<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Meer veerkracht</title>
	<p>Maar EDO had meer veerkracht1 dan verwacht werd en daaraan dankt het ongetwijfeld het gelijke spel, dat werd bevochten door een doelpunt van Roodselaar. die driekwartier naar een bal had lopen zoeken, waarbij hij &apos;an der Hoek opmerkelijk had geschuwd, en die een pass van Plaizier (de meest nuttige speler uit de Haarlemse voorhoede) handig wist te benutten. De verandering van tactiek gaf het spel een minder eenzijdig karakter, omdat EDO meer gelegenheid kreeg zelf te spelen. Van der Bijl moest na de rust dan ook meermalen handelend optreden en er waren momenten, dat een tweede doelpunt van EDO in de lucht hing. Zover is het niet gekomen, maar het veel beter uitgebalanceerde spel van Feyenoord leverde ook niet meer op dan enkele hoekschoppen. Hierbij kwam in het bijzonder tot uiting dat de Rotterdamse voorhoede ln constructie aan de lichte kant is en dat er een schutter ontbreekt, die het te korte combinatiespel van tijd tot tijd weet te onderbreken met een ferme schop, want al had Van Woerden dan een keer geen geluk toen de bal van rie paal terugkwam, één ding is kenmerkend genoeg voor deze aanvalslinie. nl. dat het enige doelpunt werd gemaakt uit een fout van de Haarlemse doelman. RINUS DE DEUGD Feyenoord: Van der Bijl. Kerken. Van de Hoek, Osterholt, Steenbergen. Bak, Van Woerden, Bosselaar, Schouten, Meerman, Moulijn. , EDO: Koelemey. Boekelaar, Tol, Bax. Snijders. Berends, Plaizier. Spiers, Roodselaar, Koning en Peters.</p>
</text>
