<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>GESLAAGDE „ZIGEUNERBARON" GOOV kwam uitstekend voor de dag op jubileum</title>
	<p>GRONINGEN Ter gelegenheid van b2Ar 30-jarig bestaan gaf de Groninger Opera- en Operettevereniging zaterdag en zondag in de Schouwburg een opvoering van de Zigeunerbaron van Johann Strauss. Deze keuze is een gelukkige geweest: de muziek is alleraardigst met veel prettige melodieën en qua toneel is het te spelen. Men was zo verstandig geweest voor de titelrol een vakman te engageren; de zware rol van Barinkay eist een uitstekende tenor en die is er momenteel onder de amateurs in het Noorden niet te vinden. Men had daarom een beroep gedaan op Chris Beumer van de Nederlandse Opera. En om nu maar met hem te beginnen: hij heeft deze Zigeuner, die later baron wordt, op zeer knappe wijze gespeeld en vooral gezongen. Zijn stem is vol glans en van een zeer groot volume, zodat hij bijwijlen de andere solisten dreigde te overstemmen. Zijn parlando's waren niet overal even duidelijk; zijn spel vlot en levendig. De enige van de anderen, die feitelijk tegen hem was opgewassen, was de Winschoter operettester Gré Landré die ik ook nu weer onvoorwaardelijk heb kunnen waarderen. Haar stem wint nog steeds aan omvang, haar intonatie is vlekkeloos en haar dictie is uitstekend. Waarlijk, een kracht, die in een beroepsgezelschap geen slecht figuur zou maken, ook al zou haar actie wat minder stereotiep kunnen zijn. De andere gast, Maria Ykema. viel een beetje tegen. Haar stem is zuiver, maar draagt weinig: blijkbaar is haar volume te klein om voldoende over de orkestbak heen te komen. Tini Boonk-v. d. Woude was een aardige dochter van de rijke varkenskoopman; een goede sopraan, maar soms wat scherp van geluid. Herman Swarte was een kostelijke Zsupan; de wijze, waarop hij de rijke varkenskoopman speelde en zong, verdient alle lof; zijn stem is zeer behoorlijk en men kan hem tenminste goed verstaan. De wijze, waarop hij b.v. in het derde bedrijf over zijn heldendaden Î n de oorlog opschepte, was zeer vermakelijk. Naast hem was Dick Roelfsema een aardige Regeringscommissaris. die vooral als acteur zich onderscheidde. De kleinere rollen waren naar behoren bezet. Speciaal B. Tuin dient vermeld. Het koor heeft een groot aandeel in dit werk; zoals steeds bij de G.0.0.V. kwam dit weer zeer knap voor de dag. Men zingt met entrain en met goed begrip en men beweegt zich vlot in het algemeen. Een aardig ballet onder leiding van Gretel van Bruggen gaf telkens een bijzonder te waarderen afwisseling aan het geheel. Een woord van lof voor de zes dames, die toonden, dat men het in de balletkunst in Groningen reeds behoorlijk ver heeft gebracht. Een speciaal woord van lof voor de regie van Jan G. Vos. Wat deze op het toch waarlijk niet zo grote toneel van onze Schouwburg heeft weten te bereiken is alleszins lofwaardig. Het is niet zo eenvoudig om een dergelijk groot ensemble telkens vlot op en af te doen gaan en er op het toneel aardige groepen van te formeren. In dit geval is dit meestal uitstekend gelukt. Bijzonder fraaie kostuums en keurige decors hebben er toe bijgedrgen, dat het oog zeker niet te kort kwam. Louis Drenth was weer de muzikale leider, die zijn intenties goed aan het orkest wist op te leggen en die het geheel uitstekend in bedwang hield. Het orkest (leden van de G.0.V.) was behoorlijk van klank, ook al waren enkele inzetten wel eens wat erg onzeker. Bij een volgende keer zal dit ongetwijfeld beter zijn. De Voorzitter, de heer D. Roelfsema, heeft vóór de aanvang de aanwezigen, waaronder Dr E. H. Ebels en Wethouder J. Hulsman met hun dames, hartelijk welkom geheten: na afloop heeft de Voorzitter van de Bond van amateuroperettegezelschap de jubilerende vereniging gecomplimenteerd. Solisten, dirigent en regisseur werden danig in de bloemetjes gezet; de uitverkochte Schouwburg was terecht zeer erkentelijk voor het gebodene, wat bleek uit tal van open doekjes en een ovatie aan het slot.</p>
</text>
