<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Kunst Verzorgde opvoering van de &apos;Witwe&apos; door Pro Burletta</title>
	<p>Gebeurtenis: operettevoorstelling. Plaats: Hotel Struvé in Sappemeer. Operette: Franz Lehér, „Die lustige Wltwe&quot;. Door: operettevereniging „Pro Burletta&quot;, orkest Orpheus-Kalma (dirigent J. J. Westerdijk) en ballet. Dirigent: Eddy Muntendam. Regie: Gert Willems (BOOG) en R. Middel (assistent). Ballet: Joop Dagelet. Hoofdrollen: Robert Bruins (gast, Danilo); Pia de Boer-Lukkien (Hanna); Peter Bont (Camille); Herma Platje Stroetinga (gast, Valencienne); Henk Raspe (Baron); Jan van der Wal (Njegus). Publiek: circa 500 (uitverkocht).</p>
	<p>De amateuristische muziekbeoefening heeft, ook in de operetteverenigingen, professionele steun nodig, maar die gedachte wordt overal weer anders uitgewerkt. Velen geven professionele bijstand in de eerste plaats een rol in de artistieke leiding en begeleiding: dat komt neer op onderlegde dirigenten en regisseurs, maar eventueel ook op kadercursussen. Anderen willen ook de orkestpartijen graag in professionele handen zien, wat bij veel verenigingen het geval is maar niet bij „Pro Burletta&quot;, dat dit jaar zelfs vijf uitvoeringen geeft. Eén ervan werd afgelopen woensdag in De Oosterpoort in Groningen gegeven voor de Bedrijfsgemeenschap van het Academisch Ziekenhuis. Het idee om amateurs op deze manier een extra kans te geven is zeker het signaleren waard.</p>
	<p>Maar door dat grote aantal uitvoeringen is Pro Burletta aangewezen op een amateur-orkest. Wel had men in Hoogezand-Sappemeer deze keer een beroepszanger op het toneel: tenor Robert Bruins in de (inderdaad zeer veeleisende) partij van Danilo. Hij zong uitstekend, maar zijn optreden roept wel de principiële vraag op hoever je hier (ten gunste van de kwaliteit) mee kunt gaan zonder de vereniging als zodanig op de tocht te zetten. Waar liggen de grenzen van het amateurisme? Nog afgezien van het praktische probleem, dat een goed geschoolde zanger allicht de andere, eigen solisten dreigt „weg te zingen&quot;.</p>
	<p>Voortgaan op deze weg kan ertoe leiden, dat de vereniging zelf alleen nog de koorpartijen voor haar rekening neemt. Wil zij dat?</p>
	<p>De voorstelling was leuk en goed verzorgd, soms wat traag in de dialoog en in de mise-en-scène, die in Struvé ook weinig kanten uit kan ondanks de praktikabels, die visueel wat meer diepte moesten zorgvuldig Het orkest uiteraard met te weinig strijkers, was hoorbaar zoregvuldig voorbereid, al waren enkele blazers wel erg onzuiver in het Vilja-lied, dat Pia de Boer juist zo beheerst en mooi zong. Het koor bestond gelukkig niet uit wassen beelden en zong naar behoren zuiver en gelijk, al vraagt de klankvorming iets meer aandacht en was het mannenkoor niet erg sterk. De balletjes dartelden, ondanks ruimtegebrek, aardig door de scènes heen; de aankleding mocht er zijn en de meeste hoofdrolspelers waren weliswaar geen geboren acteurs, maar hun vocale prestaties stelden niet teleur. Vooral de ensembles (het kwintet) wezen op serieus werk.</p>
	<p>RENSKE KONING</p>
</text>
