogte geschaard, met drie vlag- I; ;en en een tomraongongs paijong. De luitenant Nieland narcheerde op d&apos;enzelven in, zonder een schot te doen, naar de vijand scheen den moed ditmaal te hebben veroren, en vlugtte, de vlaggen en paqong wegwerpende. De /ijand wordt op 200 man begroot. Zonder een dooden .noch gekwesten te bekomen, zijn alzoo 5 vlaggen en 2 :_aiiongs op den vijand veroverd, terwijl hij geheel ver.trooid is geraakt, &apos;en vele muitelingen door de bevolking ; _ij&lt;- opgebragt. 1 De opinie van den majoor Michiels, die zich met eeltige versterking ter plaatse begeven heeft, is, dat, aangezien de paijongs eu vlaggen geheel nieuw zijn, en zoo gemakkelijk in onze handen gevallen ziju, het geene ware , muitelingen zijn geweest, waarmede onze troepen zijn • plaags geweest, maar alleen eenig slecht volk is, dat in de Djaiiarangkasche landen te huis behoort. Eene meening Welke de majoor-te g&apos;-re.delqker heeft kunnen aannemen, omdat het hem anders moeijehjk valt te verklaren, hoe een ,troep nagenoeg 200 man sterk, een pangerangs paijong en Verscheidene vlaggen voerende, zich zoo eensklaps, niet jyer van eender Hoofdnegorijen vau gemelde residentie, (heeft kunnen vertoonen. Het rapport dat ik van deiresident van Pekalongang omtrent het plaats gehad hebibende ontvangen heb, verschilt in zoo verre met dat vau den majoor Michiels, dat niet, gelijk, de pangerang van Batang aan den resident heeft gerapporteerd, het door den luitenant Nieland behaalde voordeel zoude toeteschrijven zijn aan het mouvement, door hem luitenant in den rug des vqands volbragt, op het oogenblik dat de barissan van Sidaqoe ,stond aangevallen te worden, m__r wel, dat dit geheel en al een gevolg is van het kloekmoedig beleid waarmede de luitenant voornoemd den vijand, die zich overwinnaar waande, te PVonobodro zelve herhaaldelijk heeft aangevallen en eindelijk verslagen, waarom hij dezen officier met veel lof vermeldt, terwijl door dezen de serjant Sjjillebout en de korporaal lorenbue, beide van den ißden afdeeeling infanterie, voor derzelver bewezene diensten almede zeer geprezen worden. .Verder heb ik de eer, uwe Excellentie te rapporteren, dat in den omtrek van de benting Kalibawang eenig volk is opgeruid geworden, en zich een oogenblik als muiteli-ngeu heeft opgeworpen, doch dat hetzelve ook weder Spoedig tot rust en orde is teruggekeerd, alzoo de barissans van Minoreh, met een detachement infanterie onder den luitenant Heijmanns, spoedig zich ter plaatse hadden begeven , terwijl gelijktijdig door den majoor Ten Have, eenige troepen, ouder denUuitonant Rolh, almede der* waarts van Wadas waren gezonden geworden. Eindelijk kan ik dit rapport besluiten door weder ter kennis van Uwe Excellentie te brengen, dat. zich nogmaals eenif? volk onderworpen heeft, als bij den majoor Bauer van een pandjie en een ingeneij, benevens twee geweer dragende manschappen , alle komende van den barissan van pangerang Pakoe Ningrat, en bij den kapitein Prager twee kleine hoofden en 7 manschappen met gewerea en pieken gewapend en 1 vaandel. De Luitenant Gouverneur Generaal, DE KOCK.</p>
</text>
