<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Lustige Witwe Paterswolde zeer in trek</title>
	<p>Gebeurtenis: Operettevoorstelling. Plaats: Zaal Centraal te Paterswolde. Medewerkenden: Operettevereniging ADO (Paterswolde). Repetitor: Jules Géraerts. Leden Noord. Filh. Orkest. Leiding: Koen Blaauw. Programma: Operette „Die lustige Witwe&quot; van Franz Léhar, op tekst van Victor Léon en Leo Stein. Publiek: Ongeveer 275. Opmerkelijk is de relatief grote belangstelling voor operette in een toch betrekkelijk kleine plaats als Paterswolde: de zaal was uitverkocht, terwijl bovendien nog twee voorstellingen volgen. Geruime tijd vóór de aanvang zit het bijna voltallige publiek reeds genoeglijk converserend en consumerend rond tafels geschaard, wat een welhaast carnavalleske sfeer oproent. Tijdens de extra lange pauzes tussen de bedrijven, voorzien van lichte achtergrondmuziek, wordt dit voortgezet. Overigens een traditioneel gebruik in de tijd van ontstaan van deze operette (1905), afgezien van de muziek. Zij handelt over een financieel noodlijdend land in de Balkan (Pontevedro), dat tracht door het uithuwelijken van een landgenoot (Graaf Danilo) aan &apos;n schatrijke Parijse bankiersweduwe (Hanna Glawari) geld in eigen land te brengen.</p>
	<p>Daar hij haar vanaf haar jeugd al kent, doch op grond van standsvooroordelen niet met haar mocht trouwen, ziet hij nu ook geen mogelijkheid. Doch Baron Mirko Zeta, afgezant van dit land in Parijs, dringt dit op. Ook toenaderingsnogingen van de weduwe zelf, baten niet. In nood besluit de baron dan zélf maar met haar te huwen, maar als zij vertelt niets meer te bezitten, ziet hij er van af. Nu ziet de graaf zijn kans schoon, huwt met haar (niet uit financieel oogpunt), en merkte dan, dat ze wèl 10 miljoen bezit, met als gevolg, dat het land gered is. Eind goed, al goed! Het libretto gaat nogal uitgebreid in op details, hoewel het een logische opeenvolging bezit van situaties en gebeurtenissen, en een goed doordachte opbouw van hoogtepunten. Het muzikale gedeelte, met veelvuldige toepassing van walsen, is luchtig van sfeer, kenmerkend voor de eerste operettes van Léhar. Ten aanzien van de medewerkenden was het opvallend te constateren, dat opmerkelijke acteertalenten dikwijls muzikaal te kort schoten, hoewel men de eisen hiervoor vaak te hoog stelt. Dit betrof met name Sike de Boer (als de baron) en Berend Zuiderveld (als Graaf Danillo), die rake Dersonificaties gaven, doch muzikaal qua stern-omvang, -souplesse en vorming niet geheel konden overtuigen. Destemeer was dit het geval in de (ook muzikale) creaties, die Nel Jager-Hofman en Martha Steringa-Smit paven van resp. Valencia en Hanna Glawari.</p>
	<p>De naïef-komische beweeglijkheid van Jan Pelleboer (als Njegus getuigde van veel De koorfragmenten vielen op door zuiverheid en helderheid, hierbij gestimuleerd door &apos;t instrumentale aandeel van NFO-leden, wat een zeer solide en muzikaal verzorgde indruk maakte mede dank zii de e\?en attente als energieke leiding van Koen Blaauw.</p>
	<p>De decorontwerpen (B. J. Zuurman) waren contrastrijk van kleurwerking, hierbii gesteund door de goede (zij het soms wat onnodig freouent-oneenvolgende) belichtingen van J. Aaldring en de zelf ontworpen en vervaardigde toiletten van de dames koorleden. Enfin, tiidens één der volgende voorstellingen f2O en 21 nov.) kunt u dit zelf zien, al lopen deze oarallel m&lt;=t die van de Gron. Onerettevereniging in de Stadsschouwburg te Groningen (Czardasfürstin) ten kleine communicatiestoring, blijkbaar.</p>
	<p>FOLKERT GRONDSMA</p>
</text>
