<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Nogmaals „De Geisha” Reprise bracht aanzienlijk beter contact tussen toneel en muziek</title>
	<p>Toen ik drie weken geleden mijn crltlek schreef over de eerste opvoering van „De Geisha&quot; door de Groninger Opera- en Operettevereniging, heb ik niet kunnen voorzien, dat deze zoveel deining zou veroorzaken. Toch kon de tekortkoming van het muzikaal element in de opvoering niet onvermeld blijven en daarmee de medewerklng van het GOV-orkest. Het is buiten kijf, dat er aan deze medewerking het een en ander ontbrak. In een communiqué hebben GOV en GOOV als oorzaak hiervan genoemd muzikaaltechnische omstandigheden en met klem ledere suggestie inzake gebrek aan wil tot medewerking der GOVleden — het vragen stellend Raadslid Spa had zich zelfs het woord sabotage laten ontvallen — afgewezen. Dat de partijen, die als ik het wel heb aanvankelijk vrij fel tegenover elkaar hebben gestaan, elkaar in deze formulering hebben gevonden, is verheugend. Immers, zolang het GOV-orkest als zodanig meewerkt aan dilettanten opvoeringen, moet vóór alles vast staan, dat de vakmensen bereid zijn er het beste van te maken. Dat dit lang niet altijd een gemakkelijke en aangename taak is, is buiten kijf.</p>
	<p>Zoals te verwachten was bestond er Zaterdag voor de reprise van „De Geisha&quot; grote belangstelling. Behalve verscheidene Raadsleden van diverse politieke pluimage waren er ook enkele GOV-bestuursleden aanwezig.</p>
	<p>Reeds dadelijk bij de ouverture van het eerste bedrijf bleek, dat de muziektechnische bezwaren kennelijk waren overwonnen. Het orkest speelde met animo en de dirigent had zeker niet over medewerking te klagen. Trouwens in dit opzicht is het voor de heer Louis Drenth een goede avond geweest, omdat ook koor en solisten aan zijn dirigeerstok hingen, ja zelfs een enkele maal zijn aanwijzingen niet eens afwachtten. Regisseur Koos Kerstholt had, evenals bij de eerste opvoeringen, alles gedaan om het resultaat zo goed mogelijk te doen zijn. De solisten stonden tot bij het voetlicht, hetgeen toneel-technisch zeker niet juist is, maar het vocaal-muzikaal effect ten goede kwam. Ook de beweeglijkheid der koren, waardoor de opvoering een aantrekkelijker karakter krijgt, was kennelijk voor een deel opgeofferd aan het vocaal effect.</p>
	<p>Hoewel door de concessies van de regie de opvoering uit spel-technisch oogpunt soms een wat geforceerd karakter kreeg, toch was zij als geheel aantrekkelijker dan de eerste keer. De heer Kerstholt muntte opnieuw boven de anderen uit door zijn creatie van de theehuishouder; hij bracht een extra vrolijke noot in zijn optreden door een actueel couplet met betrekking op de GOV-rnedewerking. De vertolking van de titelrol door mejuffrouw Lidy Smit kenmerkte zich opnieuw door een gebrek aan spel-routine; zij beweegt zich niet gemakkelijk op het toneel en slaagde er niet ten volle in ons de illusie te geven van de kleine O Mimosa San, die haar geluk bedreigd ziet en later, als voor haar het gevaar geweken is, de door mejuffrouw Gre Buter met verve gespeelde Molly eveneens uit handen van de markies weet te redden. In mevrouw Drent-v. d. Tuuk zagen &apos;we opnieuw een zeer levendige frangaise en de heer Niel Bakker oogstte weer een verdiend succes als de kleine Japanse stafdrager van de door de heer Arie Witlox komisch gespeelde Markies, wiens Groninger tongval overigens ook nog al eens tot het humoristisch effect meewerkte. Jammer, dat de heer S. Jonker, die zijn partij als luitenant Katama goed zingt, niet wat meer „poids&quot; heeft; een fout, die m.i. ten dele zou kunnen worden opgeheven door één wat betere militaire uitrusting met vierkante schouders e.d. en een forser aangezette grimering.</p>
	<p>De verschillende balletten en dansen, die van een voor deze dillettanten noodzakelijke uiterst eenvoudige choreografie zijn, dienen nog eens terdege te worden ingestudeerd.</p>
	<p>GOOV en GOV-orkestleden hadden Zaterdag niet over gebrek aan applaus te klagen. Ik ben er echter van overtuigd, dat het driemanschap, dat de artistieke leiding heeft, zich bewust is van de tekortkomingen, die er ook waren, en dat er met ernst naar gestreefd zal worden om deze bij de opvoering van een volgende operette zoveel mogelijk te voorkomen.</p>
	<p>En thans volgt hier de muzikaalvocaal-technische beschouwing van onze muziekrecensent. JAN ÜBINK.</p>
	<p>Als ik Johan Andriessen, de schrijver van een boek over Johann Strauss, mag geloven, dan neemt „De Geisha&quot; van Sidney Jones op de lijst van de meest gespeelde operettes tér wereld, de derde plaats in; na de „Fledermaus&quot; van Strauss en de „Lustige Witwe&quot; van Lehar. Muzikaal gesproken staat het werk van Jones daarmee te hoog genoteerd, want ondanks tal van aardige, meeslepende melodietjes, is de waarde toch zeer betrekkelijk.</p>
	<p>Dat ik niet een van de eerste voorstellingen welke de Groninger Operaen Operettevereniging in samenwerking met het GOV-orkest van deze operette heeft gegeven, bezocht, spijt mij na al de geschreven en gesproken critiek. Want graag zou ik persoonlijk hebben nagegaan, of er nog andere dan de door mijn collega genoemde mogelijkheden geleid zouden kunnen hebben tot het ongunstig resultaat.</p>
	<p>Onder de gegeven- omstandigheden is dat nu niet meer te doen, al meen ik niet te mogen verzwijgen, dat zowel dirigent Louis Drenth als verschillende orkestleden mij verklaarden, dat er bij de eerste uitvoeringen in de partijen fouten en onduidelijkheden stonden. Waarom die er bij de repetitie(s) niet uitgehaald zijn, is mij op dit ogenblik nog niet helemaal duidelijk. Maar genoeg daarover. Ik heb mij nu te bepalen bij de uitvoeringen van dit weekeinde. De musici hadden toen de beschikking over materiaal dat beter betekend was, zodat bovengenoemd excuus niet meer op zou gaan. Een excuus behoeft trouwens in het geheel niet gezocht te worden, want over de begeleiding heeft deze keer niemand aanmerkingen kunnen maken. Louis Drenth is een jonge dirigent, onder wiens leiding ik reeds enkele geslaagde uitvoeringen hoorde — o.m. van het Noord-Nederlandse Operettekoor — maar die toch nog weinig routine heeft. Voor zo iemand is en blijft een operette-uitvoering — en nog wel met dilettanten als zangers en zangeressen — een zeer zware taak. Hij heeft zich er echter kranig door geslagen; het was een knappe prestatie. Maar de spanning waaronder hij leefde viel wel op te maken uit de plotselinge verandering van directie in de ouverture. Een enkele maal was de dirigent wat aan de late kant met het attenderen van het orkest, doch dit zijn van die dingen, welke Drenth „al doende&quot; zal leren. In ieder geval heeft hij flair. Een goede raad wil ik hem echter geven: Als het koor moet inzetten achter het gesloten doek, zoals na de inleiding van de derde acte, zal hij tussen de coulissen. een assistent moeten plaatsen. Dat bleek zelfs nodig bij de doorgewinterde rotten van de Nederlandsche Opera in de glorieuze jaren; laat staan bij dilettanten!</p>
	<p>Over het orkest kan ik-niet anders dan goede dingen schrijven. De musici hebben met ariimo gespeeld, zodat de ouvertures goed tot haar recht kwamen, en waren „volgzaam&quot; in de begeleiding. Gelukkig maar, dat zij zo op hun qui vive waren, want sommige hoofdrolvertolkers bleken nogal vrij in de tempi. O Mimosa San was er aan het eind van II even uit, maar Drenth liet haar maar aan haar lot over en bepaalde zijn aandacht bij het koor, waardoor de strubbeling baast ongemerkt verliep. Wat het vocaal ensemble betreft, de klank en de zuiverheid daarvan lieten niets te wensen over. En de hoofdrolvertolksters en -vertolkers hebben naar beste kunnen gezongen, al moet worden opgemerkt, dat er in de bezetting wel enkele zwakke plekken schuilden. Zo kan dan tot besluit worden geconstateerd, dat het pijnlijk incident gesloten is tot ieders voldoening. Koos (Wunhi) Kerstholt zei het als volgt: Rhee zei gisteren in Seoel: Er is geen breedtegraad. Wunhi heeft steeds gezegd Dat zo iets niet bestaat. De geisha&apos;s en de musici van onze GOV Die drinken hier als broer en zus Oprechte vredesthee. WILDEMAN.</p>
</text>
