<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>De Groninger Opera- en Operettevereniging presenteert zich met: De Geisha.</title>
	<p>van SIDNEY JONES en OWEN HALL De Groninger Opera- en Operettevereniging (een naam, die aan een reeks successen uit vroeger tijd de herinnering oproept) presenteerde zich gisteren en Zaterdag aan het publiek met een opvoering van De Geisha, de door Sidney Jones gecomponeerde operette, waarvoor Owen Hall het libretto heeft geschreven. Deze operette is zeker niet een van de beste, die wij kennen. Zij is lichtelijk verouderd en heeft een tegenwoordig publiek weinig te zeggen. Maar de muziek is vlot geschreven, er zijn aardige aria&apos;s in en enkele hoofdrollen geven de acteurs en actrices gelegenheid tot goed spel. Daarom kan ik me begrijpen, dat de heer Koos Kerstholt, die de regie had, zich aangetrokken voelde tot een reprise van deze operette, waarin hij een kwarteeuw geleden ook heeft gespeeld. Er is veel zorg aan de voorbereiding van deze opvoering besteed en men heeft niet op kosten gekeken om de aankleding zo goed mogelijk te doen zijn door een -aardige costumering en door speciaal ontworpen decors van de heren P. Bakker en K. S. Huisman. Zelfs heeft men er de kosten voor over gehad om het GOV-orkest voor een groot deel te engageren voor de muzikale begeleiding. Een gebaar, dat door de medewerkende orkestleden blijkbaar niet wordt geapprecieerd, tenzij deze musici bereid zijn toe te geven, dat zij niet in staat zijn operette-muziek op een behoorlijke wijze ten gehore te brengen. Er werd door een deel intens slordig gespeeld, zo dat bv. het begin van de ouverture van het derde bedrijf de indruk maakte, dat er geen dirigent aanwezig was en ieder zijn partituur op eigen houtje speelde. Misschien is de suggestie onjuist, dat de orkestleden weinig voelen voor een optreden, waarvan de revenuen niet hun persoonlijk, maar de zwaar gesubsidieerde GOV ten goede komen. Maar dan vraagt men zich toch af, hoe het mogelijk is, dat beroepsmusici zó onartistiek en met zó weinig gevoel spelen. Voor de dirigent, Louis Drenth, moet dit wel een bijzonder onaangename ervaring zijn geweest.</p>
	<p>Laat ik liever mij verder bepalen tot de amateurs, die met zoveel enthousiasme en toewijding zich gegeven hebben aan een voor hen niet gemakkelijke taak, waarvan zij zich over het algemeen niet onverdienstelijk hebben gekweten. Wel was de eerste opvoering nog lang niet vlekkeloos, kon het tempo hier en daar zeker nog aanmerkelijk worden opgevoerd en hadden de hoofdrolvertolkers voor een deel nog niet de goede operette-speelstijl; maar na enkele opvoeringen zal hierin zeker veel verbeterd zijn. De regie van de heer Kerstholt had reeds veel tot stand gebracht, maar hoewel er in de koren wel enige beweging zat, zijn kunnen nog aanmerkelijk losser zich over het toneel bewegen. Over het algemeen werd er echter, dank zij de leiding van de heer Drenth, goed gezongen, maar de heer Th. Bus zal nog wel niet helemaal tevreden zijn over de door hem ontworpen balletten, die nog te weinig vloeiend zijn. Ook de individuele prestaties van enkele solisten, waaraan hij blijkbaar zijn krachten had besteed voor zover hun bewegingen be■treft, kunnen nog aanmerkelijk verbeterd worden. Mejuffrouw Lidy Smit, die de titelrol speelde en zong, deed het laatste aanmerkelijk beter dan het eerste. Zij blijft in haar uitbeelding te veel Europeaanse ondanks kleding en grime en heeft zich te weinig ingewerkt in het wezen van haar rol. In dit opzicht had mevrouw Drent-v. d. Tuuk, die een aannemelijke vertolking gaf van de Francaise Juliette, het gemakkelijker. Mej. Gre Buter zong en acteerde met de animo de rol van Molly, die bijna als geisha de echtgenote wordt van markies Amari (een goede typerol van Arie Witlox). Zij zal echter nog moeten leren zich beter over het toneel te bewegen. De heer Jan Drent had goede kwaliteiten als Moily&apos;s verloofde, tevens de geliefde van O Mimosa Sen; jammer dat zijn geluid niet sterker is. In dit opzicht overtrof hem de heer Schelto Jonker als Takamini, de man, die Mimos.a zal trouwen; jammer genoeg was zijn acteren bijwijlen bepaald zwak, waaraan echter zeker veel te verbeteren is. De heer Koos Kerstholt speelde de rol van theehuishouder Wun-hi met veel verve en verrichtte daarmee de beste prestatie van deze amateurs. Hij wist de mogelijkheden van zijn rol uit te buiten. Een compliment voor hun spel verdienen ook mevrouw Schuchter—Polman en de heer Niek Bakker voor hun spel als resp. lady Constance en Okito, de stafdrager van de markies. Samenvattend kan ik constateren, dat dit eerste optreden beloften inhield. Bij een straffe leiding kan dit gezelschap tot meer homogeniteit en aanmerkelijk betere prestaties worden gebracht. Men geve bij een volgende opvoering ook wat meer aandacht aan de grimering der koorleden, die Zaterdagvond wel wat erg afstak tegen die van de spelers der hoofdrollen.. Het publiek toonde zich de eerste avond uiterst dankbaar en aan het slot van de avond werden stapels bouquetten het toneel opgedragen. JAN ÜBINK.</p>
</text>
