<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Joop Zoetemelk, van wieltjesplakker tot volksheld</title>
	<p>Vanavond rijdt Joop Zoetemelk in de Zesdaagse van Maastricht zijn laatste ronden als profwielrenner. Na een loopbaan van achttien jaar neemt de in Frankrijk wonende beste Nederlandse coureur aller tijden op 41-jarige leeftijd afscheid. De televisie zal rechtstreeks beelden uitzenden van het optreden van Zoetemelk, de grenzeloos populaire allrounder, wiens carrière te lang is om te beschrijven. Een samenvatting. Door onze redacteur GUIDO DE VRIES Germigny 1&apos;Evêque, juni 1983. In huize Zoetemelk staat de radio aan want de grote Bernard Hinault zal die ochtend laten weten of hij voldoende is hersteld om aan de Ronde van Frankrijk deel te nemen. „Joop, il ne roule pas&quot;, juicht Franfoise op zeker moment, terwijl ze haar oor tegen het toestel legt. „Pfft, dat maakt weinig uit&quot;, antwoordt Zoetemelk meters verderop, met zijn dochtertje op schoot. „Er zijn nog wel tien andere concurrenten in de Tour de France.&quot; Gerardus Joseph Zoetemelk heeft in zijn achttien jaar lange carrière nooit te vroeg gejuicht. Zelfs in 1980, toen Hinault de Tour wegens een knie-blessure de rug had toegekeerd en de eindzege hem nauwelijks nog kon ontgaan, was Zoetemelk uiterst voorzichtig. „Parijs is nog ver weg. Ik kan ten val komen, een verschrikkelijke off-day hebben of gewoon de slag missen&quot;, hield de coureur met zijn hoge stem de verzamelde wielerpers dagelijks voor. De timmerman Zoetemelk, zoon van een aardappelhandelaar uit Rijpwetering, begon in 1962 serieus te koersen. Ter gelegenheid van zijn zestiende verjaardag wilde hij eigenlijk een schaatspak — hij was een groot bewonderaar van Ard Schenk en Kees Verkerk — maar wegens de zachte winter werd het een racefiets. Zoetemelk viel als beginneling meteen op door zijn wilskracht. Hij stelde alles in het werk om zijn doel te bereiken. „Joop beet zich vast in alles wat hij deed&quot;, vertelde zijn vader onlangs in een special van Miroir du Cyclisme. Karakter „Hij was nog geen twaalf toen ik hem eens heb gevraagd een gat te graven in de tuin. Ik had gezegd dat ik hem zou waarschuwen, als het diep genoeg was. Dat ben ik vergeten en toen ik kwam kijken was het gat zo diep dat we Joop er met een touw uit hebben moeten halen. Volgens mij tekent dat zijn karakter&quot;. Zoetemelk werd spoedig opgenomen in de amateurploeg van Amstel, waar de vakman Herman Krott de diamant sleep. Na met René Pijnen, Jan Krekels en Fedor den Hertog de Olympische gouden medailles te hebben gewonnen op de ploegentijdrit over honderd kilometer (1968, Mexico) begreep Zoetemelk dat hij als prof zou kunnen slagen. Toch had hij, twee jaar later, problemen met de overstap. Hij was er een beetje bang voor, omdat hij goede amateurs als Harry Steevens, Eddy Beugels, Evert Dolman en Bart Zoet als beroepsrenners min of meer had zien mislukken. De neo-prof trad in dienst van het Belgische Flandria, waar</p>
	<p>Briek Schotte de scepter zwaaide. Zoetemelk moest in de voorjaarsklassiekers wel vijf kopmannen dienen: Erik en Roger de Vlaeminck, Eric Leman, André Dierickx en Jempie Monseré. Schotte lang geleden: „Joop had moeite met het gevloek van de broers De Vlaeminck. Hij was bescheiden, tè lief zelfs. Verder viel het me op dat hij zich perfect verzorgde&quot;. Zoetemelk, de allrounder met de fraaie zit, mocht in de Tour van dat seizoen zijn eigen gang gaan en eindigde verrassend als tweede achter campionissimo Eddy Merckx. In de jaren zeventig heette Zoetemelk, die in de Tour nog vijf keer tweede zou worden, lange tijd „de eeuwige tweede&quot;. Jan Janssen, oud-Tourwinnaar, reed in zijn nadagen als knecht aan de zijde van Zoetemelk. „Als Joop het brutale karakter had van Francesco Moser&quot;, zei Janssen toen, „dan won hij de Tour&quot;. De comingman met veel klimtalenten kreeg wegens zijn gebrek aan initiatief bijnamen als de klever en de wieltjesplakker. Hij was verre van populair. Supporters van Merckx bedreigden hem in België zelfs enige keren. Na het afscheid van Merckx (begin 1976) was Zoetemelk topfavoriet in de Tour. Hij won dat jaar de zware bergritten naar Alpe d&apos;Huez, Montgenèvre en de Puy de Döme, maar liet zijn grote tegenspeler Lucien van Impe in de rit naar Pla d&apos; Adet zijn gang gaan. Van Impe won de Tour, Zoetemelk kreeg volop kritiek. Zoetemelk in Miroir du Cyclisme: „Die tweede plaats was een vreselijke tegenvaller...Wat ik toen niet heb gezegd, want ik heb een hekel aan huilerige verliezers, kan ik nu</p>
	<p>zeggen zonder dat dat iets aan de overwinning van Lucien afdoet. Ik leed aan een maagzweer, en dat ik nog zover ben gekomen, komt alleen door mijn wilskracht. Ik had geen fut. En bovendien heb ik een onvergeeflijke fout gemaakt Lucien te onderschatten.&quot; Twee jaar eerder leek de loopbaan van Zoetemelk ten einde toen hij (op 22 mei 1974) in de Midi Libre tegen een op het parkoers geparkeerde auto van een Britse toerist knalde. Hij verloor het bewustzijn en werd naar een hospitaal in Béziers gebracht. Vandaar ging hij per ambulance ,naar Germigny 1&apos;Evêque, waarna zijn huisarts onmiddellijke opname in het ziekenhuis van Meaux voorschreef. Hij bleek een rotsbeen te hebben gebroken en daar</p>
	<p>was een hersenvliesontsteking bijgekomen. Zoetemelk later: „Was ik per vliegtuig van Béziers richting Meaux gegaan, zo vertelden de doktoren, dan had ik de verschillen in luchtdruk niet overleefd.&quot; De behandelende professoren voorspelden de genezing van de renner, maar aan topsport zou hij volgens hen niet meer toekomen. Zoetemelks privé-arts Fuchs had een andere mening: „Hij kan aan de top terugkeren, maar dat volledige herstel zal vijf jaar duren&quot;. De coureur ondervond veel steun van de Fran?aise Frangoise, met wie hij in 1973 was getrouwd. Zijn optimistische echtgenote trad ook in latere (moeilijke) tijden op als zijn belangrijkste adviseur.</p>
	<p>Denk maar aan de Tour van 1983, toen Zoetemelk in de Tour werd betrapt op het gebruik van verboden stimulerende middelen. Fran?oise bewoog haar Joop („ik stop vandaag nog met fietsen&quot;) de Ronde uit te rijden. En na afloop van die Grande Bouclé was zij het die via een rechtszaak tegen de dopingcommissie eerherstel vroeg voor haar man en dat na een slepende zaak ook kreeg. De zakenvrouw Frangoise was ook nauw betrokken bij de overgang van Zoetemelk naar de formatie Raleigh van Peter Post, eind 1979. Onder leiding van Post en met de steun van helpers als Jan Raas, Gerrie Knetemann en vooral Johan van der Velde won Zoetemelk in 1980 de Tour. De samenwerking binnen &apos;s werelds sterkste</p>
	<p>formatie liep in die Franse ronde aanvankelijk niet perfect. Zoetemelk kreeg intern een lawine van kritiek over zich heen toen hij op weg naar Roubaix, op de kasseien, niet in het spoor kon blijven van zijn grootste tegenstanders Hinault en Hennie Kuiper. „Hebben we Joop daarvoor in huis gehaald&quot; brieste de opvliegende Raas die avond. En ook Post wist niet wat hem overkwam. Witte jassen Zoetemelk liet zich echter niet uit zijn evenwicht brengen en voltooide de Tour winnend, nadat Hinault vóór de bergen was afgestapt. Zoetemelk had zich gedurende en na die Franse ronde wel kwaad gemaakt op een aantal mensen in de karavaan. Ten eerste op Tourdirekteur Jacques Goddet, die enige dagen voor het einde in L&apos;Equipe schreef dat „alleen de mannen in de witte jassen in het laboratorium de Nederlander nog van de eindzege konden afhouden&quot;. Ook was hij des duivels over opmerkingen van ex-toprenner Luis Ocana, die meende dat Zoetemelk nog nooit zo slecht had gefietst als in de zomer van 1980. „Ocana vergat&quot;, aldus Zoetemelk, „dat ik meer dan zeven minuten voorsprong had op nummer twee (Kuiper, red.) en dat ik in de tijdritten van aparte klasse was.&quot; Ook een deel van de Franse pers, dat vond dat Zoetemelk triomfeerde omdat Hinault had opgegeven, gaf hij er later van langs. „Hinault stopte nadat hij te veel van zijn reserves had aangesproken. Hij was dus overwonnen, zo simpel lag dat&quot;. De populariteit van Zoetemelk is sinds 1980</p>
	<p>enorm toegenomen. Hij is een volksheld geworden. Voor de organisatoren van criteriums was geen prijs te hoog om de miljonair te strikken. Zoetemelk werd een fietsend monument, dat na zijn Tourwinst nog bepaald niet was uitgeblust. Terug in Franse dienst en later als lid van de ploeg Raas (nu SuperConfex) begon „oude Joop&quot; aan een soort tweede jeugd. Zijn meest opvallende prestatie was zijn wereldtitel op de weg in 1985. De veteraan, die begin 1983 aan stoppen dacht, was bij die gelegenheid 39 jaar. „Ik heb toen eindelijk eens geboft&quot;, zei hij in Miroir du Cyclisme. „En het was toch niet mijn schuld dat de renners die mij volgden daar in Italië geaarzeld hebben een tegenaanval te doen? Trouwens, de film bewijst dat ik in de finale harder dan vijftig kilometer per uur reed en dat ik dus niet in een leunstoel wereldkampioen ben geworden.&quot; Zakelijk type Joop Zoetemelk, ten slotte, staat bekend als de zuinige. Hij heeft altijd goed op zijn lichaam gepast en hij was niet royaal met het uitbetalen van zijn helpers. Misschien gebeurde dat onder invloed van Fran?oise, die in huize Zoetemelk het geld beheert. Zoetemelk is allerminst een zakelijk type. Niet zo lang geleden verklapte hij dat hij in het door Frangoise in Meaux gerunde hotel-restaurant even als invaller aan de receptie zat. „Er meldde zich telefonisch een groep van weet ik hoe veel eters. Ik vergat het te noteren. Nou, later stond dat grote gezelschap ineens op de stoep. Gelukkig was ik afwezig...&quot;</p>
	<p>Joop Zoetemelk in het shirt van Raleigh, waarin hij in 1980 de Tour de France won (Foto Cor Vos)</p>
	<p>Joop Zoetemelk in 1982, als lid van een Franse formatie (Foto Cor Vos)</p>
	<p>Joop Zoetemelk in 1985, in de regenboogtrui (Foto Ton de Haan)</p>
</text>