<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>„DER BETTELSTUDENT”</title>
	<p>Het actieve, artistieke gezelschap „De Operette-Spelers&quot; onder muzikale leiding van P. Heins brengt wel voor het voetlicht het beste, wat er als komisch zangspel bestaat. Nu, als seizoenopening in de groote zaal van Krasnapolsky, was de keuze: Carl. Millöcker&apos;s (hoogst muzikaler gedachtenis) „Der Bettelstudent&quot;, een werk, dat uit de tachtiger jaren, de herinneringen aan „Amor in Klank en Beeld&quot; als vuurwerk in onze gedachten doet opflitsen.</p>
	<p>Na de eerste opvoering, 6 Dec. 1882 in Weenen maakte dit tragi-comische liefdesgeval ongekenden opgang in de lustig-muzikale wereld, natuurlijk ook in Holland, en weldra kende heel Amsterdam de beroemde Ollendorfsche melodie: „Ach, ich hab&apos; sic ja nur auf die Schulter geküsst.&quot;</p>
	<p>Ook nu sloeg dit spel van amoureuze verwikkelingen geweldig in door de voortreffelijke vertolking der melodieuze muziek en &apos;t juist aangevoelde spel. Hier zij opgemerkt dat de entree der groepen — bijv. de familie Nowalska — niet altijd duidelijk gemarkeerd was, dat men op het tooneel, niet met de linkerhand iets overreikt, maar dan volgt onmiddellijk als zeer geslaagd de vermelding van het spel der vier officieren, van Enterich en van overste Ollendorf als inleider der „Schulter-aria&quot;. De wraak van dezen afgewezen minnaar was hartstochtelijk en bitter, zijn onder humor verborgen hoon, zijn sarcasme, doorgedreven tot Laura in wanhoop en woede hem naar de keel vloog, voerden tot een geweldig succes voor beiden. Groot succes viel insgelijks ten deel aan Laura met Simon en Bronislawa met Jan voor hun spel en keurig gezongen duetten. Palmatica toonde zich het type der bezorgde moeder en de drie dames in het boudoir vonden in den neger Onuphrie een ridderlijken kamerjonker. De optocht der muzikanten met den bomketelenden Bogumil maakte een allerprettigsten indruk. De decors waren zeer voldoende, de costuums charmant en het geheel sloot voortreffelijk.</p>
	<p>De muziek, die alle situaties omrankt met illustre vocale en instrumentale klankornamentiek en in alle toestanden melodische charme toont, werd voortreffelijk vertolkt. Soli en koren klonken onberispelijk zuiver en beschaafd, het bekwame orkest — ook de ongenoemde pianiste — speelden uitmuntend. Dirigent P. Heins had het geheel voortreffelijk in handen en droeg deze klankenpoëzie met fijnen smaak voor. Het uitverkocht huis was enthousiast en mengde zich herhaaldelijk con amore in den zang der beroemde aria. ANTON TER STEEGE.</p>
</text>
