<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>KUNST. Jubileum L.H.Chrispijn.</title>
	<p>Het huwelijk van Figaro. Spring-levend gebleven 1 Do liefde sneeuwt door de atmosfeer van dit oudo blijspel als zaadpluis van zomerdronken paardeblommen. Figaro en ziju belaagde Suson; Marceline en Bartholo en onzo rare vriend Bazile. graaf Almaviva die in all© huisjes Eau aijn erf «aar jong goed speurt en geen zit heeft tot ze volwassen zijn- dan dio kleine apotheose der verliefdheid Chérubin, sluipende door de vrouwenkamers on plukkend van alle hoven.... Stoufcigheid, heel wafc meer dan sommige gemoederen verdragen willen, maar in ecu geest geboden, zoo jong als ten eersten dag. Vreemd dat do zoekende tooneel directies deze bloem zoo lang aan den weg lieten liggen. In een eeuw werd de Manage ten onzent, zegt men, niet gespeeld. Heeft men tegen de noodzakelijke bekorting opgezien, bang&apos;te raken aan wat klassiek en geheiligd was. Of geducht voor de zoo bij uitstek Fransehe allure van dit verdichtsel, zoodat men het liever overliet aan hefc Théatre Fransais ? Wat ervan zij, Ohrispijn heeft men de eer gelaten voor zijn jubileum den schat te hervinden. Hij heeft den moed gehad erin te kappen tot het een speelbaar geheel werd van vijf goedloopende bedrijven, die op een bekwamen tijd zijn afgespeeld. Chrispijn heeft niet den moed gehad, als regisseur &apos;zonder compas op zeil te gaan. ~Mise en scène van het Théatre Frai^ais&quot; leest, men op het programma on dat kan ik maar betrekkelijk een aanbeveling noemen. Wanfc eerstens zal het met zooveel geringer middelen — om te- beginnen levend materiaal — als _ op het Leidscheplein beschikbaar zijn nimmer gelukken een eenigszins toonbare reproductie te krijgen van wat ginds als dagelijksch werk wordt geboden; ten andere: de traditie welke men wil volgen heeft voor ons, Nederlanders, geen traditioneele waarde, zoodat hare beteekenis ons eenigermate ontgaat. Zooals wij de Mariage toen we als jongo menschen pleizier om te lezen hadden, hebben gelezen, voelen Ve &apos;t als een rank en luchtig spel vol vroolijkheid, vol scherpte ook, een bos rijs op den brandstapel der groote revolutie, waar tegelijk een fijne geur afkwalmt alsof het reukhoufc waar. Den gewiksteu Figaro, vol onuitputtelijken luim en Suzanne met haar rap tongetje:&apos;hun gaven we onzen bruiloftszegen en met hen malden wa door vijf van lust overvloeiend© bedriiveu, bedottend den graaf met zijn droit&quot;du seigneur, en de rechters, en wat er verder als ernstigs en eerbkdwaardigs poseert ; de jonge gravin herkenden we uit deu Barbier vau toen de nu op andere avonturen gespitste Almavina haar nog met Figaro&apos;si hulp aan de hoede van haren voogd ontfutselde, en al wafc zij onderneemt om haar echtv&apos;riend te foppen ondernemen wij mee. Wat Chérubin betreft, fcekoorlijker wezentje is er in de wereldliteratuur nauwelijks geschapen, deze Don Juan onder de jaren, deze jeunesse qui savaifc! 0 &quot;hoe daar allemaal Hollandsch van te maken! Namen-noemen schijnt al wel haast critiek. Heeft die heele reeks van spelers geleefd in den geest dezer fleurige ballade • heeft zij do figuren dezer dwaasheid-volernsfc ons overgeleverd, gebonden in één stijl, zoodat daar iets te leven kwam van een vizie van onzen tijd op dien vorigen. Neen zulk een schoone gebondenheid is ons niefc geboden. Wafc niet wegneemt, dafc men vol waardeering kan terugdenken aan den rappen Figaro van jubilaris Chrispijn, mevr. G. de Vos—Poolmans vroolijke Suzette, Hunsche&apos;s grappigen tuinbaas en den Brid&apos;oison van Schulze, wiens verschijning telkens de vroolijkheid merkbaar verhoogen kwam. Van verschillende andere spelers kan men zeggen, dat zij de opgave, de figuren van Beaumarchais&apos; verbeelding lichaam te geven, met veel ijver hebben volbracht. Opgeleid door mevrouw Gus t a De V o s—P ooi ma n, etend de jubilaris te middernacht, omringd door een aantal confraters en de leden der feestcommissie, op het tooneel. Namens die huldigingscommissie voerde professor J. A. van Hamel het woord. Het dóet spreker genoegen, dat hij den heer Chrispijn kan huldigen en hij zal beginnen mefc hem in de lauweren te steken. Spreker zou den jubilaris velerlei lof kunnen brengen, die ten slotte toch niet voldoende zou zijn. Het is mij nu begrijpelijk, zegb spreker, waarom ge de rol van ~De Veroveraar&quot; niet en die van ~Figaro&quot; wel ■voor uw jubileumavond hebfc gespeeld. In u steekt iets van een Figaro, van den gladden vogel, die in de lucht is gestegen en alles heeft bezien met een vrijen blik, maar toch ook met een kunstenaar-blik. Ik breng u hulde als acteur, als auteur en als regisseur.</p>
	<p>Dan herinnert spreker aan vele rollen, door den heer Chrispijn gespeeld en hij brengt hem hulde voor zijn rusteloos streven. Veertig jaar geleden begonnen met een kleine troep, heeft Chrispijn in lateren tijd de moderne tooneelkunstenaren op den voorgrond gebracht enthans een plaats veroverd, die, al is ze ook niet altijd een dankbare, toch eene is van belang. En dan hoopt spreker, dat de heer Chrispijn mee tal maken, dat de regie van ons tooneel niet zal veramerikaniseeren, waarvoor wel eenig gevaar dreigt. Dat niet door het verfcoonen van excentrieke, wonderlijke dingen naar effect zal worden gejaagd.</p>
	<p>Dit ten negatieve. &apos;En ten positieve, dafc de jubilaris nog langen tijd mee zal mogen werken om èn door persoonlijk spel èn door zijn leiding velen te ontroeren. Spreker bood den jubilaris een enveloppe met inhoud, een album, waarin ook de namen van vele Indische vrienden waren opgeteekend, en een teekening van mej. Lizzie A n si n gh, voorstellende den heer Chrispijn in de rol van Figaro.</p>
	<p>De heer P. W. de Leur heeft weinig vormoed, dat hij nog eens met den jubilaris a.ls regisseurs van de Koninklijke Vereeniging voor het voetlicht zoude staan. Ge hebt een goeden naam in heel ons vaderland eu je talenten worden gewaardeerd tot in Indië toe, zegt spreker. Je hebt veel gedaan voor den bloei van het tooneel eu menig jong kunstenaar heeft gijn opkomst aan je te danken. De Raad van Beheer zag je vier jaar geleden uoode heengaan en bij je terugkomst werd een hartelijk welkom je toegeroepen. Ik bied je namens den Raad van Beheer de veertigjarige herinneringsmedaille en met deze lauweren spreekt hij uit, wat je voor goeds •wordt fcoegewenscht.</p>
	<p>Namens de confraters voerde Jan C. de Vos het woord.</p>
	<p>Professor Van Hamel, zegt hij, zou geen professor zijn, als hij je niefc hatt behandeld, zooals hij dat gedaan heeft an dat spaart mij de moeite om jo een heeleboel vleierijen te zeggen, waarom wc toch maar morgen zouden lachen. Namens bijna alle collega&apos;s van het Necrlandsch eu confrères van andere fcconeelge__._-I_.appen, bood hij tem makkelijken _•»*■. ren fauteuil, ~een mooi ding, waarvoor de artisten van het plein het geld bij lange na niet. bij elkaar hadden&quot;. Maar — &apos;t bedrag was er toch gekomen. En de heer De Vos las vele namen voor van deelnemers. De nadruk werd gevestigd op dien van Hénri Poolman. Jan C. had Chrispijn en. Hein saem nog in de kindercomedie bij Mok Ver.vocrd zien spelen en braaf om het tweetal gelachen.</p>
	<p>Bij den stoel was nog een „Tantalus&quot; voor versnaperingen. Toen sprak mr. P. W. d e K o n i n g namens het ïooneelverbond. J. Louis Pisuisse namens den Nederlaudschen Kunstenaarskring (de heer Boub e r g Wil son, voorzitter dezer vereeniging, was verhinderd wegens ongesteldheid) en voorts namens collega B 1 okz ij 1 als herinnering aan het prettig samenwerken in Indië. Kransen werden overhandigd bij vee^ vriendelijke woorden, ook bij die, welke namens het Amsterdamsche Studentencorps en de Amsterdamsche Stndententooneelvereeniging werden geboden. De heer De Leur droeg toen nog lauweren aan namens „Het Tooneel&apos;% Stoel en Spree; Louis Bouwmeester; De Tooneel vereeniging Willem Royaards; Nap. de la Mar; Eduard Verkade e nechtgenoote; Solser en Hesse; Frascati (dir. Prot); Gebroeders van Lier; de jonge maatjes van de Tooneelschool; de Schouwburgvereeniging te Arnhem; Kinsbergen en Swaab. En vele telegrammen, wel honderd stuks, lagen in do tot ontvangkamer geïmproviseerde kleedkamer van mevrouw Mann—Bouwmeester op den jubilaris te wachten. De heer C h r i s p ij n, in &apos;fc jolig pak van Figaro, dankte allen voor de betoonde hulde.. Dansavond. Na Loï© F ulier, Isadora Duncan, Lily Green Neen, zoo komen wij er niefc. Dafc was te anders. De twee Wiesenthaltjes, dié wij gisteren in den Hollandschen Schouwburg te zien hebben gekregen, zijn een paar allerliefste danseressen, waarschijnlijk eens balletteuses, die uitmuntend walsen. Haar bewegingen zijn van nature bevallig, de houdingen van haar welgevormde lichamen sierlijk. Zij dansen met entrain, levendig; er is iets blijs in haar elastisch bewegen. En het is aangenaam daarnaar te zien, zonder ons er in te verdiepen of zij het karakter der muziek, waarbij zij dansen, goed vertolken. Öat de dans uit Schuberts Rosamunde zóó werd gedanst en niet anders ■— ik zou niet weten te zeggen, waarom het was. De Valse Noble van Schumann, door Elsa alleen gedanst in lang sleepend gewaad, had meer het karakter van de muziek, al deed nog wel eens een armbeweging vreemd aan. Maar walsen, en dan zoo, dat zij van haar kleeren goed gebruik kunnen maken, dat is het ware voor deze danseressen. En dat mooi, plastisch mooi doen * dat is blijkbaar wat zij willen. Den wals uit Faust hebben zij gedanst in lange witte, zeer wijde ploóijurken, die om haar heen zwierden en golfden, en dat was prachtig: tegen het fond van grijsblauwe stof waarmee heb toonee. behangen was, deden, zij als zeer fijne Wedgwood-figuurtjes. . .</p>
	<p>Daarmee hadden zij moeten eindigen en niefc met het tamelijk ruwe gespring op Offenbach-muziek, dat wel een Einlage in een tweede-rangs operette-voorstelling leek. En de twee Strausswalsen na do pauze, beide zeer gracieus gedanst, zouden in dien Faust-wals een niooien climax gevonden hebben. De zeer afwisselende en bijna alle mooie costumes waren mefc behult&gt; van de titels der muziekstukken goed gekozen. De heer Leopold Binder scheen het orkest nog niet best in de hand te hebben. Maar dien Faust-wals zullen wij bij onze mooie herinneringen aan andere dansavonden goed bewaren. Gio. Eembrondt-TJieater. Zaterdag 16 dezer eerste opvoering van de nieuwe succesvolle operette „Het meisje van Montmartre&quot;, in drie bedrijven van Georges Feydeau en liudolpli Schanzer. Muziek van Henri Berény. Vertaald door Iska Guydel. De hoofdrollen worden vervuld door de dames: Sophie van Dijk, Kohier etc., en de heeren: Kreeft, Kohier, Eiehl, Moes, Vos, Alexanders, Onstee etc. Het geheel onder leiding van kapelmeester A. Pee vs. Diligentia-coneert. Men meldt ons uifc &apos;s-Gravenhage: Joan Manen, de solist van hefc negende Diligentia-coneert, een veelzijdig kunstenaar, die niet alleen de reproductieve kunst beoefent maar ook naar componistenroem streeft, toont als violist een merkwaardige overeenkomst tusschen innerlijk en uiterlijk; zijn spel is als zijn verschijning: artistiek verzorgd tot in de fijnste details, beschaafd en gevoelig met een neiging naar het weeke. We willen met dit laatste niet zeggen dat zijn gevoeligheid in zoetelijke sentimentaliteit ontaard is; daarvoor heeft Manen te. veel intelligentie en intuïtie voor de juiste maat, die de sentimentgeving binnen de perken houdt. Zijn techniek is volkomen gaaf en prachtig ontwikkeld; elke neiging tofc het uiterlijk virtuose is hem vreemd en van zijn toongeving gaat een groote bekoring uit.</p>
	<p>Toch zijn dafc niet de eigenschappen die hem tot een ideaal vertolker van Beethoven&apos;s vioolconcert doen zijn ; daarvoor is zijn toonvorming te weinig breed, zijn rhythmisch gevoel niet kernachtig genoeg en zijn aard te uitsluitend aangelegd op schoon-1 beid van spel als zoodanig- gevoelsdiepte neemt men niet bij hem waar. Hoe onberispelijk hij hefc concert overigens ook vertolkte, we voelden meer sympathie voor zijn voordracht van Saint Saens&apos; „Introduction et Rondo Capriccioso&quot;, een werkje dat zich geheel aanpast bij Manen&apos;s karakter en dat daardoor zijn bekoorlijke uitwerking niet miste. En men heeft den kranigen violist geestdriftig gehuldigd. Maar we hadden nog meer solisten. Vooreerst den hoboïst Van Emmerik, die de obligaatpartij vervulde in een concert voor strijkorkest met hobo-solo van Handel ©n met zijn stijlvolle vertolking en fraaien, voornamen toon aller harteu veroverdevoorts Van Isterdael en Hofmeester, resp.&apos; cello- en alt-solist in TÏichard Strauss&apos; ~Don Quisote&quot;, dat rijke en geestige werk, welks vertolking niet alleen den solisten, maar ook den dirigent en hefc geheele orkest. veel succes bezorgde. Het slot. was de e©r_te __it_a__ru.fi itt sl*%» zen kring van Strauss&apos; „Feierlicher Ein*0* der Ritter des Johanniterordens&quot;, jam**&quot;e&apos; genoeg niet in de aangekondigde bezetti*&quot;-voor koperinsfcrumenten en twee pauk* maar in het door Strauss zelf vervaardig* arrangemeni voor groot orkest. Een nu*** kaal niet zoo geheel belangrijk ge-eg&quot;1&apos; heidswerk, maar niet Strauss&apos; bekend n»* terschap schitterend geïnstrumenteerd; e* klankschoon en plechtig besluit van W* concert.</p>
</text>
