<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>UITGAAN. Flora: De Vogelkoopman.</title>
	<p>De vogelkoopman vent zijn gevederde zangers in Tirol, en heeft het zelf van de Weeromstuit op zijn stembanden, maar niet in de heesche beteekenis van het woord — integendeel; Emil van Bosch, die deze zware rol speelt, is bijzonder in zijn element, en zingt zoowel met Bertha Verzwijfer als met Karin Bohde (die de twee vrouwelijke hoofdrollen vervullexf. met zoovcol kracht-en bravoure, maar ook met zooveel juist begrip on zuiverheid, dat de zaal hem keer op keer spontaan toejuicht, en zonder medelijden met do hoeveelheid liederen dio hij over het voetlicht heeft te brengen, om herhaling van de succesnummers klapt.</p>
	<p>Niet^ alleen wat het aantal liederen betreft, staat Emil van Bosch hier voor een zware taak, maar ook geoordeeld naar de technische eischen die aau hem, den bariton, die hooge e&apos;s moot halen den boelen avond door gesteld worden, heeft een operette-zanger zelden zulk oen Jast op zijn schouders, of eigenlijk op zijn keol, gekregen. De vogelkoopman is met één woord een glansrol van Emil van Bosch, en alleen al om hem te hooVen, moet men deze uitstekende operette gaan bijwonen.</p>
	<p>Maar om hem niet alleen. In de eerste plaats 18 dit geen operette die met kleurlooze foxtrotjes is volgestopt, maar een dio klankcnwecldo on schoonheid brengt; in do tweedo plaats heeft men alle rollen door goede zangers en zangeressen laten bezetten, waardoor „De Vogelkoopman &apos; geheel tot zijn recht komt. De inhoud is, als van bijna allo operettes, haast niet de moeite van het vertellen waard, de grapjes zijn voor het geachte publiek van a.d. 1926 geen grapjes, meer, doch opval sol, maar de melodieën wijn mooi en pakkend, en worden zoo goed Gebracht als het in „Flora&quot; voor dezen misscluèn nog nooit is geschied. Er zijn drie paartjes, dio eerst voor een iirc-Isclie herberg, en daarna in een hertogeijk paleis, verward raken in de strikken der heide en in hun eigen ontvlambaarheden. In de .eerste plaats is er de koopman met zijn Chnst 1: Emil van Bosch en Bertha Verzwijfe&apos;r; dan: een jonge graaf en oen keurvorstin: Jean Jeanssens en Karin Rohde; en ten slotte een oude baron.en een aftandsche barones: Kalman Knaack en mevrouw do la Mar—Klopper. Dezo zes met het vuur van de liefde spelende dames en heeren verwisselen nogal eens van toekomstplan wat hun eventueele echtverbintems betreft, en weten twee bedrijven met hun hart geon raad. Maar in het derde volgt de sebruikelijke samenvoeging van soort bij soort, doch dit alles w bijza..k. Waar het op aankomt .s de zang, de welluidende muziek van Carl Zeiler, uitmuntend gesjiceld door het orkest ondor leiding van H. Davids, do fleurigheid waarmee alles van stapel loopt, do gang die erin zit, de goedo HoUandsche tekst van Felix Haveman de juiste regie van Max Gabriel. Bertha Verzwijfer verovert weer alle harten door haar spontane vrijmoedigheid, door haar prettige stem, haar gezellige gebaartjes. Haar danscapaciteiten komen c&apos;itmaal weinig uit want wat do dans betreft, is „Do Vogefkoopmar oen eenzijdige operette: er wordt haast niet gedanst. Karin Rohde, oen Duitsche operette-diva die opmerkelijk zuiver Hollandsch spreekt, heeft een fnjie, melodieuze stom, en een prinsesselijke gestalte, maar zo scheen in den aanvan&quot; wat nerveus, wat niet naliet haar zang ongunstig te beïnvloeden. Allengs werd de nervositeit bedwongen, en toen paste ook zij volkomen in het kader. J</p>
	<p>Jean .lanssons is de operette-tenor bij uitnemendheid; hi, zn,?t niet alleen fraai, maar hi.| draagt bovendien zijn uniformen goed. Mevrouw do la Mar e_i Kalman Knaack zorg! den voor een paar koddige intermezzo&apos;s, „u verschillende kleinere rollen waren almede goed bezet. PK</p>
</text>
