<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Doorstoten!</title>
	<p>. Een voorsprong voor EDO. Volgens de strategische begrippen, die dess ploeg huldigt, zou thans de verdediging het moeten uitvechten. Maar over de Haarlemmers was nog de agressieve bezieling vaardig. En Schijvenaar commandeerde: doorstoten! Een schot van rechtsbuiten Spek — die weer langs v d. Heide gesneld was — strieijide de paal. EDO legde tempo en wil op aan Feijenoord, dat struikelend toch nog op de been bleef, totdat. Roodselaar - voor de tweede maal langs v. d. Bijl schoot. Een pass van Schildwacht had Spek ln actie gebracht en deze furie had r:6 snel gereageerd, dat de verblufte Feijenoorddefenaie geen poging deed de voorzet te stuiten. Toen omhelsde Roodselaar deze fortuin (2—o). Nóg ging EDO dor, omdat Feijenoord nu de kracht en de moed miste, nodig voor de finale stormloop. De driemahsvoorhoede der Rotterdammers bleef in de ijzeren greep va/i Lasschuit en Schijvenaar en de niet. minder geduchte Karpes. Zo moejt v. d. Bijl, die zich eens als een projw.iel voor de voeten van Roodselaar s;ortte, EDO&apos;s overmacht aan snelheid en doortastendheid neutraliseren.</p>
	<p>Nog even kon EDO in de tweede heifi. in formatie blijven oprukken. Nog even kon Roodselaar, met de zekerheid vaa een man, die reeds twee doelpunten gescoord had en nóg niet tevreden was, zijn duels uitvechten met Kroon on .zijn assistenten, maar toen EDO&apos;s midV) :r na tien minuten bij een botsing met v. d. Bijl geblesseerd raakte, gaven de Haarlemmers de hoop op een nóg veiliger voorsprong prijs. De EDO-aanval: twee vleugelspelers en &apos;n minder scherp geworden speerpunt, bleef attentie vereisen, maar Feijenoord trok, met een indrukwekkend vertoon van macht, ten aanval. Volledig en definitief. Di EDOmuur dreunde tot in haar voegen, maar ving de stoot op. Brandes en v. d. Korput beukten vergeefs, maar tweemaal schoot Feijenoord&apos;s rechtshalf Hoogvliet zó hard en scherp op dos), dat Wille als &apos;n tijger moest ingrijpen. Dit was de aanloop, die Feijenoord nodig had voor de volgende «todt. Toen werd zelfs Schijvenaar (roder de voet gelopen, toen kwamen Brandes en v. d. Korput voor Wille, die de sprong van zijn leven maakte. Maar de voigende aanvalsgolf spoelde ook over deze laatste breker. Van de Korput had de bal ln de doelmónd gezonden en De Vroet — mee ten aanval- getrokken — drukte over de lijn, waar een wanhopige Lasschuit nog een nutteloze hands maakte (2—l). Dit was het ogenblik, waarop de iieaduizenden Feijenoord-aanhangeis gewacht hadden. Het kón nog. Maar het ging niet. Want Schijvenaar, de koelbloedige, had de muur hersteld en EDO had nog slechts de beproeving van écn verschrikkelijke doelworsteling te doorstaan. Hierin bleef Schijvenaar mea.s&apos;..*.r over Brandes, v .d. Korput en de vele reserves, die Feijenoord in de vum linie gezonden had. Eén trap vaagde a*le Illusies weg. Nooit zal Schijvenaar de Rotterdammers zó vierkant en ongenaakbaar geleken hebben als pp dit moment. En de rush van Steendam, die, voor strafschop appellerend, naast schoot, was het laatste, dat de -..cÊ&apos;tig duizend zagen, vóór elf glunderen-Je Haarlemmers, met kransen omhangen, op de schouders gingen. Verdiend</p>
</text>
