<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
<title>Simone is baas over eigen carrière</title>
<p>Een spetterende verschijning, gekleed in rode sweater, helblond rechtopstaand sprietjeshaar, een gezicht waarin alle lijnen vrolijk omhoog wijzen... Simone Kleinsma! Op het ogenblik kunnen we de radio niet aanzetten, of wij horen haar lyrische zuivere sopraan tezamen met Robert Long en Martine Bijl het mooie &quot;Vanmorgen vloog ze nog” uit de musical &quot;Tsechov” zingen, een liedje dat een muzikale oase vormt tussen alle lawaainummers van de hitparade. ERWTENSOEP Simone bestudeert de menukaart en besluit tot een bord erwtensoep. — Waar moet je vanavond spelen? „In Hoorn, gelukkig niet zover weg.” — Ben je na zo’n tweehonderd voorstellingen met de André van Duin-revue nog niet aardappelmoe? „Nee, dat kan je bij de revue niet worden. Er gebeuren voortdurend dingen die de zaak fris houden. Er wordt ontzettend veel gelachen, zowel in de zaal als onder-ons. We spelen de revue nu voor het tweede seizoen. Eigenlijk is het toch weer een heel nieuwe revue. Er is veel veranderd, want André was op een aantal nummers uitgekeken en Joop van den Ende blijft er aan sleutelen. Er komen steeds nieuwe dingen in. Dat houdt het vers.” — Als jij dat fantastische zang- en dansnummer ’Footloose’, waarbij je geweldig vitaal en energiek tekeer gaat, voor de zoveelste maal brengt, denk je dan wel eens iets in de geest van: ’Heb ik het gas wel onder de stoofpeertjes uitgedraaid?’ Of: ’Hoe zou het met de hernia van mijn schoonmoeder zijn?’ .Absoluut. Het zou ook gek zijn als je dat na tweehonderd keer niet eens had. Ik probeer wel altijd zoveel mogelijk het gevoel op te roepen dat ik in het begin had, maar dat wil niet zeggen dat Ik ook niet eens een keertje denk: Wat zal ik morgen es eten.” NIEUWE KANT — Op die plaat van Robert Long laat je een geheel nieuwe kant van je talent horen. Ga jij ook die rol spelen, als de musical Tsechov hier wordt uitgebracht? „Nee, het zou onmogelijk zijn om de cast van die plaat op het toneel bij elkaar te krijgen: Jasperina de Jong, Rob de Nljs, Martine Bijl, enz. En tijdens de opname heb ik alleen maar Robert Long gezien. Ik heb verder met niemand samengewerkt, zodat ik me er verder ook niet echt bij betrokken heb gevoeld. Ik zong alleen mijn eigen gedeelte in, verder heb ik niemand gezien, het verhaal niet gelezen... „In het voorjaar gaat Tsechov in West-Duitsland in première. Die plaat kun je beschouwen als een chique tryout. Het is wel frappant, dat zo’n plaat op het goeie moment valt. Door die plaat wordt mijn naam zo vaak genoemd, ik vind dat enig, had zoiets nooit verwacht. Het is een leuk project, maar ik denk dat het misschien wel wat taaie kost voor een Hollands publiek is.” VOORKEUR — Wat heeft in je werk jouw voorkeur: dansen, zingen of spelen? „Ik vind het ’t lekkerste als ik die drie elementen kan combineren, zoals nu in de revue. Maar af en toe doet zich de behoefte voor iets meer serieus te doen, eens kijken of dat ook in huis is.” — Wanneer viel in jouw leven het moment, waarop je zeker wist dat je het Vak in wilde? „Dat gebeurde nadat ik de opleiding kinderverzorging had afgezegd! Ik heb nooit vanaf mijn kindertijd het gevoel gekoesterd: Ik wil aan het toneel! Iets wat André van Duin wél had. Toch denk ik, dat in mijn jeugd het zaad wel is gezaaid. Mijn ouders waren op de operettevereniging D.O.S. (De operettespelers), de uitvoeringen waren in Krasnapolsky en Marcanti met tombola na afloop.” — Ik weet nog goed dat ik je voor het eerst zag optreden in het programma van Gerard Cox, samen met Leoni Jansen was je fantastisch in de weer, jullie zongen en dansten of je nooit anders had gedaan. Je kwam van de cabaretacademie, had je al die vaardigheden daar opgestoken? „Ik had twee jaar op de kleinkunstacademie gezeten, in de tijd dat die academie ging fuseren met de dansschool van Nel Roos. Daar zaten veel vergaderingen aan vast. Ik was achttien jaar, hing meer in de kussens dan dat ik een lesje nam en bovendien werden er veel lessen afgezegd wegens die vergaderingen. Maar ik heb er wel wat opgestoken. „Tegenwoordig Is het pakket dat ze op de academie aanbieden, veel ultgebreider dan dat in mijn tijd. Maar in mijn gevoel heb ik zoveel méér gewoon In de praktijk geleerd. Toen ik voor het eerst bij Cox werkte, heb ik dikwijls in de coulissen staan kijken. Ik heb heel veel van hem geleerd. En vergeet niet de periode bij Jos Brink en Frank Sanders... HENNAKOP „Ik heb op de kleinkunstacademie wél m’n Amsterdamse spraak afgeleerd. Toen ik er auditie deed, zag ik er niet uit., Ik had zo’n lange rooie hennakop, met een scheiding in het midden, een gitaar en een batikjurk. Ik had een vriendje bij me, ook met een gitaar voor de begeleiding. Ik zong een lied van Herman van Veen. Ik weet niet waar ze me op hebben aangenomen.. „Overigens was dat lange haar er op school wel heel snel af. En verder was het best een goeie basis, je leerde er projectie, het interpreteren van teksten en de basiskop schminken; &apos;Jong en mooi’, dat was de basiskop. Ook heb ik nog geleerd, hoe ik mij &apos;Egyptisch’ moest schminken. Verder is zo’n school heel goed om te doorstaan. Je komt toch in een raar wereldje terecht, en daardoor vielen er ook ook nogal veel leerlingen af.” — Je danst als een volleerd danseres. „Ik heb vanaf mijn zesde jaar op ballet gezeten. Ik ben</p>
<p>geen echte danseres, maar ik kan goed een been optillen.” ADVIES — Heb jij een advies voor jonge meisjes die, door jou geïnspireerd, ook bij het toneel terecht willen komen? „Live zingen! En verder ligt het er natuurlijk aan, wat je wilt. Voor een all-round opleiding is die kleinkunstacademie heel goed.” — Heb jij fans? „Ze zitten er wel, her en der op scholen. Ze schrijven me, vragen om een handtekening en sturen me ellenlange bladzijden met vragen: Wat moet ik doen om zo te worden? Ik geef ze altijd antwoord.” — Hoe blijf je in conditie? „Wat het werk betreft: ik heb nog steeds zangles, van Leny Vermaire, nu al elf jaar. Ik zou eigenlijk ook nog wat moeten trainen, maar door de voorstelling ’s avonds blijf ik aardig in conditie. Ik neem het me wel steeds voor... Verder is door dat reizen en trekken het eten erg onregelmatig en dan grijp ik vlug naar de vitamine-bruistabletten.” JALOERS — Koester je wel eens jaloerse gevoelens ten opzichte van anderen, collega’s? „Wat het werk betreft kan ik heel jaloers zijn op het talent dat iemand heeft, vooral op het creatieve, het in staat zijn om zelf iets te maken, te bedenken.” — Wie zijn jouw heldinnen, voorbeelden? „Caroll Burnett, dat mens is goud. Barbra Streisand. En vroeger ook Lucy Ball!” — Naast André toon je, behalve je komische kracht, ook je lyrische, serieuze kant. Als jullie samen dat schattige duet uit ’Mary Poppins’ zingen, dan kleur jij naar André toe heel romantisch, zonder de knipoog, gewoon puur ernstig. Dan ziet hij er ook ineens heel anders uit, hij wordt dan plotseling de ’Jeune Premier’. Heb je ambitie om de mensen nog eens in snikken te laten uitbarsten?</p>
<p>„Zeker, ik wil ze ook laten janken. Trouwens, het ligt zo dicht bij elkaar. In de musical &apos;Publiek&apos; van Seth Gaaikema had ik een mooi nummer: &apos;Moeder&apos;. Het publiek was daarbij muisje-stil, ik ervoer dat als nét zo lekker als zo’n zaal die dubbel klapt. Ik wil dat best wat meer aanboren.” — Heb jij je ooit gediscrimineerd gevoeld in de zin van: mannen maken altijd de dienst uit en daar baal ik van? „Ik heb dat nooit zo ervaren. Het is waar, dat mannen bijna alles maken. Maar ik heb altijd heerlijk met mannen gewerkt, me nooit gefrustreerd gevoeld. Integendeel. Ik ben zelf de baas over mijn carrière. Ik weiger ook rustig dingen. Ik heb de rol in ’lk, Jan Cremer’ afgezegd en toen een jaar zonder werk gezeten. Joop van de Ende regelt nu mijn werk, weliswaar alles in overleg, maar hij doet het uitstekend en dat geeft mij een heel veilig gevoel.” RLOEDBONJE — Maak jij wel eens bloedbonje in het theater? „Nééé, ik ben geen mens om bonje te maken, ik word niet zo heel gauw heel kwaad. Ik kan wel eens briesen, maar dat ligt zo aan de oppervlakte. Ik gooi het er uit, loop er niet mee rond.” — Je vriend is Guus Verstraete, die jou voor de televisie ook regisseert; leidt dat wel eens tot emotioneel ongerief? „Ja, dat kan heel erg explosief zijn, want je gaat na het werk ook nog samen naar huis. Zodoende staan wij midden in een produktie wel eens als kemphanen tegenover elkaar, maar dat werkt tegelijkertijd ook fantastisch. Je kunt echt alles zeggen, en daarbij kom je ook tot iets!” — Heb jij een wensdroom, wat je werk betreft? Een rol, een stuk, een programma? „Ik heb zojuist een special gemaakt voor de Tros-televisie. Dat was de vervulling van zo’n wensdroom, &apos;Simone and Friends’. Op dinsdag 3 januari wordt die uitgezonden. Duur:</p>
<p>vijftig minuten. Ik heb het materiaal voor het grootste deel zélf uitgezócht. De muziek in samenwerking met Jan Rietman en zijn Superband, de teksten en sketches samen met René Sleeswijk. „Het is een heel chique bezetting. Met Willem Nijholt zing ik een medley van showstoppers uit Hello Dolly, Foxtrot, Chorusline, My Fair Lady. Ik zing ook een duet met Ron Brandsteder: You don’t bring me flowers anymore, een beeldschone serieuze evergreen. Robert Long doet mee. Ik heb in die special mijn totale hart kunnen ophalen, Guus heeft het allemaal geregisseerd, wat wil een mens nog meer?” KINDEREN — Bevat jouw toekomstplanning ook het krijgen van kinderen? „Jawel! Beginnen met één. En het gevoel daarover is wel aanwezig, maar op het ogenblik dient het zich niet al te sterk aan, ik vind nu zoveel bevrediging in mijn werk. Er komt van alles op mij af. Ik denk dat mijn sterren heel goed staan, want ze sprankelen verschrikkelijk! Ik vind het allemaal zo heerlijk. Ik wil nog zoveel dingen doen en met kinderen beperk je ogenblikkelijk je mogelijkheden. Wat dat betreft is het misschien beter, als je heel jong aan kinderen begint.” — Wat staat er na de Van Duin-revue op het programma? „Sweet Charity! Ik ga volgend jaar Sweet Charity spelen. Er wordt al voor geboekt. En als de special een beetje leuk uitpakt, zijn er plannen voor méér daarvan!” De erwtensoep en de vragen zijn op. Simone ziet nu een heel klein beetje wit. — Doe je nog een dutje voor de voorstelling vanavond in Hoorn? „In de bus. Ik slaap altijd in de bus.”</p>
<p>DOOR MARJAN BERK</p>
<p>Simone Kleinsma: „Ik denk dat mijn sterren heel goed staan, want ze sprankelen verschrikkelijk!” (Foto André Verheul)</p>
</text>