<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Spanning</title>
	<p>B,J&quot;as er aan het einde van de eerste speelhclft en spanning was er ook . spanning werd geenszins ™ n, Den Boer. snel reageerend 2Pii~nrf&apos; Van Weber&gt; J&quot;ist voor de grijpende vingers van Visser het leder ln IwT/0-? en Sparta de leiding nam. Integendeel De ploegen wogen nu goed tegen elkaar op. al bleef Sparta gevaar- Ljker in den aanval door grootere geestdrift en een juiste toepassing van vleugel spel, waar de verdediging van Feyenoórd vaak machteloos tegenover stond Het werd 3—l door Weber. die den bal uit een hoogen, verren voorzet van Wuyts ineens inschoot, nadat eerst Pil een treffer van Vente met behulp van zijn vingers en de lat onschadelijk had gemaakt. Het pleit scheen beslist, Sparta bleef aanvallen, maar een uitval van Vente. die naar links was afgezwenkt, leverde Feyenoord plotseling een tegenpunt op. Verheul mis. te namelijk den voorzet en de toegcloopen Vrauwdeunt zond het leder langs Pil.</p>
	<p>Nieuwe spanning. Maar Sparta dacht er niet aan, de verdediging te versterken. Frisch en vrij bleef zij aanvallen, daagde zij het geluk uit, dat haar goede kansen schonk, waarvan Den Boer er tenslotte nog één gebruikte. Met een kopbal stelde hij na een hoekschop van Weber de overwinning veilig.</p>
	<p>Scheidsrechter Israëls, die blijkbaar zoo nu en dan&apos;last had van sneeuwblindheid, had de volgende ploegen onder zijn hoede:</p>
	<p>Feyenoord: Visser, doel: v. d Lelie en v. d. Heide, achter; Paauwe, Kuppen en De Vroet, midden; Benz, Vrauwdeunt, Vente, Sinke en Luissen, vóór. Sparta: Pil, doel; Knoef en L. Verheul, achter; P. Verheul, Meyer en Wuyts, midden; Weber, Den Boer, Dommering, Drok en Seton, vóór.</p>
</text>
