<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Brieven uit de Minahassa</title>
	<p>(Particuliere Correspondentie van het Bat. Hbl.) Met de vorige boot meldde ik u ter loops den moord gepleegd op den kontroleur Haga; thans heb ik gelegenheid u meer bijzonderheden daaromtrent mede te deelen. Zoo als gij u nog zult herinneren, dat ik u destijds over de Minahassa sprekende, mededeelde, dat de gemoederen aldaar van rustig waren; maar toen doelde ik, den gemoedsaard in aanmerking nemende, meer op een lijdelijk verzet dau op een dergelijk feit. Zooals u bekend is heeft het gouvernement in de laatste jaren de Minahassa verklaard te zijn staatsdomein, hetgeen volgens de inboorlingen een inbreuk is op de traktaten met het gouvernement gesloten, waarbij zij zich eenvoudig beschouwen als de trouwe bondgenooten vau het gouvernement. Ook de Hollander «Land en volkenkunde van Ned. Indie&quot; vermeldt dat. Deze domeinverklaring beeft vooral veel kwaad bloed gezet bij de hoofden, die met ecu pennestreek een sinds 200 jaren verkregen recht zagen weggeschrapt. Dit w«s even-wel noodig om de uitbreiding van de gedwongen koffiekui uur in de Minahassa te kunnen uitvoeren, waarvan de détails van den heer Pies afkomstig zijn, die een jaar geleden de Minahassa voor dat doel bereisde. Tevens vereiscben een uitgebreider aanplant ook een groot aantal heerendienstplichtigen en aan bevolking is de Minahassa niet zeer rijk. Om daarin tegemoet te komen werd de schutterij aldaar en in f«orontalo op nieuw georganiseerd. De bevolking is hier geheel anders samengesteld dan overal elders in Nederlandsch-Indië, namelijk uit de orang «Burgers&quot; en de zoogenaamde orang «Negorij&quot;. De orang «Burgers&quot; zijn afstammelingen van Europeanen of met hen gel ijkgestelden, daar zich gevestigd hebbende inlanders of afstammelingen vun deze, welke onder direkt Europeesch bestuur sta:in; d&quot;iü zijn vrij van heerendiensten, doch heb&apos;eu daarentegen schutterde&apos;listen te vervullen, en moeten bij eventueel voorkomende gelegenheden ook uitrukken. De orang «Negorij&quot; zijn de inboorlingen van het land die onder hun eigen hoofden staan, in het Menadosch majoors genoemd. Deze alleen zijn heerendienst pliehtig. Volgens de nieuwe organisatie op de schutterij wordt het aantal schutters in de Minahassa gebracht, indien ik mij niet, vergis, op 200, waartoe zullen behooren de Europeanen en hunne afstammelingen en met hen gelijkgestelde!!, orang IWrgers en de Oostersebe vreemdelingeu en hunne afstammelingen. Het aantal burgers, die nu ia &apos;t geheel geen diensten prestoeren, is daardoor vrij groot geworden, waarom men die onder de beerendienstplichtigen heeft willen brengen, wier aantal, bij de uitbreiding aan de kofliekultuur gegeven, veel te kien is, en dezen heeft men toen aangezegd hun burgerschap te bewijzen. Wat dat beteekent is duidelijk, het meerendeel bleef in gebreke en verviel daardoor in de kiasse der oran&quot;-Negorij of anders gezegd hierendienstplichtigen. waarom het eigenlijk te doen was. Mij is voor stellig verzekerd, dat de resident Matthes de regeering ernstig gewaarschuwd heeft voor de gevolgen van die maatregelen en haar heeft aangeraden zich vooral te onthouden aan dien staat van zaken te torren. Ook hier schijnt wederom de van Java met den titel van ass. resident gezonden heer Cljée meer geloof bij de regeeriug te verdienen dan de resident, en genoemde ass. resident wil met nog vijf andere kontroleurs van Java met miskenning van gebruiken en gewoonten van het land alles op Javaschen voet inrichten. Koffie en niets dan koffie is hunne leus, al het andere moet daarvoor wijken. Hoe dat den vrijen Alfoer en Minahasser onaangenaam moet stemmen kunt ge wel nagaan. Ook te Kema had men verandering gebracht in den toestand der orang Burger en instede van de beslissing wie al dan niet orang Burger was, evenals als een kontroleur van die residentie deed, aan den resident over te laten, nam de kontroleur Haga die zelf en beval hun heerendienst te verrichten. Deze evenwel weigerden, waarop de kontroleur een 200 tal van de weigerachtigen naar Menado opzond om aldaar gestraft te worden. Na hun straf te Menado onderdaan te hebben, ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon, kwamen zij te Kema terug, maar bleven weigeren heerendiensten te verrichten. De kontroleur besloot daarop een zekeren Johannes Zacharias, die het woord steeds gevoerd had bij deze geschillen, wederom naar Menado te sturen, ten einde voor zijn aanhoudend verzet te worden gestraft. Zacharias schijnt daarmede genoegen genomen te hebben, doch wenschte, daar het bijna avond was, eerst te eten, hetgeen de kontroleur niet wilde toestaan Toen de kontroleur Zacharias eenige oogenblikken daarna op den weg ontmoette en daaruit zag dat deze zijn bevel niet had uitgevoerd, schijnt hij Zacharias zeer grof te hebben toegesproken en hem in zijn huis te zijn gevolgd, ten einde hem desnoods met geweld tot de opvolging van zijn bevelen te dwingen. Daar gekomen ten minste greep hij Zacharias bij den arm, die daarop met een kapmes een houw naar den kontroleur deed, welke deze met den rechterarm opving. Een tweede slag werd door den linkerarm afgeslagen, dech een derde, dien hij daarop vluchtende in den nek kreeg, moet doodelijk geweest zijn, want met moeite wist hij zich nog naar zijn woning te slepen, alwaar hij kort daarna op een stoel zittende is overleden. Zij die het volk uit de Minahassa kennen zullen begrijpen, dat er veel gebeurd moet zijn en men diep gegriefd was, om haar tot zulk een daad te doen overgaan. De mailboot, die twee dagen te vroeg te Menado was gekomen was juist daar toen de resident de tijding van den moord kreeg en vergezeld van den voor Timor Koepang bestemden kontroleur Jellesma dadelijk met de boot naar Kema vertrok. Bij zijne aankomst kwam de moordenaar die eerst gevlucht was, zich dadelijk overgeven en het wapen overhandigende zeide hij tot den resident: «hier is het kapmes waarmede ik het gedaan heb, maar laat mij de zaak van het begin af mededeelen.&quot; De resident belastte den kontroleur Jellesma met de waarneming van de afdeeling Kema en deze is juist een persoon om de gemoederen tot kalmte te brengen. En de gemoederen zijn opgewonden, want al moet het onderzoek eerst aan het licht brengen of de moord van den kontroleur Haga een op zich zelfstaaud feit is dan wel het begin van een opstand, zooveel is zeker, dat er groote spanning bestaat en men het ergste vreest in de Minahassa, wanneer de regeering op deze wijze mocht blijven voortgaan. Het is waar, de kontroleur Haga heeft onverstand!&quot; gehandeld door zich direkt me*- dien Zacharias te bemoeien, dien hij zelf als orang negorij gedecreteerd hnd, dus zijn bevelen met betrekking tot dien persoon door den majoo; van Kema had moeten doen uitvoeren, terwijl hij, aldus handelende, zijn eigen beslissing weersprak en in geen enkel opzicht tot handtastelijkheden mocht overgaan. Dit neemt niet weg dat men algemeen deze handeling van de regeering als een schending van de eenmaal met hen gesloten traktaten be,chouwt en men algemeen luide hoort ceggen: .Wij zijn sedert meer dan 200 jaren getrouwe bondgenoten van Holland, maar worden de traktaten zoo weinig geacht, dan is het beter dat wij e. n andere vlag /.oeken (tfari laia bandera,.&quot; Met die andere vlag wordt natuurlijk Engeland bedoeld. Hiermede stap ik van die geschiedenis af om u eenige bijzonderheden van de gevangenneming mede te deelen van den vorst van B «lang Mongondo. waarvan gij zeker reeds gehoord bebt. Het rijk Hoelang Mongondo ligt ten westeu vau de Minahassa, welke het van de landzijde geheel afsluit en de geheele. breedte van de landtong inneemt Het rijk beeft stellig 30 a 35,000 zielen, die nog voor het meerendeel heidenen, d. w. _ Vlfoeren zijn. In dit. evenmin als in de aangrenzende rijkjes Boelang Bankt Bintaoena en Boelang Itara oefent de Indische regeeriug niet i.et minste gezag uit ; wel schijnen met deze rijken iv der tijd traktaten gesloten te zijn en moet, zoo ik wel heb, het traktaat met Boelang Mogondo dateeren van het jaar 1660. De vorst vin Boelang M )gondo was vroeger Christen, maar op de weigering van de Indische regeeriugom toezending van een zendeling, waarom hij bij zijn troonsbestijging verzocht had, is hij met velu der rijksgrooteu tot den Islam overgegaan, welke sedert vele aanhangers vindt. Deze vorst, Johannes Emanuel Menopno genaamd, beschikt nog over liet leven en den dood zijner onderdanen, en verscheidene in zijn rijk onlangs uitgevoerde doodvonnissen hebben klachten doen opgaan in het Menadosche, waarvoor lij uitgenoodigd geworden is naar Menado te komeu, ten einde daaromtrent ophelderingen te- geven. Hieraan heeft bij voldaan door met 2 prauwen en ± 300 man naar Menado te komen en daar een tweetal maanden te verblijven. Wat dat verblijf uitgewerkt of aan het licht gebracht heeft weet ik u niet te zeggen, wel dat toen juist het stoombootje Tromp van Makassar te Menado was, bet gerucht liep, dat de vorst van Magoudo een aanslag wilde wagen op die plaats. Natuurlijk algemeeno ongerustheid, het fortje wordt in allerijl voor twee maanden geproviandeerd, het stoombootje Tromp, want oorlogsstoomers waren niet ter plaatse aanwezig, door deu resident ingehuurd om des noods assistentie te verleenen dat tien dagen geduurd heeft; maar uu scheen de vorst te bemerken dat zijn plan ontdekt is en dacht er eerst aan te vluchten, maar het onmogelijke daarvan inziende, daar de Tromp met stoom op ligt, ging hij zijn afscheidsbezoek brengen bij den resident, omdat hij des anderen daags vertrekken wilde. De resident doet den vorst weten hem ten zijnen huize met te kunnen ontvangen, maar verzoekt hem op het kantoor te komen, waarheen zich de resident in allerijl begeeft, met den ass. resident Uljéeen den sekretaris Kist raadpleegt en tot het besluit komt den vorst -evangen te nemen. Tot dit einde worden de heer Uljée en de djaksa gezonden den vorst uit te noodigen den re-ident te bezoeken, die hem bereids ten kantore wacht. De vorst gaat met de heeren mede, die op den pasar, den weg naar het kantoor, een rijtuig zien staan, waarin zij den vorst uitnoodigen te stijgen, waaraan hij gevolg geeft, gevolgd door beide heeren en een soldaat, terwijl een tweede op den bok sprino-t. Nu gaat het in vollen ren naar de gevangenis, gelegen tegenover het kantoor, waar zijn hoogheid thans zit. Zijne volgelingen zijn gedeeltelijk dienzelfden dag nog, gedeeltelijk den volgenden dag teruggegaan en algemeen vreest men, dat zij met een groote macht zullen terugkomen om hun beminden vorst te bevrijden. Wie niet sterk is moet slim zijn, zegt het spreekwoord, eu de Atjeh-oorlog heeft ons zoo veel bloed afgetapt, dat we thans aan bloedarmoede lijden en dus maar slim moet handelen. Het zou nu een goede gelegenheid zijn om van den vorst de belofte te krijgen, de gedwongen koffiekultuur ten behoeve van het Nederl. gouvernement in zijn rijk in te voeren, hetgeen hem indertijd gevraagd was bij zijn bezoek aan den resident .Swaring en dat hij toen kortaf geweigerd heeft, omdat hij, even als de vorst vau Goa, do. voordcelen daaraan verbonden liever voor zich zelf wenschte te behouden. Het rijk Mogondo moet uitstekende koffiegronden bezitten, waarvan de verkregen koffie even goed is als die van de Minahassa en daarmede dikwijls verwisseld wordt. Jaarlijks voert dat rijk tusschen de 300 a 400 pikols koffie uit. De boot vertrekt spoediger dan ik verwacht had, zoodat mij geen tijd overschiet in bijzonderheden over Gorontalo te schrijven, maar dat het ook daar broeit kan ik u verzekeren. Ik wil u nog even een liedje mededeelen, dat in Gorontalo algemeen bekend is en mij daar juist te binnen schiet: «Het Hollandsche gouvernement is rechtvaardig, zeer rechtvaardig, maar bij verschil van meening met ons, zijn wij het die altijd ongelijk krijgen.&quot;</p>
</text>
