<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
<title>Feijenoord was op dreet</title>
<p>D.F.C. werd met 4-2 geklopt Vrauwdeunt speelde een uitstekende wedstrijd Dat is een tegenvaller vqor een paar stampvolle treinen Dordtenaren geworden! Die hadden gedacht in Rotterdam de peentjes eens te kunnen opscheppen, want na een verslagen ADO moest het oude, wat over zijn beste tijd heen zijnde Feijenoord een zettere prooi zijn. Maar die Dord tenaren hadden buiten het belangrijke feit gerekend, dat een Feijenoord, dat beseft, dat er grote dingen op het spel staan en zich daarom inspant, nog altijd tot heel wat in staat is. De eerste tien minuten waren er al om dat te bewijzen. Er waren momenten, dat Feijenoord speelde als eertijds in zijn glorieperiode. Kuppen bijvoorbeeld gaf ferme, zuiver afgemeten trappen naar de vleugels, waar Linssen en Benz het wel weer klaarden, hoe moeilijk Schleicher en Groen het hun ook maakten. Er ontbrak in de Rotterdamse ploeg één ding en dat was de middenvoor, die voor de „finishing touch” zorgen kon. Dat gemis deed zich de hele wedstrijd door ernstig voelen. Het was daarom voor Feijenoord een groot geluk, dat Vrauwdeunt in zulk een uitstekende vorm was. De handige kleine man werkte op de linksbinnenplaats als een paard, en liet zijn Dordtse belagers door zijn handigheid onophoudelijk in het zand bijten. En van schieten wist hij ook! Sinke op rechts wisselde als gewoonlijk voortreffelijk werk af met zwakke momenten. De Rotterdamse voorhoede was zodoende thans, ondanks het falen van Barendregt, beter dan die der Dordtenaren, waarin Punt maar net voldeed en eigenlijk alleen Mijnders een uiterst gevaarlijke man was. De Dordtse linksbuiten had het echter moeilijk. In de eerste plaats kreeg hij de ballen slecht aangegeven — het plaatsen was bij DFC trouwens over het geheel .slecht — maar bovendien vond hij Paauwe tegenover zich. Tussen d&apos;at tweetal werden talrijke opwindende duels uitgevochten. Ook de Dordtse middenlinie was aanzienlijk minder dan die van Feijenoord, — in dit geval zouden wij bijna zeggen vanzelfsprekend, want nu de Rotterdammers minder in de breedte speelden en de psX dadelijk naar de voorhoede dirigeerden waren zij door hun zuiverder plaatsen niet te kloppen. Alleen de verdedigingen waren van gelijke kracht en die kracht was niet gering, ondanks enige fatale fouten. Veel doelpunten Er werden in deze wedstrijd boven verwachting veel doelpunten gemaakt. Feijenoord, dat het eerst in de aanval was, opende de score. Sinke speelde de bal uitstekend door naar Linssen, die alle beweringen, dat hij geen rechterbeen heeft logenstrafte door met dat been te doelpunten. Het was echter weer spoedig gelijk, want na een vrije schop van Mijnders ontstond er een verwarde doelworsteling waarbij v. d. Lely de bal met de hand speelde en Punt de toegewezen penalty in een doelpunt omzette. Vrauwdeunt zorgde er echter voor, dat het Rotterdamse overwicht opnieuw ih de score tot uitdrukking kwam en toen een fout van Vlietstra door Mijnders afgestraft werd en het dus 2—2 was, dribbelde de kleine man andermaal naar Liefaard, omspeelde deze en maakte 3—2. Dit laatste doelpunt was mede te wijten aan de Dordtse backs, die voor buitenspel bleven staan hoewel scheidsrechter Nijs met grote beslistheid neen schudde. Het was wel merkwaardig, dat tenr slotte ook het beslissende doelpunt aan een fout van de verdediging te wijten was, waarmede toch wel duidelijk werd, dat de voorhoeden louter op eigen &apos;kracht niet sterk genoeg waren om ,-tot resultaten te komen, want ook bij de andere doelpunten ging in geen geval de defensie vrij uit. Het was Benz, die na de rust van een misverstand profiteerde en DFC de genadeslag gaf (4—2). Wat daarna vertoond werd, was niet veel fraais. Meer nog dan voordien werd er vooral van Dordtse zijde maar in het wilde weg gepild, waardoor de bal vaker buiten dan binnen de lijnen was. De elftallen Feijenoord: Vlietstra, d.; Oldenburg en v. d. Lely, a.; Paauwe, Kuppen en De Vroet, m.&gt; Benz, Sinke, Barendregt, Vrauwdeunt en Linssen, v. DFC: Liefaard, d.; Groen en Schleicher, a.; Van Willigen, Bergeyk en Van Dalen, m.; Van Velzen, Los, Punt, v. d. Berg en Mijnders, v. Productieve bui van E.D.O. VUC heeft zich tegen EDO van zijn zwakste zijde laten zien. Na een half uur opende de Haarlemmers de score. Aan den middenvoor van VUC gelukte het uit een hoekschop gelijk te maken (1—1). De gastheren moesten het nogal eens in snelheid tegen de EDO-ers afleggen, doch deze begingen de fout om hun middenlinie te ver terug te trekken, zodat de voorhoede te weinig steun ondervond. Na de rust wisten de Haarlemmers al spoedig een voorsprong te &apos;krijgen, doordat Rolfes een schot van richting veranderde (1—2). De midvoor der gasten maakte er even later 1—3 van en toen was het hek van de dam. De Hagenaars kwamen er practisdh niet meer aan te pas en de stand werd op l—5 gebracht.</p>
</text>