<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Kunst en Wetenschap Lehar&apos;s „Die Lustige Witwe” Opgevoerd door de Hoofdstad Operette</title>
	<p>Deze operette, die gisteravond een zeer goed bezetten schouwburg trok. behoort tot een van Léhar&apos;s beste werken. De muziek is temperamentvol en de overbekende aria&apos;s zijn meesleepend. Er zit gang en pit in het geheel en het was jammer, dat het overigens goede orkest door de slappe leiding van Pim de la Fuente er niet voldoende vuur en kleur in bracht, al heeft de wintersche temperatuur, welke de toeschouwers in overjassen deed huiveren, hieraan wellicht veel schuld gehad. Des te grooter is mijn waardeering voor de prestaties op het tooneel, vooral na het eerste bedrijf, toen de vlakheid, die in de eerste acte viel op te merken, doorbroken was. Er is speciaal door hen, die met Fritz Hirsch op de planken hebben gestaan, uitstekend gespeeld, al werd er soms wat al te veel gecharmeerd. Paul Harden gaf een uitstekende creatie van den Parijschen gezant van Pontevedrina en het was een plezier Claire Clairy te zien als zijn jonge vrouw, welke ook zij vlot en geestig speelde. De gezantschapsbode door Fritz Steiner was aanvankelijk te clownesk, maar later op den avond heeft hij ons werkelijk geamuseerd door zijn dans met de Grisettes en het voortreffelijk gebrachte chanson. Ruth Roden zong de rol van Hanna Clawari uitstekend, doch haar acteeren was niet altijd even sterk, hoewel zij over het algemeen in deze rol wel voldeed. Bernard Taverne als graaf Danilo moest nog veel meer door zijn zang meesleepen, zijn acteeren is bepaald zwak en zijn uitspraak behoeft een grondige correctie, waarbij hij niet het excuus heeft in een andere dan zijn moedertaal te zingen. Bij Henk Brouwer (Camille de Rosillon), die eveneens over een goede zangstem beschikt, was het acteeren zwak, hetgeen hij mét de overige Nederlandsche leden van het gezelschap gemeen heeft. De koren werden goed en zuiver gezongen, maar in mijn herinnering werd hiervan vroeger toch meer werk gemaakt, evenals van de dansen, waarvan die der Grisettes in het slotbedrijf overigens bijzonder aardig was. Als regisseur Otto Aurich er in slaagt nog wat meer vaart in het geheel te brengen, dan zullen we in de toekomst van dit Nederlandsche operette-gezelschap nog wel wat beters mogen verwachten. Reeds nu toonde het publiek zich door menig open doekje ontvankelijk voor het goede, dat de voorstelling ongetwijfeld ook had. Jan Übink.</p>
</text>
