<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Alexander en Het Orkest zijn aan elkaar gewend Tweede concert met de in januari benoemde dirigent MUZIEK</title>
	<p>&quot;Zachter, nog zachter, nee schat, nóg zachter,&quot; roept Alexander Vakoulsky tegen de strijkersgroep van Het Orkest en een vooraanzittende violiste in het bijzonder. En er wordt zachtjes gespeeld. Door zijn houding en manier van kijken is het iedereen duidelijk dat je hier absoluut niet anders dan héél zachtjes moet spelen. Een paar bladzijden Prokofjew verder, vraagt de dirigent streng aan de celli: &quot;Wie heeft hier de melodie?&quot; &quot;De eerste violen,&quot; luidt het antwoord. &quot;Juist,&quot; zegt Vakoulsky met een grijns. &quot;Dan moeten jullie dus begeleiden; gun die anderen ook eens wat.&quot; Ook dat is weer geregeld. Er wordt snel en efficiënt gerepeteerd bij Het Orkest, zonder dat er overigens een onvertogen woord valt. Gelachen wordt er echter wel. &quot;Het is uiterst belangrijk dat ik iedere minuut goed benut,&quot; zegt Vakoulsky. &quot;We hebben per concert maar twaalf repetities en dat is vrij weinig. Het is maar iets meer dan bij een beroepsorkest. Er moet zoveel mogelijk gespeeld worden; zeker op dit moment is het nog het belangrijkst dat de boel goed onder elkaar komt te staan, pas daarna is er tijd bij voorbeeld over diepzinnige zaken te gaan praten.&quot; De uit Rusland afkomstig Vakoulsky is nog maar kort dirigent van Het Orkest. In januari nam hij het ensemble over van Roland Kieft, die sinds de oprichting in 1984 dirigent was. &quot;Die overname is niet zon probleem geweest,&quot; zegt Vakoulsky. &quot;Dat is ook niet zo gek, want het orkest bestaat nog maar kort. Dan is de overgang nog niet zo groot. De eerste maanden moesten ze natuurlijk wel aan mij wennen. Aan mijn manier van werken en aan mijn problemen met de taal. Maar inmiddels is dat wel gelukt. &quot;Op het komend concert -voor mij alweer het tweede met dit orkest - voeren we de Eerste symfonie van Prokofjew uit, Les nuits d&apos;êté van Berlioz, de Prager Symfonie (KV 504) van W.A. Mozart en After-thoughts van Leo Samama. Dat zijn vier stukken die qua stijl, tijd en klank heel gevarieerd zijn. Dat maakt het voor mij juist een extra boeiend programma. Bovendien is het interessant, in dit evengoed nog prille stadium van samenwerking met het orkest, elkaar in zulke verschillende werken te leren kennen.&quot; Prokofjew probeerde in zijn Eerste symfonie (de klassieke) met moderne middelen in de stijl van Haydn en Mozart te schrijven.</p>
	<p>Het werk is te beschouwen als zijn visitekaartje. Er kan maar één man zo componeren. Als men zijn andere symfonieën beluistert, zal men steeds weer diezelfde Prokofjewklank herkennen. De liedcyclus Les nuits d&apos;été van Berlioz bestaat uit zes liederen voor zangstem en orkest, op tekst van Theodore Gaultier. Het thema van de liederen is letterlijk verloren, of onbeantwoorde liefde en symbolisch het hunkeren naar verdwenen of onbereikbare schoonheid. Soliste in deze cyclus is de sopraan Nellie van der Sijde. De Prdger Symfonie schreef Mozart in 1786 in Wenen, met de bedoeling die in Praag uit te voeren. Het werk heeft slechts drie delen en geen menuet, zoals gebruikelijk bij zijn andere symfonieën. De oorzaak hiervoor is eerder te zoeken in het feit dat Mozart verwachtte dat de Praagse toehoorders het niet zouden waarderen, of slechts om esthetische redenen. After-thoughts van Samama kreeg die titel pas achteraf, aangezien het materiaal voor elk van de vier delen grotendeels al bedacht was, verworpen werd en opnieuw werd overdacht. Het Orkest werd in 1984 opgericht om (amateur) musici die vroeger in bij voorbeeld het Nederlandse Studenten-Orkest of het Nationaal Jeugdorkest gespeeld hadden, inmiddels de leeftijdsgroep die in dit soort orkesten een kans krijgt ontgroeid waren en nergens aan de bak kwamen, een kans te geven weer in een orkest te spelen. Met de bedoeling daar een goed amateurorkest van te maken dat heel gericht werkt. &quot;In Het Orkest wordt absoluut rekening gehouden met mensen met een baan, wat niet wil zeggen dat we allemaal van die succesvolle dertigers zijn,&quot; zegt voorzitter Michiel van der Wel met een benauwd gezicht. &quot;Maar voor de rest is natuurlijk iedereen welkom, liet is onze bedoeling drie maal per jaar een programma in te studeren in een relatief korte repetitieperiode en daarin een zo breed mogelijk repertoire gestalte te geven. En dat is tot nu toe aardig gelukt. Begonnen we met een vrij klein orkest, inmiddels zijn we uitgegroeid tot een volwaardig symfonie-orkest, dat naar mijn idee inmiddels wel een eigen plekje in het Amsterdamse muziekleven verworven heeft.&quot; Ook het Hoofdstadkoor onder leiding van Kees de Wijs heeft de gewoonte een zo breed mogelijk repertoire te brengen. Het concert dat op 22 mei plaats zal vinden is daar een bewijs van. Uitgevoerd worden werken van Bruckner, Buxtehude en Bernstein. &quot;De zogenoemde drie andere B&apos;s naast Bach, Beethoven en Brahms,&quot; vertelt Kees de Wijs. &quot;Het is een programma met werken die niet vaak door oratoriumkoren uitgevoerd worden. Buxtehude werd driehonderdvijftig jaar geleden geboren en we vonden het leuk daar wat aandacht aan te besteden. Daarom heb ik een keuze gemaakt uit zijn solo-cantates, koor-cantates en ander vocaal werk. Een soort bloemlezing van drie kwartier. &quot;Van Bruckner voeren we drie motetten uit. Het eerste is Tota Pulchra es Maria, geschreven voor tenorsolo, koor en koperblazers. Dit werk wordt gevolgd door het beroemde zesstemmige Ave Maria. Het is een a-capella-stuk en dat is voor zon groot koor eigenlijk heel bijzonder, want dat zingt praktisch nooit zonder begeleiding. &quot;Het derde motet, Christus factus est, hoor je maar zelden. Het is een achtstemmig werk dat begeleid wordt door strijkorkest en trombones. Leuk om te weten is dat de slotfrase nagenoeg letterlijk in zijn Af is in E moll terug te vinden is. Het zou een voorstudie kunnen zijn. &quot;De Chichester psalms schreef Bernstein in 1965 ter gelegenheid van het muziekfestival in de kathedraal van Chichester (Sussex). Wij voeren het uit in de Hebreeuwse versie. Het is een heel contrastrijk stuk met enerzijds heel lyrische passages, op het zoete af, maar anderzijds heeft het heel expressieve momenten, waarop het koor er flink tegenaan moet. Kortom, bij elkaar zorgen de drie andere B&apos;s voor een uiterst gevarieerd concert.&quot; Bij de Bijlmer Operettevereniging (BOY) zijn hooguit de B&apos;s van Bijlmer, of van hun dirigent René Benschop toepasselijk. Want namen van operette-componisten die met een B beginnen zijn er nauwelijks. Bovendien voert deze vereniging al jaren operettes uit van Gilbert &amp; Sullivan. De operette Her Majesty&apos;s Pinafore (de naam van een marineschip, waarop het verhaal zich afspeelt) die aanstaande zondag in het Amstelveens Cultureel Centrum uitgevoerd zal worden, is al de negende. Van Gilbert &amp; Sullivan is bekend dat ze in de operettes, die ze als duo eind vorige eeuw maakten, altijd iets op de hak namen. De ene keer zijn dat de Engelse Victoriaanse zeden, de andere keer de rechtspraak. In deze operette wordt er behoorlijk de draak gestoken met rangen en standen. De regie van het stuk is in handen van Dick Schaar en het Amsterdams Promenade-Orkest verleent verdere medewerking. INEKE RUHE Het Orkest is op 1 Juni (20.15 uur) te beluisteren In Muziekschool Noord in Amsterdam en op 5 juni in de Bachzaal (eveneens 20.15 uur). Het concert van het Hoofdstadkoor is op 22 mei (20.15 uur) in de Westerkerk. De Bijlmer Operettevereniging voert Her Majesty&apos;s Pinafore uit op 24 mei (20.15 uur) in het Amstelveens Cultureel Centrum.</p>
	<p>Alexander Vakoulsky voor Het Orkest: &apos;Wie heeft hier de melodie?&apos; PAROOLFOTO PETTERIK WIGGERS</p>
</text>
