<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>„De Operette-spelers” Jubileum-avond van dirigent Piet Heins</title>
	<p>De Operette Spelen vierden &apos;Zaterdagavond in de geheel gerestaureerde groote zaal van Bellevue het 10-jarig jubileum van hun dirigent Piet Heins met de uitvoering van „De Huzaren van Villars&quot;.</p>
	<p>Deze opvoering bracht voor D.O.S. weer groot succes, want ook dit zangspel valt onder het bereik van hun speel- en zangkwaliteiten, waarvan wij dan — ln &apos;t algemeen gesproken — de eerste vóórop stellen.</p>
	<p>Als ooit Amor in klank en beeld zich aandiende met behaaglijkheid en sierlijkheid, dan is het wel in de teedere melodieën en fraaie figuren door Louis Aimé Maillard toebedeeld aan de guitige dichtregelen van Lockroy en Cormon, als tekst van de Opera-comique „Les dragons de Villars&quot; La Cloche de I&apos;Erémite.</p>
	<p>Het stuk speelt in 1704 in een dorpje der Fransche Alpen, waar de legende leeft van den Eremiet die reeds meer dan 200 jaar na zijn dood nog steeds toezicht houdt op de huwelijkstrouw der landelijke bevolking en bij elke, ook de geringste afdwaling des geestes, in zijn klokketorentje van Saint-Gratien met alarmgebeier de betreffende conscienties v/akker schudt.</p>
	<p>Als dan bü de toenmalige beroeringen de militaire macht het dorp komt bezetten, zien we de grappige figuur van pachter Thibaut — notabele van het dorp — die, ter zeker stelling van zijn huwelijksgeluk op den kreet: Grand Dieu! Les dragons! zijn jonge vrouw Georgette wegwerkt in het duivenhok.</p>
	<p>Ondanks deze minzame ordening ontkomt de charmante Georgette niet aan het spiedend en bewonderend oog van Belamy, den zelfbewusten aanvoerder van het peloton huzaren, met als gevolg een snoepreisje, &apos;n gezellige wandeling&apos;, &apos;n vluchtige omarming, daarna het vermanend geklepel van den nog altijd braven kluizenaar en &apos;ii overhaaste vlucht der onthutste vrouw.</p>
	<p>Mooie afwisseling met dezen humor vormt het spel van twee gelieven: de argelooze, lieve figuur van Rosé Friquet, geitenhoedster, en den nobelen boerenarbeider Sylvain, aan wien zij hulp verleent ter levensredding van een groep vogelvrij verklaarden waaronder de eerbiedwaardige Pastor, Sylvain&apos;s weldoener en voedstervader. Het zijn deze bannelingen die door de huzaren worden gezocht maar, geholpen door Rosé, langs geheime paden weten te ontsnappen.</p>
	<p>Dit dramatisch gebeuren voert na vele spannende episodes tot de blijde tijding: „Wij zijn gered&quot; en hiermede, als hoogste triomf der liefde tot de vereeniging van het jonge paar.</p>
	<p>Bij het waardeeren der persoonlijke prestaties mag Georgette (mevr. Jo Jaspers) genoemd en geroemd worden in spel en zang als verleidelijke coquette; Rosé (Lous Mannoury) teekende de schalkschheid en naastenliefde vocaal en met actie voortreffelijk uit. Klaas Driehuis als Thioaut toonden zich een onverbeterlüken pummel&apos;, Han Kleinsma als Sylvain was in tegenspel de liefelijke Rosé volkomen waardig en Joh. Tol presenteerde in spel, zang en voordrachtf den bullebak, den militairen bram. De koren klonken beschaafd en ad rem (hoewel soms onzeker) en de algemeene actie bleef, cnder Bernh. Leeuwin&apos;s geroutineerde regie, in vlotheid niet bij Maiilard&apos;s melodieën achter.</p>
	<p>Dit zeer lofwaardige operette (opera) spel werd geïllustreerd door muziek, rük aan melodische inventie, boeiend door kleur en rhythme, die onder P. Heins&apos; punctueele en artistieke leiding werd weergegeven met verve en entrain, en v/aarmede solo-partijen en ensemblepassages in mooie klankkleuren opbloeiden. Het massale publiek toonde zich erkentelijk met herhaalde ovaties. ANTON TER STEEGE</p>
</text>
