<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>&apos;Maak voor driekleur regeling&apos;</title>
	<p>(Van onze parlementsredactie) Met de viering- van het derde lustrum der bevrijding in het nabije verschiet maakt een aantal Eerste-Kamerleden zich ernstig bezorgd over onze nationale driekleur. &apos;De vlag van het Koninkrijk is niet wettelijk vastgesteld,&apos; zeggen zij in het voorlopig verslag bij de begroting van Algemene Zaken. Op 22 mei 1937 is er een wetsontwerp Over deze vlag ingediend, waarop de Tweede Kamer een verslag uit&apos; bracht. De regering heeft er nimmer op geantwoord en in 1952 werd het wetsontwerp ingetrokken. / Er zijn, zo vervolgen deze Kamerleden, slechts zeer summiere bepalingen over de kleur van de Nederlandse vlag en deze dateren uit 1937. Verder is er in 1948 een circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken geweest met richtlijnen aan de gemeentebesturen, onder meer over het gebruik van de Oranje wimpel. In 1949 Kregen de scholen van de minister van Onderwijs te verstaan, hoe de vlag gehanteerd moest worden en op welke wijze de kinderen het volkslied dienden aan te horen. De nationale vlag is een aangelegenheid van zodanige importantie, aldus de Eerste-Kamerleden, dat een regeling bij de wet vereist is. Daarbij moet het h.i. ook verboden worden om reclame op de Nederlandse vlag aan te brengen. Bezorgd maakte de Eerste Kamer zich ook over een ander &apos;nationaal bezit&apos; en wel over het taalgebruik in de troonrede. Er staan verscheidene germanismen in; o.a. komt er tot vijf maal toe &apos;is geboden&apos; in voor. Ten slotte vragen de Kamerleden met enige ironie aan minister-president De Quay of het volgende zinnetje zodanig nieuwe perspectieven opent, dat opneming in de troonrede gerechtvaardigd was: &apos;Voor de vorming en ontwikkeling van de persoonlijkheid van dé mens zijn het onderwijs en de cultuur van uitnemend belang.&apos;</p>
</text>
