<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Bijdragen tot de kennis van het grondbezit in de Minahassa. IN NAAM DES KONINGS!</title>
	<p>De Raad van Justitie te Amboina heeft de volgende beschikking genomen op het Rekest ran Lourens Roeland Sigar, luidende als volgt: Aan Heeren President Leden ran den Kaad van Justitie te Amboina. Bijlagen DIVERSE. Geeft met deu meest gepasten eerbied te kennen: Lourens Roeland Sigar, Majoor van het distrikt Langowang, wonende te Langowang-, dat requestrant eigenaar is van een stuk land, deels door hem ran eenige Inlanders aldaar sedert 1874* en 1875 gekocht en deels door hem sedert 1866 zelf rolgens de adat van de Minahassa ontgonnen, gelegen in de buurt Noóngan distrikt Langowang; dat requestrant — nadat de hoofden ran genoemd distrikt hem, op zijn rerzoek, ingevolge de adat van het land, op den i3dcn Mei 1875 het l.ierbij overgelegd onderhands-eigendomsbewijs [vide bijlage No. 1] van dat land hebben afgegeven —• het door deu Landmeter te Menado had doen opmeten, blijkens den hierbij gevoegdeu meetbrief en kaart dd. 19 Juli 1876, en geregistreerd op dato 12 Februarij 1879 sub No. 229 [vide bijlage No. 2], waaruit blijkt, dat het bedoeld stuk land of perceel iu zijn geheel eene inhoudsvlakte heeft van 1.564.294 vierkante meters of eene oppervlakte van ongeveer 220 &apos;/3 bouws;</p>
	<p>dat, aangezien bet door den heer J. Gerungan, Majoor van het distrikt Tondano-Toulian, in eigendom toebehoorend stuk land, gelegen te Masarang, distrikt Tuulian, groot 500 bouws (sedert Mei 1876 verhuurd aan de firma de Bordes Co.) op zijn verzoek bij een rekest dd. 16 November 1865 door den Land-of Minahatta-raad te Menado in de eerste maanden van het jaar 1876 onder hei presidium van den toenmallgen Resident Mr. S. C. J. JP. van Muttenbroek, in den titel hem (/. Gerungan) als zoodanig aangekomen, bevestigd ot bekrachtigd is, zoo wenschte requestrant ook in zijn hierboven gend. eigendom door denzelfden Landraad te doen bevestigen;</p>
	<p>dat hij tot dat einde zich tot genoemden Landraad bij een request dd. 20 November 1878, hierbij aangeboden [vide bijlage No. 8] heeft gewend, met het beleefd verzoek, om aan zijn bovengenoemd verlangen te willen voldoen;</p>
	<p>&apos; dat hij echter daarop van bovengenoemden Landraad eene afwijzende beschikking heeft ontvangen, blijkens het hierbij aangeboden vonnis dd 25. November 1878 (vide bijlage No. 4); dat dat vonnis niet is regtgesproken, ingevolge art. 27 van het Reglement op de Regterlijke Organisatie enz. ff in naam en can icege den Koning</p>
	<p>&apos; dat de gronden, waarop de uitspraak rust, d.i. de overwegingen, die den regter zijne beslissing geleid hebben, in strijd met artikel 30 van het bovenaangehaald Reglement en artikel 188 van het Reglement op du Burgerlijke Regtsplcging enz. niet zijn aangehaald of opgegeven de wettelijke bepalingen, waarop de uitspraak gebaseerd ia;</p>
	<p>dat, mede in strijd met artikel 188 Tan bet laatste aangehaald Beglement, het vonnis niet in tegenwoordigheid van requestrant, zijnde niet opgeroepen, om ter teregtzitting te verschijnen, ten einde hem ingevolge de wet instaat te stellen, bij het niet inwilligen vanzijn verzoek, daarop appel of cassatie te teekencn, is uitgesproken;</p>
	<p>dat requestrant, bij de ontvangst van dat vonnis, hem door den Griffier bij zijne missive dd. 31 Jan. 1879 Lr. B. hierbij overgelegd gezonden, eerst met de uitspraak des Landtoads is bekend geword en, zoodat het toen voor requestrant te laat was, om daarop nog appel te teekenen; dat, bijaldien de Landraad zijne regtsgronden heeft gebaseerd op Staatsblad 1877 No. 55, zulks volgens requestrants meening foutief is, aangezien de domein-verklaring daarin niet van terugwerkende kracht wordt verleend; te meer, daar zulks ook in strijd zoude zijn met artikel 2 van de Algemeene Bepalingen van Wetgeving voor Nederh Jndiê. en dat, bij aldien de Laidraad zijnen steun heeft geronden in artikel 569 van het Burgerlijk Wetboek, zulks volgens requestrants meening wel goed kon wezen, bijaldien het te bewijzen ware, dat de Minahassa gronden vóór de domein-verklaring reeds domein waren en de Staat daarvan dus eigenaar was; een bewijs, dat nooit of nimmer te leveren is; wel het tegendeel, zooals h«t ook bewezen wordt in het door ons (hoofden van Minahassa) dezer daget: door tusschenkoinst van den Htsident van Mênado aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gerigt adres</p>
	<p>dat requestrant voorts vermeent, dat de Landraad in deze verkeerd heeft gehandeld, wanneer hij het regl van afstand afhankelijk maakt van boren genoemde inschrijving of bevestiging, want niet de Ile. geering of de Landraad doet,dat regt geboren worden; zij&apos;of bij bevestigt het alleen, en zeer onbillijk is het, tegen alle wet en regel in, om een formaliteit te weigeren ter bevestiging van eigendom aan hen, die wat later komen dan anderen,&apos; aan wie rij werd toegestaan, eenig en alleen omdat sedert,&apos; doch na den afstand, aan eenf andere beschouwing omtrent den nog overgebleven bodem kracht van wet is toegekend;</p>
	<p>Redenen waarom requestrant bij dezen de vrijheid neemt, Uwen Raad eerbiedig te verzoeken :</p>
	<p>Istens om (onder retour der hierbg overgelegde stukken) naar kanleiding of op grond van artikel 31 van het Reglement op de Regterlijke Organisatie enz. het bovengend, vonnis van den Land- of Minahassaraad te Menado, in het openbaar uitgesproken ter openbare teregtzitting van dien Landraad . op Maandag, den 25 November 1878, wel te willen vernietigen;</p>
	<p>en 2dens om den Land- of te Menado wel te willen uitnoodigen op dien Baad de noodige magtiging te willen verleenen, om het in hoofde dezes genoemd, aan rcquestrant sedert 1866 in eigendom toebehoorend stuk land, gelegen in de buurt Xoöiigan, distrikt Langowan, breeder omschrepen in den meetbrief vau den Laudmeter to Menad&apos;j dd. 19 Julij 1876, groot ongever 220*/3 bouws, in het daarvoor bestemde Register te doen inschrijven, dan wel den titel requcstrant, als zoodanig volgens de adat van het land aangekomen, te bevestigen enz:</p>
	<p>Het enz : Langoicang den 12den Marrt 1879. [w.g.] L. M. SIGAE. verstaat en tpr ekt, leesten schrijft de Nederd. taal. De Raad van Justitie tc Amhina-,</p>
	<p>Gelezen vorenstaand rekest, daartoe strekkende, dat&quot; het den Raad van Justitie moge behagen, om naar aanleiding of op grond van artikel 31 van het Reglement op de Regterlijke organisatie enz: het vonnis van den Land- of Minahas«a-TZ&amp;&amp;. te Menado, in het openbaar uitgesproken ter openbare teregtzitting van dien Landraad op Maandag.den 25en November 187 S, wel te willen vernietigen, en den Laud- of Minahassaraad uit te noodigen of dien Raad de noodige magtiging te willen verluenen, om het ten rekeste bedoelde stuk land, gelegen in de buurt Nóngan, distrikt Langotcang, breeder omschreven, in den meetbrief van den Landmeter te Menado dd. 19 Juli 1876, groot ongeveer 220} bouws, in het daarvoor bestemde Register te doen inschrijven, dan wel den titel requestrant, als zoodanig volgens de adat van het land aangekomen, te bevestigen; Overwegende dat, daargelaten de kwestie, of deze Raad volgens Staatsblad 1865 no. 2 bevoegd is, om in hooger beroep kennis te nemen van beschikking, door den Land- of Afina/taisa-raad te Menado genomen in casu, zooals door requestrant zelf is erkend, de termijn van appel reed 9 verstreken is, zoodat het ten rekeste verzochte behoort geweigerd te worden. Bescbikkei.de Weigert het ten rekeste verzochte. Aldi s gewezen in Raad-kamer te Amloina van heden, Dingsdag Jen tweeëntwintigsten April 1800 negenenzeventig, bij de heeren Mr. G. S. Ham, presL dent, J. llarderaan, J. F. Benz, leden, en J. 11. van Aart, wd. lid, bijgestaan door &apos;s Raads Griffier Mr. de Jong. Mij bekend De Raad van Justitie vd. De Griffier De President (w. g.) M. de Jong (fT.) Ham. Uitgereikt voor gros van L. 11. Sigar op heden den 3en Mei 1800 negenenzeventig door mij, Griffier bij den Raad vau Justitie tn&apos;Amboina; &apos; j Xi, [w.g.] M. de Jong./</p>
</text>
