<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Jackie Stewart: „Eén vonkje was genoeg...”</title>
	<p>AMSTERDAM, 25 september</p>
	<p>„Ik was kletsnat en ik dacht dat het van de regen kwam. Maar dat was niet zo. Het was de kleffe kou van hoog-octaanbenzine. Ik wist dat één klein vonkje genoeg zou zijn om een eind te maken aan mijn race-carrière . . en aan alles.&quot;</p>
	<p>Het is juni 1966. Jackie Stewart ligt in een totaal verbogen BRIVI geklemd in een sloot langs het verraderlijke Ardennencircuit van Francorehamps. Over de wagen gebogen staan twee collega-coureurs Graham Hill en Bob Bondurant. Ook zij zijn in stromende regen van de baan gevlogen. Bondurant was door de schok uit zijn auto gesmakt, Hill kon gewoon uitstappen. Hill en Bondurant proberen de stroom uit te schakelen maar dat lukt niet. Het inötrumentenpaneel van Stewarts racer is zo vervormd dat de schakelaars onbereikbaar zijn. Met een geleende steeksleutel kan • Hill het stuurwiel, dat zijn ploeggenoot in het wrak gevangen houdt, verwijderen. Zes uur later ligt de onfortuinlijke Stewart in een ziekenhuis in Londen. De oogst is „slechts&quot; een dleutelbeenbreuk maar de herinnering werkt langer na.</p>
	<p>Het was voor de mensen op de tribune bij La Souree luguber geweest, die eerste doorkomst na een verschrikkelijk lange tijd. Ruim twintig wagens waren in stralend weer weggeschoten de helling van Burnenville op. Precies zes kwamen er in stromende regen slingerend en schuivend weer voor de tribunes langs. Incluis Phil Hill die eigenlijk helemaal niet meedeed maar 4ie voor John Frankenheimers „Grand Prix&quot; achteraf spectaculaire meters film bleek te hebben geschoten van alle spinpartijen en crashes. Hill mocht van de organisatoren één ronde meerijden om de kemphanen te filmen, de camera op de neus van zijn bolide gemonteerd.</p>
	<p>Stewart was de enige die gewond raakte in het drama. Vanaf dat moment zette hij zich volledig in voor de veiligheid van zijn sport. Hij was de eerste die nieuwe helmmodellen uitprobeerde, die nieuwe brandvrije overalls droeg, die veiiigheidsriemen droeg, die exacte eisen stelde waar vangrails dienden te komen.</p>
	<p>Ten tijde van die crash in Francoröhamps wais John Young Stewart een tweede-graads coureur. Ruim vier jaar en twee wereldkampioenschappen later is dat volledig veranderd. MeCormack Agency een Amerikaanse impresariaat dat ook prof-golfers als Jack Niekiaus en Arnold Palmer onder contract heeft, leidt nu Stewarts zakelijke activiteiten. Zijn inkomen wordt geschat op 600.000 gulden per jaar. Jackie, echtgenote Helen en zoons Paul en Mark wonen in een huis van een half miljoen gulden hoog boven het Meer van Genève. Coureur-wereldreiziger Stewart geeft jaarlijks 150.000 gulden uit, alleen aan vliegreizen.</p>
	<p>Jackie Stewart werd op 11 juni 1939 geboren in het Schotse gehucht DumbuCk. Zijn ouders hadden daar een garage. Op zijn vijftiende van school gekomen („Ik had gewoon geen zin meer&quot;) werd Jackie pompbediende en klusjesman in de garage. Grootvader Stewart, die jachtopziener was, bracht de jongeman interesse voor de jacht bij. Later verschoof die belangstelling naar het kleiduivenschieten. Ondanks het feit dat acht jaar oudere broer Jimmy aan autoracen deed, bleef Jackie bij die liefhebberij. Hij ging in 1960 naar de Olympische Spelen in Rome als reserve voor de twee man sterke Britse ploeg.</p>
	<p>Bij toeval kwam Jackie toch in een race-auto terecht omdat iemand zich Jimmy herinnerde — die in 1954 in Le Mans zwaar gecrasht was — en een vervanger nodig had voor een coureur die niet kon. Misschien zou Stewart junior wel trek hebben. Die had wel zin in de grap. Het talent openbaarde zich onmiddellijk. Daardoor kwam er een formulc-3-aanhod van Ken Tyrrell, een rijke houthandelaar die racen als grote passie heeft. Lange tijd ging Stewart door het race-leven onder het pseudoniem „A.N. Other&quot;, want zijn ouders vonden na Jimmy&apos;s ongeluk de racerij niet meer zo bijster aangenaam.</p>
	<p>In december 1964 verving hij Jim Clark in de Grote Prijs van Zuid-A--frika (Clark was geblesseerd geraakt bij een sneeuwbalgevecht in Cortina d&apos;Ampezzo). Stewart maakte de snelste trainingstijd maar bleef op de startplaats staan met een gebroken aandrijfas. In 1965 kwam hij bij BRM als tweede man na Grahaxn Hill. Maar Stewart toonde zich onmiddellijk even snel. Dat eerste volledige seizoen werd hij derde in het wereldklassement en won hij de GP van Italië. 1969 werd Stewarts grote jaar. Teruggekeerd bij ontdekker Ken Tyrrell stoof hij met hulp van een Franse Matra voorzien van een Britse Ford naar het wereldkampioenschap. Op Zandvoort reed hij in een druilrégen iedereen zoek en op de Nürburgring, waar de omstandigheden nog een graadje erger waren door de mist, werd hij voor de geestdriftige Duitsers de grote opvolger van „Nebelmeister&quot; Bernd Rosemeyer. De verbintenis met Matra duurde slechts één jaar. De Fransen wilden Simca-motoren gaan gebruiken en daar hadden Tyrrell noch Stewar* het op voorzien. Het nieuwe merk March bracht vorig jaar al evenmin succes. Joch en Rirdt reed met Lotu. zonder veel •&apos;ettenstaid &quot;9?r de titel en veronge&apos;uVe toen Drompt. Tyrrell bouwde dit jaar een eigen wagen en terwijl iedereen dacht dat de .oude&quot; achtcilinder Ford-motoren het nu wel zouden moeten afleggen tegen de 12-cilinderscheppingen van Ferrari en BRM. bleek Stewart plotseling over een soort super-Ford te beschikken, die nu al zes GP-overwinningen heeft opgeleverd. En wellicht egaliseert de Schot straks in Watkins Glen het record van Jim Clark: zeven GP-overwinningen In één seizoen. „Ik ben stapelgek op autoracen. Maar als ik merk dat ik mijn interesse begint te verliezen, stop ik ermee. Van de ene dag op de andere. Met kleiduivenschieten was dat ook zo,&quot; heeft Stewart eens gezegd. Maar voorlopig lijkt dat er niet op. Succes en interesse liggen te vaak vlak bij elkaar. HENK STRABBING</p>
	<p>&apos;Jackie Stewart: kans op record-evenaring ...</p>
</text>
