<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Achter het voetlicht heerst de chaos van het succes TACHTIG AMATEURS DELEN LIEF EN LEED VAN DE G.0.0.V.</title>
	<p>(Van onze verslaggevers) „Bij ons in de Jordaan " Dit reeds lang versleten lijfliedje van Johnnie, dat eens promoveerde van straatwijsje tot populair volksmelodietje zou eigenlijk niets te maken hebben met dit verhaal, ware het niet dat het in het holst van de nacht werd gezongen. Wij nemen direct aan, dat het wel eens vaker na het middernachtelijk uur ten gehore wordt gebracht, maar in het onderhavige geval werd dit feit gepleegd door enkele jongelieden, waarvan een buitenstaander hogere verwachtingen zou kunnen koesteren. Tijdens deze wel zeer prille aubade aan niets en niemand anders dan hunzelf, zaten wij, als tijdelijk insider, in hetzelfde schuitje en dat betekent in een donkere, rokerige auto-bus. Buiten gleed het schemerige sneeuwlandschap aan de beslagen ruiten voorbij. Het enige licht in de bus kwam van de waziggroene klok boven de voorruit en het voortdurend rode opgloeien van aangestoken sigaretten. Na het Jordaanse lied volgden vele, en meestal betere, melodieën, die de schommelende ruimte met de diep weggedoken, bijna vormloze donkere figuren, op een dikwijls overmoedige wijze vulden. En een beetje overmoedig mochten de nachtelijke reizigers dan ook wel zijn, want voordat zij de koude bus waren binnengegaan, hadden zij een aandeel gehad in een succesvol vermaak, dat onder de naam „Bal in Sa voy" enkele uren lang een honderdkoppig publiek tot enthousiaste uitbarstingen van waardering bracht En tot wanhopige uitbarstingen van de regisseur, resulteerde. Maar dat is het lief en leedverhaal van achter de coulissen.</p>
	<p>Kostuum was spoorloos Een dergelijk verhaal zal bij' de Groninger Opera- en Operette-Vereniging altijd wel op ongeveer dezelfde wijze beginnen. Ergens in de schaduw van de „olie grieze" vertrekt de eerste van een serie bussen, die de solisten, dames en heren van het ballet en de koorleden plus het orkest naar ' een toneel- of schouwburgzaal ergens in of buiten de provincie moeten brengen. Dezer dagen werd de reis met het gebruikelijke, rumoerige ceremonieel om kwart over vijf geopend. Bestemming Veendam. Na een gezellige tocht, die een uur van praten, lachen en zingen in beslag nam en waarbij het meeste werk volgens onze mening werd verzet door de ruitenwissers die een felle zwiepende strijd voerden tegen een voortdurend in hevigheid toenemende sneeuwstorm, was het doel ' bereikt. Voor regisseur Dick Roelfsema, was dit het moment om met beide handen naar zijn grijzende haardos te grijpen, want tegen de invasie van een onvervalste oprechte amateursfeer waren zijn maandenlang getergde zenuwen niet meer bestand. Deze man, die meende alles te hebben doorstaan vanaf het moment, dat de eerste slopende repetities begonnen van zijn debuut als operette-regisseur tot aan het ogenblik dat hij moegewerkt, zenuwachtig, maar toch een beetje trots voor het gereedstaande decor stond van het eerste bedrijf, kreeg plots een niet geplande, schijnbare chaos te verwerken van door elkaar lopende en schreeuwende mannen en vrouwen, die met hun tachtigen, en de beste wil van de wereld, niet in de kleine ruimte achter het toneel konden worden geborgen. Tien minuten na de invasie bleek het kostuum van de regisseur, die tevens de kostelijke rol van Monsieur Albert vertolkte, spoorloos te zijn en toen barstte bij hem de bom. Plotseling scheen niemand iets te weten en liep iedereen naar verdwenen kledingstukken of complete kostuums te zoeken. Zij, die wel in het gelukkige bezit van een uniform of cocktailjurkje bleken te zijn, riepen zich schor om veiligheidsspelden en touwtjes. Sommigen liepen maar in een geheel ontmoedigde bui naar de grimeur, overtuigd als zij waren, dat de sjerp of het witte strikje onvindbaar was en bleef. Tot grote ontsteltenis van de heer Raatjes en zijn assistent, die niet in staat waren tegen deze overbelasting doeltreffende maatregelen te nemen. Toch ging het doek op Ondertussen stroomde de zaal vol met een publiek, dat ongetwijfeld hooggespannen verwachtingen had van hetgeen hun zou worden voorgeschoteld. Het bericht dat ruim 300 mensen teleurgesteld naar huis moesten worden gestuurd, vermocht niet enige verandering te brengen in de zenuwachtige slag om op tijd klaar te zijn. Wonder boven wonder kwam toch nog het bevel dat iedereen zich moest opstellen tussen de coulissen. Nadat Louis Drenth een, tussen de massa onvindbare regisseur had toegeroepen, dat de pret kon beginnen, haastte hij zich naar de orkestbak</p>
	<p>en even later was het gebeurd. Het doek ging op en voor de ogen van de honderden bezoekers ontrolde zich het muzikale verhaal en de speelse intrige van Paul Abraham's moeilijke operette „Bal in Savoy". Slechts enkele ingewijden in de zaal zullen geweten hebben, dat zich achter het voetlicht de onontkoombare strijd tegen de tijd en onverwachte obstakels voortzette. Niemand zal ook maar een moment hebben stilgestaan bij de vraag hoe het mogelijk was, dat Mustafa-Bei op een gegeven ogenblik in vol Turks ornaat van het toneel verdween om precies drie minuten later onbezorgd lachend weer op te komen in avondkleding. Jan Drenth, die in grootse vorm deze rol vervulde, staan ongetwijfeld de zweetdruppels nog op het gelaat als hij terugdenkt aan de 5 assistenten, die hem met een razend kunsten vliegwerk deze metamorfose lieten ondergaan. Zo is het gebleven. Heel de lange avond door. Te weinig ruimte voor het massale koor om op of van het toneel te gaan, solisten die op het laatste moment tot de fatale ontdekking kwamen dat zij een verkeerde pruik op hadden gezet, ongewenste personen, die rokend en met fotoapparaten tussen de coulissen verschenen en de juiste mensen die op het onjuiste ogenblik nog even de grimeur opzochten. Tussen dit alles door werden haastig nog enkele uit de herinnering ontschoten passages overgelezen en werkten de inspeciënten zich met de toneelmeester en diens knechten letterlijk in het zweet. Juiste sfeer. Voor ons, als insider voor een avond, leek het even onwerkelijk toen voor de laatste keer een losbarstende ovatie vanuit de zaal het toneel overstroomde en de vrouwelijke hoofdrollen overladen werden met frisse, kleurrijke bloemen. Het daverende applaus en de uitroepen van instemming deden ons echter ineens beseffen, dat inderdaad niemand voor het voetlicht ook maar iets had gemerkt van de chaos waarin wij enkele uren lang hadden geleefd. Het publiek had enkel de verrichtingen binnen het licht van de schijnwerpers gevolgd en bracht nu zijn dank aan alle medespelenden. Tevens beseften wij, dat de overweldigende dankbetuiging van het publiek alleen maar mogelijk was als zij werkelijk had genoten. Daarom mochten de nachtelijke reizigers wel een beetje overmoedig zijn en konden wij begrijpen dat allen. de regisseur incluis, nu alweer vol spanning zitten te wachten op de eerstvolgende voorstelling, omdat, alle uitbarstingen ten spijt, alleen een dergelijke schijnbare chaos in staat is bij de enthousiaste amateurs de juiste sfeer te scheppen en dus het succes te verzekeren.</p>
</text>
