<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Kil bleef koelbloedig onder Feijenoord&apos;s heftige stormloop Eén voltreffer gaf DWS moed om druk te weerstaan</title>
	<p>(Van een s peciale verslaggever) Er is een tijd geweest, dat wij in deze kolommen grensrechter hadden willen zijn, in een ruig trainingspak, om luid lachend van het veld te worden gestuurd. Dat was toen met Ajax—Xerxes, weet u nog? Maar Zondag is alles helemaal anders geworden. Dat komt door Feyenoord—DWS. Niets kan ons er nu meer van weerhouden, ons in de &apos;spiegel pleizierig toe te knikken en te zeggen: „Dag Kil, ouwe jongen, wanneer ga je nou in het Nederlands elftal spelen?&quot; En we zien ons dan dromerig dwars door de buitenmuur de straat opgaan, wat brokjes cement van onze mouw tippend en we zien ons gedachteloos onhebbelijke mensen omwerpen. En vooral zien we ons weer gaan naar het Feyenoord-stadion, om die ene suppoost wat heen en weer te slaan, de suppoost, die ons als journalist Zondag met grof geweld de toegang tot de kleedkamers weigerde. Ja, wat zou het leven mooi zijn als wij. , Maar enfin, wij zaten dus op de Feyenoord-triibune en schreven van alles voor u op. Wij schreven bijvoorbeeld op, dat Feyenoord beter voetbalde dan DWS, maar desondanks met o—i verloor. Dat kwam, omdat DWS zó&apos;n ontzettend sterke verdediging had, dat er misschien alleen met Shermantanks doorheen te komen was. Want DWS had daar een spil staan — Kil, begrijpt u — die een beslist onvergetelijke partij speelde. Koeltjes keek hij maar steeds dat strijdgewoel daar vlak voor hem aan, huppelde een beetje heen en weer, om dan plotseling met één, twee stoere bewegingen de bal ver over de middenlijn te jagen. Vrauwdeunt of De Vroet konden zulke verraderlijke boogballen niet naar het DWS-doelgebied sturen, of altijd kwam Kil s rode kuif net iets hoger dan het hoofd van Brandes, Rijshouwer1 of wie het dan ook was, die zich verstoutte met de Meester te duelleren. Daar kwam nog bij, dat Kil waardige secondanten had. Bijvoorbeeld opel, die Kilsdonk een enkele keer moest laten gaan, maar toch over het algemeen met noeste vlijt én succes ingreep, als Feyenoord weer combinerend aan kwam schuiven. Dan was er Walther, een tikje minder vast misschien, maar toch ook een aanpakker, waar de meteoor-achtige Munster, zowel als Rijshouwer de grootste moeite mee had.</p>
	<p>Er was in die verdediging nóg iets merkwaardigs. Wiertz, een linksbinnen, bleef constant achter de middenlijn, ving daar al een massa stoten op, vóór zij de voortreffelijk spelende v. d. Hoeven, Fanger, Kil, of in laatste instantie — en wat voor een instantie — doelman Richter konden bereiken. Feyenoord stootte veel, maar niet altijd krachtig. Dat was overigens nog altijd tienmaal krachtiger dan de driemans DWS-voorhoede, soms aangevuld door Klein, deed. Want Bulder had tegen Oldenburg geen kans, Dijkstra kon in de hele wedstrijd Smulders hoogstens driemaal kwijtraken en Melchers was voor v. d. Heyden niet snel genoeg. Nee, dit, was geen voorhoede om doelpunten te maken. Dat er een kwartier voor rust toch een kwam — een enorm harde dertig meter-drive van Dijkstra — was eigenlijk een fortuintje.</p>
	<p>Feyenoord schrok er hevig van, liet Dijkstra in de volgende minuut nog eens tot voor v. d. Bijl stommelen, kroop door dat oog, waarover men nooit uitgepraat raakt en rukte toen weer met korte tussenpozen, waarin de Amsterdamse voorhoede wat onhandig terugsloeg, op de DWS-helft aan. Van Brandes naar Kilsdonk, met een wijde boog naar Munster... béng... tegen een DWS-been. Van Korput terug op Vrauwdeunt, boogbal naar Rijshouwer... grrroemmm... Kil. Kilsdonk wil ineens inschieten uit een vrije trap van De Vroet, Fanger tikt de bal van zijn schoen. Een meesterlijke kopbal van Kilsdonk duwt Richter over de lat. En zo ging dat door, ook in de tweede helft, toen De Vroet ten slotte middenvoor ging spelen en er óók niet doorkwam. Eenmaal schoot hij met een omhaal in de uiterste hoek, maar Richter, die daar misschien zijn hele leven nooit bij gekund heeft, kon het nu wel. Steeds wilder werden de taferelen op de DWS-helft. Een schot van Kilsdonk glipte voor doel langs en eenmaal appelleerde heel Feyenoord voor strafschop. Maar scheidsrechter Verkerk had gezien, dat Walther achter zijn gevallen doelman de bal met de borst had opgevangen en zond de debatterende Rotterdammers her- en derwaarts. Een &apos;free-kickje van De Vroet liet hij om niet kinderachtig te schijnen, even later ook maar lopen, al had dit zonder de recordsprong van Richter een doelpunt betekend. Toen was alles plotseling afgelopen en rende DWS snikkend van geluk het veld af. Feyenoord volgde wat somber. Allicht!</p>
	<p>Wildschut, Blauw-Wits rechtsbuiten, keek jnaar liever niet meer om, toen ook deze bal wèl langs doelman v.d. Torre, maar niet in het Excelsior-doel verdween. Het bleef o—o.</p>
</text>
