<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Jacht op laatste infiltranten</title>
	<p>(Van onze correspondent)</p>
	<p>SINGAPORE, 14 sept. — Helikopters van de Britse marine helpen de Ghurkastryders en een bataljon Nieuwzeelandse infanteristen bij de jacht op de Indonesische guerrilla&apos;s op Zuid-Malakka. Van de groepen infiltranten die half augustus en begin september boven Zuid-Malakka nit een Indonesisch vliegtuig werden geworpen, zijn nu naar schatting nog maar 15 tot 20 man overgebleven. Vijftien guerrilla&apos;s, onder wie een vrouw, werden gedood. Veertig anderen werden gevangen genomen. De Britse oorlogsbodems Victorious, Caesar en Cavendish, zullen door Straat Lombok naar Singapore terugkeren. Nadat Djakarta in het weekeinde bekend had gemaakt, dat de Indonesische marine ten zuiden van de Straat Soenda manoeuvres houdt, besloot Londen de drie Britse oorlogsschepen niet door Straat Soenda te laten varen. Het betekende een diplomatieke oplossing voor het dilemma waarin beide partijen waren geraakt. De Britten konden zonder gezichtsverlies uit de weg gaan, omdat zij een „buitenlandse vloot in haar manoeuvres niet wilden storen&quot;. De gevangengenomen Indonesische guerrilla&apos;s op Zuid-Malakka hebben tijdens ondervragingen door Britse inlichtingenofficieren verteld, dat zij op grote steun van de bevolking hadden gerekend. Toen zij begin september voor een guerrilla-actie werden geïnstalleerd, was hun meegedeeld dat rond hun landingsplaats nabij Labis op Zuid-Malakka vele Maleisiërs van Javaanse afkomst woonden, die zeker bereid zouden zijn de infiltranten van voedsel te voorzien. De bevolking rond Labis heeft de infiltranten echter niet geholpen. Sommige guerrilla&apos;s waren door de honger het oerwoud uitgedreven — recht in de armen van Ghurka-troepen.</p>
</text>
