<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Italiaan Zanin won goud Oranje-wielrenners hadden in massasprint geen kans</title>
	<p>(Van onze speciale verslaggever) TOKIO Korte tijd nadat de Italiaan Mario Zanin de gouden medaille als winnaar van de individuele wegwedstrijd had veroverd en de Deen Rodian en de Belg Godefroot daarbij achter zich liet, bood Cornelisse zijn excuses aan zijn wielrennende kameraden aan. Henk had spijt van zijn uitval onmiddellijk toen de strijd in een massaspurt was beslist. „Daarvoor moesten ze me nu zo nodig passeren voor de weg", brieste Cornelisse. „Waarschijnlijk zou ik de best geplaatste Nederlander zijn geworden, want ook mij zouden ze heus niet hebben losgereden, zoals gevreesd werd". Daarmee doelde de nijdige Amsterdammer op het feit, dat een „pak" renners, onder wie velen die normaal gesproken niet bij de eersten aan de meet hadden moeten komen, de beslissing had uitgevochten. De gramschap van Cornelisse was ook gericht tegen de matige klassering van de uitverkoren Nederlanders, van wie Bart Zoet op de 20e plaats als eerste oranje-man was geëindigd, Gerben Karsten en Harry Stevens in de grauwe massa waren verdwenen en Jan Pieterse luttele seconden achter de meute was gefinisht.</p>
	<p>Karstens en Zoet werden bij de trut gegrepen Later: toen hij uit, de monden van Karstens en Stevens het verhaal van de laatste ronde had gehoord, had Cornelisse spijt van zijn uitval. Toen was hij evenals alle andere Nederlanders er van overtuigd, dat onze jongens hadden gereden voor wat zij waard waren, maar dat het weer niet had meegezeten. Attent De Rus Petrof en de Spanjaard Rodriguez waren die laatste van de 8 ronden ingegaan met een voorsprong van 42 seconden. Maar op de brede autoweg naar Hachioji hadden zij vele seconden moeten prijsgeven op het fel jagende peloton, dat een snelheid van meer dan 50 km ontwikkelde. Wereldkampioen Eddie Merckx, belust op een tweede triomf binnen zes weken, demarreerde toen het gat nog slechts 100 meter be-; droeg. Hij werd gevolgd door de attente Gerben Karstens, die geen herhaling van Sallanches wenste, de Fransman , Raymond, de Belg Boons en de Zwitser Luthie, die nog voorspoedig hersteld is na de vrij ernstige aanrijding met een auto tijdens de eerste trainingsdagen. Kampinensvorm Merckx bereikte de twee vluchters het eerst. Even vielen zij stil en daarvan maakten de anderen gebruik om hen te passeren. Maar de Belg stak in kampioensvorm en kwam in zijn eentje zo snel in de klim naar voren, dat niemand zijn</p>
	<p>wiel kon pakken. „Ik bleef op tien meter hangen en ook Roger Swerts, die uit het peloton was gekomen, kon Merckx niet bereiken", vertelde Gerben Karstens later. De Belgen en de Nederlanders gaven de toon aan. In de lange afdaling bleef Merckx vóór op een jachtgroep van elf man, waarin Gerben Karstens achteraan hing. „Ik wilde alles riskeren en op het moment dat ze Merckx zouden terugpakken ineens er tussenuit gaan". Maar toen Merckx werd achterhaald was het peloton onder leiding van de Italiaan Gimondi, die ook voordien alle ontsnappingspogingen van de Nederlanders had gecontroleerd, bijgekomen en in een langgerekte rij ging het naar beneden.</p>
	<p>Beslissend moment Gerben Karstens slaagde er toch in nog even weg te komen, maar werd door Merckx tot de orde geroepen. Er werd nu positie gekozen voor de slotfase. Bij het keizerlijk mausoleum op twee kilometer van de streep lag Merckx weer voorop, op 30 meter gevolgd door Harry Stevens, op 60 meter door Karstens en een Uruguees. In de laatste bocht voordat de weg over een lengte van 700 meter verder kaarsrecht naar de aankomstlijn loopt, slipten Merckx en Stevens op het door een miezerig regentje glad wordende wegdek maar kwamen niet ten val. Hiervan echter konden Karstens en de Uruguees gebruik maken om bij te komen. Het was het beslisende moment in de wedstrijd. „We zaten nog geen 25 meter voor de grote groep uit en ik durfde niet door te gaan", vertelde na de finish Karstens met een stem vol berouw, „had ik het maar wel gedaan". • Vastgegrepen Nog was hij niet kansloos want bij het ingaan van de laatste $OO meter zaten hij en Bart Zoet aan 't wiel van de op kop rijdende Duitser Peffgen in haast ideale positie. „Maar eerst. werd ik en daarna Bart bij de trui gegrepen en stoof de hele bende langs ons". Gedemo- • raliseerd zat Karstens na de teleurstellende uitslag op zijn bed. Eén ding was tijdens deze vrij saaie race over ruim 194 km, waarin maar heel weinig gebeurd is, duidelijk geworden: Dit tijdens de training zwaar geachte parcours met een venijnige, maar korte klim na 11 kilometer, was té licht voor een dergelijk kampioenschap.</p>
</text>
