<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Onfortuinlijke dag van doelman kwam Graafschap op 6-1 nederlaag te staan</title>
	<p>ROTTERDAM Om doelman Gerritsen de nederlaag van De Graafschap tegen Feyenoord inde maag te schuiven, zou niet juist zijn, maar ongetwijfeld is de Doetinchemse goalie, die wel een zeer ongelukkige dag had, verantwoordelijk voor de wel wat smadelijke 6 die het aantal doelpunten aangeeft, dat De Graafschap tegen zich zag scoren. De magere 1 die tegenover die 6 staat, kan in dit geval nauwelijks „het de eer reddende -cijfer” genoemd worden, want daarvoor is de nederlaag wel wat al te zwaar. Alhoewel we doelman Gerritsen dus als het ongelukkige zwarte schaap moeten doodverven, staat het wel vast, dat ook indien deze doelman in vorm was geweest, Feyenoord met de overwinning zou zijn gaan strijken of althans de overwinning verdiend zou hebben. De Rotterdammers speelden individueel en als ploeg ongetwijfeld beter dan de Graafschappen-, die evenwel in enkele perioden van het duel ook zeer zeker tot verdienstelijk spel kwamen. Zo bv. inde eerste 25 minuten. De Graafschap gaf toen de toon aan en bouwde vele voor het oog aardige aanvallen op. Met rustig positiespel vormde de stopperlinie, bestaande uit Epi Jansen, Jonker en Harmsen, een hechte basis voor het Doetinchemse offensief, dat inde voorste gelederen geleid werd dooreen weergaloos handige en (toen nog) ook goed afgevende Meyers. Maar dat offensief vond geen voltooiing in doelpunten omdat er steeds weer enkele zwakke schakels inde ketting bleken te zijn. Zo bv. midvoor Selderhuis en rechtsbuiten Kluin, die met hun balbehandeling te traag waren om hun gerenommeerde bewakers, resp. stopper v.d. Hoek en linksback Osterholt in moeilijkheden te brengén. Linksbuiten Bosveld had tegen de geroutineerde v. Kerkum en Steenbergen niets te vertellen. Ook beide kanthalfs Faber en Weyand pasten lang niet altijd ir. het geheel van het Doetinchemse offensief. Hun plaatsen was zwak en vooral Faber liet verdedigend ook nog wel eens een steekje vallen. Het „gevaar”, dat de afronding moest brengen, bleef beperkt ,tot enkele verre schoten van Meyers en Selderhuis, die of naast of over gingen, of die doelman v.d. Bijl in hun baan vonden. De Feyenoordaanval liet in die eerste 25 minuten zo nu en dan wel aardige combinaties zien, maar daar die veel te ver doorgevoerd werden, zat er niet veel perspectief in. Toen, inde 26e minuut, scheen de handige en snelle middenvoor Schouten zich plotseling de Rotterdamse .klacht, „dat Feyenoord geen schutters heeft” te herinneren. Even buiten het strafschopgebied bemachtigde hij de bal, dreef hem enkele meters op en toen een ieder weer wat fjjn borduurwerk verwachtte, loste de Maasstedelijke aanvalsleider een hard, laag schot, dat Gerritsen volkomen verraste (1-0). En nog geen 5 minuten later was het al 2-0 door linksbinnen De Bruijn, die een flitsende, met kort samenspel door Schouten, Bosselaar (rechtsbinnen) en Moulijn (linksbuiten) opgezette aanval afrondde met een fel schot, dat Gerritsen kansloos sloeg. Zo, geheel tegen de verhouding in het spelbeeld in, keek De Graafschap plotseling tegen een 2-0 achterstand op. Dit betekende het begin van de malaise. Meyers ging pingelen en remde zodoende de aanval en het spel der overige Doetinchemmers werd nerveus en slordig. Toch leek het tij nog ten gunste van De Graafschap te keren, want inde 35ste minuüt mikte Beumer (als linksbinnen wat te traag) de bal op het hoofd van Selderhuis en met een forse knik werd v.d. Bijl verslagen (2-1). Maar enkele minuten later deed Gerritsen bij zijn ploeggenoten de moed in de schoenen zinken door»helemaal niet te reageren op een ver, hard, maar zeker houdbaar schot van Bosselaar (3-1). Met deze stand werd gerust. De rust scheen De Graafschap nieuwe kracht gegeven te hebben, want de blauw-witten begonnen de tweede helft met een offensief, dat o.a. resulteerde ineen fraaie kopbal van Beumer en schoten van Faber en Meyers. Doelman v.d. Bijl toonde evenwel een betere dag te hebben dan zijn collega aan de overkant. Deze werd inde 15e minuut weer geheel onnodig gepasseerd, nadat hij uiteen uittrap de bal voor de voeten van Bosselaar had gedeponeerd en als verstijfd van schrik bleef staan toen Bosselaar van grote afstand een schot loste (4-1). Feyenoord, met zijn rap binnentrio, De Bruijn-Schouten-Bosselaar, en zijn hechte, doch soms wat te gemakkelijk spelende defensie, met Bak, Osterholt en Van Kerkum als de besten, speelde toen een gewonnen wedstrijd. Schouten faalde een keer toen hij geheel alleen voor Gerritsen kwam, maar rechtsbuiten v. Woerden zorgde inde 23ste minuut toch voor no. 5. Hij strafte de zoveelste blunder van Gerritsen, die de bal ver buiten zijn doel uit zijn handen liet glippen, af (5-1). Dezelfde Rotterdammer zorgde een minuut of vijf later met een lage diagonale schuiver, waar Gerritsen finaal overheen dook, voor 6-1. Gezegd moet worden, dat De Graafschap dapper partij bleef geven om de nederlaag nog enigszins dragelijk te maken. Het doorzichtige en te trage voorhoedespel kon de Feyenoord-defensie evenwel niet verontrusten. Epi Jansen, die het nog even op de middenvoorplaats probeerde, slaagde met zijn wat wilde . ogingen er ook niet in om nog wijziging inde score te brengen en moest zich zelfs inde laatste fase van het duel wegens een beenblessure laten vervangen door de ex-Wageninger Rijer Jansen. Het bleef dus 6-1. Een geflatteerde uitslag van een wedstrijd, die niet groots was, maar die bij tijd en wijle toch wel aardig voetbal aan de ongeveer 25.000 toeschouwers bood.</p>
</text>
