<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Leuke voorstelling van Thalia</title>
	<p>Gebeurtenis: operettevoorstelling door de Harener Operette Vereniging „Thalia&quot;. Plaats: het Gorechthuis in Haren. Operette: Emmerich Kalman, „Grafin Mariza&quot;. Orkest: „Orpheus- Kalma&quot;. Ballet: Maria Siegertsz. Dirigent: Bert Laros. Regie: Aly van der Molen-Hooites. Repetitor: Jules Géraerts. Gastmedewerkers: kinderkoor van mevrouw Wind-Borculo en leden van „Pro Burletta&quot; (Hoogezand). Beweging koor en solisten: Martina Folkertsma. Met: Ankie de Jonge (Mariza); Leo Huender (Tassilo); Anneke Boeren (Lisda); Jaap Went (Zsupan); Jan Ploeger (Populescu); Gerrit Nieboer (Karl Stephan); Hermien Dethmers (zigeunerin en tante); Henk Timmerman (Benizek); Gerrit Went (Tschekko) en anderen. Publiek: vrijwel uitverkocht huis. Ook het repertoire van operetteverenigingen is aan mode onderhevig. Jarenlang keken zij niet om naar Kalmans „Grafin Mariza&quot;, maar sinds de Hoofdstadoperette dit werk zo&apos;n vijf jaar geleden bracht is de belangstelling van amateurverenigingen in het Noorden kennelijk gewekt. Het orkest „Orpheus-Kalma&quot; deed er vorig seizoen al ervaring mee op in Veendam, maar de Voordelen van die ervaring gingen nu bij „Thalia&quot; deels weer teniet doordat het orkest met een aantal invallers werkte. Niettemin beloofde de ouverture, ondanks wat slordigheden, vaart en een pittige atmosfeer. Maar die kenmerken moesten nogal wat inboeten tijdens de eigenlijke voorstelling. Vertragingen waren voor een deel toe te schrijven aan het kleine podium van het Gorechthuis, voor een deel wellicht ook aan de weinig kritische bewerking van de operette, die hier werd gebezigd en die het koor te pas, maar ook te onpas refreinen mee liet zingen. Maar dat er tijdens zo&apos;n tijdrovend vertrek van het koor soms helemaal niets gebeurde en het orkest dat zelfs niet opving door er een naspel aan te breien was wel wat onhandig. Geluidsversterking was waarschijnlijk onontbeerlijk, maar werd toegepast in een mate, die soms vervormend werkte. Sommige spelers hielden daar niet genoeg rekening mee en bleven te luid spreken; zodra zangers even hun hoofd opzij wendden had dat een al te groot effect. Bovendien werden uiteraard ook alle „bijgeluiden&quot;, vooral voetstappen, versterkt. Henk Rubingh, die zijn Tzigan-solo mooie versieringen meegaf, kan bij de volgende uitvoering beter wat uit de buurt van de microfoons blijven. Er is natuurlijk allerlei detailkritiek mogelijk. Bij voorbeeld op de bospartijen met bordjes „verboden te roken&quot;, die zelfs de binnenskamers gespeelde scènes omringden. Op de vertaling en de nogal stijlloze kostumering met een wit gewaad voor Lisa, dat uit de toon viel, en de smokingdas bij het toch al misplaatste jaquet van de rentmeester. Maar dat zijn bijzaken. De vraag waar het ook amateurs zelf altijd om hoort te gaan is, of het ook beter kan en zo ja, hoe. Waar het aan ontbreekt is een beetje technische ondergrond. Het koor deed wat het kon, maar zou enige sternvorming best kunnen gebruiken. Vrijwel alle solozangers maakten elementaire vocaal-technische fouten, die met enige scholing te verhelpen zouden zijn. Wellicht kan de nieuwe muziekschool in Haren in deze opzichten een helpende hand bieden. Ook bij het orkest kan enige&quot; instructie geen kwaad. Hetzelfde gold voor de regie. Desondanks viel er genoeg plezier te beleven aan deze voorstelling, zeker tijdens de leuke scène met het kinderkoor. Ankie de Jonge zong bekwaam en beheerst; Leo Huender had het nadeel van een partij die eigenlijk te hoog lag voor zijn bariton, maar hij wist van zijn rol toch een succes te maken en bewoog zich bovendien beheerst, zonder allerlei overbodige gebaren. De andere rollen werden naar behoren gezongen en Gerrit Went verdiende een compliment voor zijn waakzame optreden op momenten, waarop er iets mis dreigde te gaan. De voorstelling wordt op 13 oktober herhaald. RENSKE KONING</p>
</text>
