<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>JUISTE CADANS</title>
	<p>VOOR zijn „Boccaccio&quot; schreef Franz von Suppé muziek met een geheel eigen karakter en stijl, lichtvoetig en gracieus, voornamelijk afgestemd op harmonieus, ragfijn en daardoor o zo moeilijk ensemblewerk. Dat De Operette Spelers zondagavond in het volle Kras die moeilijkheden overwonnen zonder één ogenblik de juiste cadans te verliezen, vindt uw operettespionier alleen al een felicitatie waard. De intensieve voorbereiding, die hij u verleden week meldde, bracht dus èn voor D.O.S. èn voor hun jubilerende dirigent Karel Mengelberg, die het geheel genuanceerd en bekwaam leidde, het succes, dat zij ervan verwachtten. Solistisch zong men niet altijd even sterk en vrijwel onvermijdelijk ging er wel eens wat van de zangteksten verloren, maar desondanks noemt spionier met ere Nel Dam, Bert van Delden, Han Klelnsma en Piet Verlaan, die zich tevens, in samenwerking met Scalza, Beatrice. Isabella en Petronella, met allure over dê planken bewogen. De lastige titel (travestl)-rol eiste van de kennelijk verkouden Truus Portegies Zwart heel veel. Met zwier kweet zij zich bewonderenswaardig, goed acterend, door haar vriend Leonetto en een viertal studenten (ook al in travesti) prima geholpen, van haar taak. Dat de voortreffelijke regisseur Lou Mounoüry de solisten in het te Florence in 1831 spelend werk liet rondlopen met kapsels anno 1961, vond spionier niet juist. Het gepolijst spelend orkest ondersteunde het geheel op niveau, en de vreugde van leden en donateurs van D.O.S. werd door het aanbieden van eert oliestook-kachel aan dirigent Mengelberg nog ééns extra geaccentueerd.</p>
</text>
