<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Goed verzorgde voorstelling van „Der Zigeunerbaron&quot;</title>
	<p>Met Strauss&apos; ,JZigeunerbaron heeft „Pro Burletta&quot;, de operettevereniging van Hoogezand-Sappemeer, het zich dit jaar beslist niet gemakkelijk gemaakt. In dit werk, uit 1885, week de „walsenkoning&quot; voor het eerst enigszins af van de al te geijkte operettetradities ten gunste van een meer opera-achtige schrijfwijze. Dat houdt in dat er nauwelijks gesproken teksten in voorkomen, vrijwel alles, ook in de dialogen, wordt gezongen. Dat stelt extra zware eisen aan de presentatie en het is gelukkig te melden dat „Pro Burletta&quot; een in het algemeen heel plezierige, goed verzorgde voorstelling van deze operette tot stand heeft gebracht onder de muzikale leiding van Wim Stoppelenburg en in de regie van Kees Schimmel. Er zijn enkele goed bezochte voorstellingen gegeven in ,£truvé&quot; te Sappemeer, o.a. afgelopen zaterdag, en op 15 februari volgt nog een uitvoering in hotel Faber te Hoogezand.</p>
	<p>Strauss en librettist Ignaz Schnitzer hebben nauw samengewerkt: zij namen tevoren de scènes door en veelal was de muziek er eerder dan de tekst, een werkwijze die Strauss zeer goed beviel. Toen hij eraan werkte werd hem wegens oververmoeidheid een rustkuur voorgeschreven, tijdens welke hij maar twee uur per dag over muziekpapier kon beschikken. Maar het (Wiener) bloed kruipt waar het niet gaan kan: de rest van zijn invallen noteerde hij op zijn manchetten! Voor het hoofdthema van de ouverture (en de finale van de eerste acte) greep Strauss terug op een melodie, waarmee hij in 1867 deelnam aan een regeringsprijsvraag voor een nieuw Hongaars volkslied; hoewel hij de eerste prijs won werd het lied niet gebruikt, aangezien het van een Oostenrijker was.</p>
	<p>De wals is in dit werk niet meer zo dominant, er zijn ook polka&apos;s, pusztaklanken en, uiteraard, zigeunerachtige melodieën en ritmen in een bonte aaneenschakeling. Die stroom van muziek, nauwelijks onderbroken, maakt de handeling voor het publiek soms wat moeilijk te volgen en is niet alleen muzikaal — voor dirigent, orkest en zangers — veeleisend maar ook voor de regisseur, die zijn tempo en zijn mise-en-scène helemaal moet aanpassen aan de muziek en minder mogelijkheden heeft voor het inlassen van eigen vondsten. Het tempo was in deze uitvoering niet het sterkste punt, maar verder was er knap werk te horen en te zien. De orkestvereniging „Orpheus&quot;, aangevuld met enkele beroepsmusici, slaagde er nog niet helemaal in van de ouverture een vloeiend geheel te maken — daarvoor verliepen de overgangen ook wat te hortend — maar na de pauze verliep &apos;t voorspel heel goed en Wim Stoppelenburg bracht een goed sluitende samenwerking met de zangers op het podium tot stand. Daar waren twee koren aan het werk, die frisse uitbeeldingen gaven van de dorpsbewoners en de zigeuners. In hun optreden waren op knappe vanzelfsprekende wijze de balletjes van Anneke Schuitema geweven.</p>
	<p>De regisseur was er ondanks de genoemde beperkikngen toch in geslaagd een redelijk dynamisch toneelbeeld tot stand te brengen, zelfs de koren waren nog vrij beweeglijk en er waren enkele grappen met verzekerd succes: een heuse big voor varkensfokker Zsupan en aan het slot een opmars van soldaten uit de zaal.</p>
	<p>De soli waren in het algemeen goed, met opvallende aandacht voor het moeilijke ensemblewerk: Henk Willemse, die helemaal een uitstekende partij zong, liet met Auk Drent- Van der Tuuk en Pie de Boer-Lukkien fraaie trio&apos;s horen. Beide dames maakten ook solistisch een goede indruk als Czipra en Saffi, een rol die in andere uitvoeringen wordt gezongen door Anna te Cate-Jager. Jaap Venema zong evenals andere jaren mooi en zeker, Geoge Lockhorn maakte van Zsupan een komische creatie en Abel Drent voldeed geheel als de amoureuze Ottokar. Giny Lockhorn-Mulder had een uiterst lastige coloratuurpartij die toch bewonderenswaardig werd gezongen. RENSKE KONING.</p>
</text>
