<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Limburgia zwakke tegenstander Onbelangrijk duel bracht Feijenoord winst</title>
	<p>(Vaneen onzer verslaggevers)</p>
	<p>STADION FEIJENOORD, Zondagmiddag. Met een pijnlijk gezicht liep Limburgia’s middenvoor, Vrusch, een groot deel van de tweede helft van de wedstrijd Feijenoord—Limburgia, trekkebenend, en ook wel wat doelloos, over het middenveld rond. Hij had wat te veel risico genomen om zich tot gelijke hoogte op te trekken van de betere voetbalcapaciteiten van Hans v.d. Hoek. Hetzelfde was het geval (figuurlijk) met de gehele ploeg der Limburgers. Dank zij twee kostbare fouten van doelman v.d. Bijl en een Feijenoordstemming van „wat kan ons gebeuren?” waren de Limburgers er in geslaagd de achterstand van 2—o weg te werken. Inde tweede helft demonstreerde Feijenoord dat dit slechts een gunst was geweest. Een treffer van De Bruin en een wanhoopstrap van Lemmens voltrokken het vonnis. Voor Fijenoord stonden geen belangen op het spel en alleen een begerige ijver tot het spelen van goed voetbal toverde meermalen sublieme combinaties op het groene tapijt. Steenbergen en v.d. Korput zagen met voldoening hun passes als beginpunten van deze combinaties, die tot diep inde vijandelijke stellingen drongen. Van Woerden, Den Bleijker en Hol trokken na acht minuten zo’n strak lijnenspel, waarbij Goddjngs, Bruyst en Lemmens verdoolden; en doelman Jacobs’ onvoldoende afgeschermd heiligdom was stormrijp. Stevig drukte v. Woerden zijn hoofd tegen de bal, I—o. Opnieuw dartelden rood-witte knapen, speels de bal beroerend zonder ogenschijnlijke moeite door de onthutste Limburgse verdedigingsstellingen. Den Bleijker danste met de bal aan zijn voet rond en over alle inderhaast opgeworpen obstakels tot aan de doellijn, van waaraf hij de bal nodend aan de beleefd zijn beurt afwachtende De Bruin toeschoof, die geen moeite had van de aanbieding gebruik te maken, 2—o. Doch nu was „de bui over”. Vooraan werd men tè overtuigd van eigen superioriteit, en inde verdediging was men verrast door het wegebben van het eigen offensief. Linksachter 80l bleek de kwetsbare „Achilles-</p>
	<p>hiel”. Een keer kon hij niet voorkomen dat v. Lubeck tot schieten kwam. V.d. Bijl klaarde het nog. De volgende keer echter liet v.d. Bijl de eerste steek vallen en de van zijn borst in het doel stuitende bal kon slechts met de arm door v.d. Hoek gekeerd worden. Strafschop door Lemmens genomen bracht 2—l. Weinig ogenblikken later een zelfde situatie, maar nu stuitte de bal terug het veld in voor de voeten van de aanstormende Vrusch, 2—2. Na rust had Fijenoord zichzelf echter weergevonden en meermalen vroegen de Limburgers zich af wat zij dan toch wel misdaan mochten hebben om zoveel voetballeed te moeten dragen. Doelman Jacobs behield er zijn kalmte bij, doch dit was eerder een vorm van gelatenheid. Winst voor Fijenoord kon niet utblijven. Hol plaatste de bal inde doelmond en De Bruin liet 3—2 noteren. Het werd 4—2 toen Lemmens, de moeilijkheden niet langer aan kunnende, in eigen doel schoot. Doelman Jacobs maakte hiervoor zijn achterspeler verwijten; hij kan echter veeleer van geluk spreken dat de jonge Fijenoord-voorhoede alleen nog maar heel goed voetballen kan. De bekroning van dit goede voetbal, het scoren, zullen zij met de jaren zeker nog beter leren.</p>
</text>
