<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
<title>DE SCHADUW VAN MERCKX</title>
<p>Alvorens in 1970 toe te treden tot de beroepsrenners, was Joop Zoetemelk een meer dan verdienstelijk amateur. Als pupil van Herman Krott reikte hij tot fraaie triomfen. In 1968 incasseerde hij, aan de zijde van Fedor Den Hertog, Jan Krekels en René Pijnen, in Mexico een gouden medaille op de 100 kilometer ploegentijdrit. Een jaar later volgde de winst in de Ronde van de Toekomst, waarna de profstallen massaal bij hem op de stoep verschenen. ■■■_Tekst: MAARTEN NOPPEN^^m»</p>
<p>1970</p>
<p>Het debuut bij de profs. Mars Flandria, geleid door Briek Schotte, wint het touwtrekken om de talentvolle Nederlander. Zoetemelk trapt in eerste Instantie schuchter mee. De eerste vuist op tafel komt in de GP Frankfurt, als hij tweede wordt achter Altig. Schotte: „Inderdaad, hij is een kranig manneke”. Op 17 mei de eerste zege op de weg, in het criterium van Simpelveld. Dan volgt de Tour. Merckx is oppermachtig, maar Joop eindigt sensationeel als tweede. De Belg, verwonderd . toch wel: „Chapeau voor hem”. Zoetemelk: „Pfft..ik heb toch mijn werk gedaan”?</p>
<p>1971</p>
<p>Het voorjaar staat in het teken van de voorbereiding op de Ronde van Frankrijk. Op 20 juni stelt hij zijn supporters gerust door landskampioen te worden. In Valkenburg schudt hij Wim Prinsen als laatste concurrent van zich af. Joop: „Het is toch logisch, dat de beste klimmer heeft gewonnen”. In de Tour is hij achter Merckx weer de beste. Na de tiende rit hult hij zich zelfs in het geel. Een dag later valt hij terug na een overval van. Ocana. In Parijs: „Tweede worden na Merckx beschouw ik als een overwinning”.</p>
<p>1972</p>
<p>De druk neemt toe. Of hij nu eens de Tour gaat winnen, wordt hem voortdurend gevraagd. Joop, ietwat korzelig: „Ik doe mijn best, maar Merckx werkt niet mee”. In België wordt hij voor „wieltjeszuiger” uitgemaakt. Grap in die dagen: Weet je waarom Zoetemelk er zo bleek uitziet? Omdat hij altijd in de schaduw van onze Eddy rijdt. Joop: „Pfft, ze doen maar”. In de Tour wordt hij vijfde. Na afloop incasseert hij kritiek voor afwachtende houding. „Ik ben ook maar een mens. Ik lig hier niet van wakker. Volgend jaar is er weer een kans”.</p>
<p>1973</p>
<p>Tweede in Parijs - Nice. Eind juni opnieuw landskampioen. De Tour begint in Scheveningen, Merckx ontbreekt en Joop is topfavoriet. „Verwacht niet teveel van mij. Er doen meer goede renners mee, hoor”. Na de proloog hijst hij zich in het geel. Nederland is bevangen door de Tourkoorts. Joop lanceert een nieuw gèzegde om optimisme de kop in te drukken: „De Tour is nog lang, de Alpen komen nog en Parijs is nog niet in zicht”. Op weg naar de Franse hoofdstad zwicht hij voor het geweld van Ocana (eindwinnaar), Thevenet en Fuente. Achteraf: „Ik kon niet beter. Maar ik heb bewezen, dat ik niet louter defensief rijd”. Op het WK en in de Landenprijs bevestigt hij zijn offensieve pretenties.</p>
<p>1974</p>
<p>Winst in Parijs - Nice. De verslagen Merckx staat perplex. „Joop is onherkenbaar”. Zoetemelk dicteert ook de Catalaanse Week. Opnieuw likt de Vlaamse „kannibaal” zijn wonden. Joop: „Ik voel, dat ik hem dit seizoen beter dan ooit partij kan geven. Ik zie uit naar de confrontatie in de Tour”. Ook de Ronde van Romandië aanschouwt een weergaloze Zoetemelk. In België wordt Merckx</p>
<p>nerveus. „Ik denk, dat ik werkelijk rekening met hem moet houden”. Dan slaat het noodlot toe. Op 22 mei, tijdens de Midi Libre, botst hij in Valras Plage tegen een op het parkoers geparkeerde auto van een Britse toerist. Het leed is niet te overzien. Breuk van het rotsbeen en hersenvliesontsteking. Joop wordt in eerste instantie door doktoren aan zijn lot overgelaten. Een foutieve diagnose in het ziekenhuis van Beziers doet hem de dood in de ogen zien. „Niets aan de hand, breng hem maar naar huis&quot;, melden de artsen. Een onverantwoorde autorit van liefst</p>
<p>tien uur volgt. Thuis verslechtert zijn gezondheid en hij wordt ijlings overgebracht naar het hospitaal van Suresnes. Nadat het levensgevaar is geweken, zegt professor Guyot: „Hij zal herstellen, maar aan wielrennen hoeft hij nooit meer te denken. Het is een mirakel, dat hij dit heeft doorstaan&quot;. In het najaar trekt hij voor verder herstel naar de Alpen. „Ik kom terug”. Dokter Fuchs staat hem met raad en daad terzijde. „Het zal vijf jaar duren voor je weer helemaal op krachten zult zijn&quot;. Joop: „Ik heb de tijd”.</p>
<p>1975</p>
<p>Magistrale triomf in Parijs Nice. Medici staan paf. Guyot: „Ongelooflijk. Als hij zich maar niet forceert&quot;. Joop: „Ik heb nergens meer last van”. Derde op het NK. En over de Tour: „Aan de zege denk ik niet, maar een plaats bij de eerste vijf moet haalbaar zijn”. Hij wordt vierde na Thevenet, Merckx en Van Impe. De bewondering voor zijn terugkeer aan de top is groot. Joop: „Volgend jaar hoop ik sterker te zijn”. Het WK heeft plaats in het Belgische Yvoir. De aanhang van Merckx dreigt Zoetemelk van zijn fiets te meppen, omdat hij in de Tour zou hebben samengespannen met Thevenet. „Ik snap die mensen niet. Ik heb niemand kwaad gedaan”. In het hotel van Oranje komt een bommelding. Vals, zo wijst een nader politie-onderzoek uit. De volgende dag wordt Joop door de Belgen uitgefloten en bespuwd. Kuiper houdt De Vlaeminck van de wereldtitel af. Zoetemelk: „Het doet me plezier, dat juist een Nederlander hier wint”. En over de hetze tegen zijn persoon: „Ze doen maar. Ik heb Merckx naar het waarom gevraagd, maar hij zegt dat het zotten zijn en dat ik er niet op moet letten&quot;.</p>
<p>1976</p>
<p>Wraak op de Belgen in de Waalse Pijl. Tijdens de slotkilometer wordt hij door een ingedommelde seingever een verkeerde weg ingestuurd. Hij keert na enkele tientallen meters om en houdt nog 57 seconden over op de achtervolgers. „Ik neem niet aan, dat men mij heeft willen flikken. Ik vond het wel vreemd, dat er ineens niemand meer langs de kant stond. Ik keek om en zag allerlei mensen in de verte wenken. Toen ben ik maar omgekeerd”. De Belgische pers mijdt de winnaar en beschrijft slechts de oorzaak van het verlies van Merckx, Maertens en Verbeeck. In de Tour is hij, door het ontbreken van Merckx, weer topfavoriet. Hij wint de machtige bergritten naar L’Alpe d&apos; Huez, Montgenèvre en Puy de Döme. Op weg naar Pla d&apos;Adet echter laat hij Van Impe lopen. Ploegleider Caput: „Joop, reageer”. Antwoord: „Het is nog</p>
<p>vroeg”. Te laat zet hij de jacht in. Van Impe legt basis voor eindzege. De Belg: „Ongelooflijk”. Joop, nors: „Hij is te sterk voor mij”. De kritiek op zijn gelanterfanter is meedogenloos. Een dag later worstelt Joop met een steenpuist op het zitvlak. Hij haalt op karakter Parijs, weer als tweede. „Deze Tour had ik nooit uit handen mogen geven. Maar ik blijf er bij, dat ik mijn best heb gedaan”.</p>
<p>1977</p>
<p>Zoetemelk zet alles op de Tour. De eerste maanden van het seizoen volbrengt hij in de anonimiteit. Aan de vooravond van de Ronde zegt Jan Janssen: „Hij is een defensief rijdende coureur. Durft geen risico te nemen. Hij is zo saai, dat-ie nauwelijks enige populariteit heeft”. En Kuiper: „Joop aanvallen? Je ziet hem wel, maar je hoeft niet bang te zijn, dat hij iets onderneemt”. In de media is Zoetemelk verre van geliefd. Zijn antwoorden blijven standaard: „De Tour is nog lang, we krijgen de Alpen nog en Parijs is nog niet in beeld&quot;. Tegen het einde hoort hij, dat hij op doping is betrapt. „Dat kan niet”, briest hij. „Ik ben geflikt. Wie denkt er nu, dat ik zo stom ben”. Kuiper, tweede na Thevenet, is de nieuwe publiekslieveling. In het najaar wint een getergde Zoetemelk Tours - Versailles.</p>
<p>1978</p>
<p>Traditiegetrouw tot juni uit beeld. De Ronde van Frankrijk immers blijft zijn doel. Het tijdperk-Merckx is voltooid verleden tijd. Joop, overvleugeld door Kuiper: „Het wordt tijd om toch nog eens die Tour te winnen”. In de Ronde stuit hij op Hinault. De Breton is onverslaanbaar, Joop wordt weer eens tweede. „Pfft, ik moet er blij mee zijn”.</p>
<p>1979</p>
<p>Zoetemelk imponeert in januari tijdens de Zesdaagse van Rotterdam. Opvallend: het publiek waardeert zijn ongekende strijdlust en draagt hem ineens op handen. Winst in Parijs - Nice. Bijt aan de Azurenkust ineens fel van zich af. „Twee jaar terug werd Kuiper sportman van het jaar, omdat hij tweede in de Tour was geworden. Ik ben dat al vier keer geweest en heb nooit een onderscheiding gekregen. Ik zal iedereen nog eens wat laten zien”. Hij houdt woord en palmt de Ronde van Spanje in. De Tour verliest hij opnieuw van Hinault, maar zijn oppositie is hartverwarmend. Joop in Parijs: „Ik blijf hopen hem ooit te kunnen verslaan”. Enkele weken later bericht uit Frankrijk: Zoetemelk tijdens Tour op doping betrapt. Controles deugen van geen kant, zo blijkt. Urinestalen raken zoek, etc. Zoetemelk is zuur: „Ik sta machteloos tegen alle aantijgingen”. Toch blijkt hij van lijfarts Fuchs kunstmatig aangemaakt hormoonpreparaat tegen vermagering te hebben gekregen. „Maar wie zegt, dat onderzoek correct is verlopen?” Revanche In herfst met winst in Blois - Chaville. Na afloop vraagt Post hem bij Raleigh te komen. Joop hapt toe. „Het is mijn enige en laatste kans om de Tour te kunnen winnen. Raleigh is de sterkste formatie, dus...”. De transfer wordt in Nederland met gejuich ontvangen. Post: „Joop is er wel 33, maar nog niet te oud. Volgend jaar loodsen we hem naar de Tourwinst”.</p>
<p>w Typerende beelden uit de eerste profseizoenen van Zoetemelk. In het wiel van de almachtige Merckx, dus. Achter Joop weer Thevenet, die hem in ’75 en ’77 de weg naar de Tourzege versperde. Inzet: Hoe weinig populair Zoetemelk was bij de supporters van Merckx. Galgehumor, dus. (Foto AFP).</p>
</text>