<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title></title>
	<p>De operette, kleine en meestal vrolijke zuster van de opera, verheugt zich hier te lande in een enorme populariteit. Noord-Holland geeft daarbij de toon aan. Vrijwel iedere zichzelf respecterende gemeente in deze provincie beschikt wel over een amateur-operettegezelschap. Amsterdam telt er tien. Het zijn Thalia, de Operette Zangers Groep (OZG), de operettevereniging Jan Overhuijs, Kunst en Vriendschap, de Nederlandse Operette Vereniging, De Operette Spelers, Die Jonghe Haghesangers, De Bijlmer Operette Vereniging, het Nederlandse Operette Gezelschap en het Amsterdamse Operette Gezelschap. Het ledental varieert van ongeveer 30 tot 80. De meeste verenigingen verzorgen in het voorjaar (maart en april) en het najaar (oktober en november) gedurende enige achtereenvolgende avonden,een uitvoering. Kort daarop komen de leden bij elkaar om de voorstelling te bespreken. Dan worden de nieuwe rollen verdeeld en gaat men weer repeteren, meestal één keer en naarmate de première nadert twee of drie keer per week. Het repeteren geschiedt meestal in een schoolgebouw of feestzaal. Jong en oud, man en vrouw zijn lid. Vaak trekt een vader of moeder de rest van de familie mee. Er is geen vereniging die niet in moeilijke financiële moeilijkheden verkeert. Afgezien van de contributies, donaties en kaartverkoop moeten de opbrengsten van tombola, loterijen en de ieder jaar weer bijeen gegaarde subsidie van de gemeente de begroting sluitend maken. P. J. OORD en CHARLES COSTER bezochten de afgelopen dagen in Amsterdam vijf amateur-operetteverenigingen tijdens hun repetities. De Operette Zangers Groep en Thalia hebben inmiddels met veel succes hun uitvoeringen gegeven.</p>
</text>
