<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
<title>Haagsche Kunstkring hield zijn jaarlijkse Mei-herdenking</title>
<p>Treffende beschouiving J.W. Schulte Nordholt /OVEREENKOMSTIG de jaarlijkse traditie heeft de Haagsche Kunst^ kring wederom zijn Mei-herdenking gehouden, waarin ditmaal speciaal de jongeren werden betrokken. Twee overwegingen kunnen als aanleiding daartoe worden beschouwd: le dat de jeugd van thans zich een beeld tracht te vormen van hetgeen toen — 15 tot 20 jaar eeleden is gebeurd, en 2e, dat indertijd (en telkens onder dergelijke omstandigheden) vooral de jongeren een actief aandeel daarin hadden.</p>
<p>Derhalve werd het herdenikingsprogramma van gisteravond in de Kunstkiringzaal, die aan veie belangstellenden plaats bood, grotendeels door jongeren verzorgd. Het openingswoord werd gesproken door de omstreeks 25-jarige Fred van Wijck (beituurslid van de H.K.K.), er werden verzetsgedichten voorgedragen door de nog eugdiger M. M. Mendel, en het Jeugd&gt;rke$t Haganum — bestaande uit leerlin:en van het Gymnasium Haganum — wisselde het gesproken woord af met sfeer&apos;olle muzikale iotermezzi. Toch lag het :waartepuot van deze herdenkingsbijeentomst niet in het aandeel van deze jongeren, iie immers in ’t algemeen meer nog in het radium verkeren dat zij indrukken — ook Iie over de recente oorlog — in zich opnenen en moeten zien te verwerken, dan dat :ij zich reeds een houding ten opzichte van iie indmkken kunnen hebben eigen genaakt. Het culminatiepunt van de avond ag daarom bij de besohouwende uiteen;etting door J. W. Schulte Nordiholt — leaar aan het Rijnlands Lyceum te Wassela ar en daardoor nauw met de jeugd van andiaag verbonden — historicus en als odamig geconcentreerd op de menselijke eweegredenen die tot oorlog en vrede leien — dichter en daardoor meer dan een uchter analyst van deze beweegredenen&apos; ( wiiand die deze ook, missohien wel in de erste plaats, uit zijn eigen gevoelswereld ■©nadert. Verplichting De inleiding van Fred van Wijck was ge- 1 undeerd op het besef dat het gevoel van erpliob-ting jegens hen die in de oorlog ielen niet mag worden overvleugeld dooi omantische piëteit en medelijden — dat vij een verantwoordelijkheid dragen ten ipzichte van het doel waarvoor zij hun even offerden. De klacht dat de „teenagers” &apos;an vandaag geen begrip voor de herden;ing in deze meidagen zouden hebben oorleelde hij niet gegrond zolang de ouderen t halfslachtig tegenover staan. Een halflaohtigheid waartegenover het besef moet vonden gesteld dat het gaat om onze culuur, om, zoals Fred van Wijck het uitIrukte, ons gemeenschappelijk bezit aan raditie en ontwikkeling. M. M. Mendel miste in zijn voordracht ran poëzie, ontsproten aan de tijd van bezetting en terreur, overtuigingskracht en :rachtte dit soms te compenseren door zijn tekstinterpretatie met enkele gebaren meer nadruk te verlenen. Maar hij toonde wel</p>
<p>zèif overtuigd te zijn van, en bewogen door de teksten die hij declameerde: „De Doden” van Mnu.s Jacobse, de „Ballade van de-ter-dood-veroordeelden” van Yge Foppema en „Na 15 jaar” van J. W. Schulte Nordiholt, dat op eerlijke, onsentimentele, niet-pathetiische en niet-nancumeuze wijze gedragen wordt door dezelfde algemeen-menselijke sfeer waarin de auteur op deze avond zijn beschouwing onder de titel „De vrijheid sterft niet” hield. Idealisme Deze beschouwing romantiseerde niet en idealiseerde niet „het verzet” als totaliteit, maar richtte zich op het idealisme zelf, waaruit dit verzet geboren werd — een idealisme als bijna logisch ontstaan contrast tegenover de geest van bruut geweld die de macht hiad. Dat van dit idealisme reeds spoedig na de oorlog niet veel meer te bekennen viel bracht J. W. Schulte Nordholt tot de gedachte; misschien is idealisme een stof, die aanwezig blijkt te zijn wanneer dit nodig is”. De Hongaarse &gt;pstamd van ’56 noemde hij er een voorbeeld van. Datgene wat wij in deze dagen noeten berdenken, is de „elite van hart&quot;en vil” die zich in de oorlogstijd mamdfesteerle, zo besloot de spreker zijn betoog, dat &gt;p de aanwezigen — ook op de jongeren — veel indruk maakte. Het Jeugdorkest Haganum bracht onder eiding van zijn dirigent A. B. M. Brans wee delen uit het Concert in D. voor giaar en strijkers van Vivaldi en de Tweede 3rkost.su:te van J. S. Bach ten gehore — verken die weliswaar niet speciaal voor :en min of meer gewijde sfeer zijn geichreven maar door hun muzikale noblesse toch goed bij de geest van de bijeenkomst aansloten. Op de uitvoering van deze werken als zodanig behoeft niet nader te worden ingegaan — dat geschiedde in deze kolommen reeds naar aanleiding van een concert dat het Haganum Orkest dit seizoen in Diligentia gaf. waarbij ook deze werken qp het programma stonden. De bijeenkomst werd gesloten met het gezamenlijk gemusiceerd en gezongen Wilhelmus — eerste en zesde couplet. — De Hofstad-Operette viert zijn twintigjarig bestaan met een opvoering van de lob. Strauss-operette „Fine Nacht in Venedig”, zondagavond 8 mei a.s. in de grote zaal van de Dierentuin.</p>
</text>