<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<text>
	<title>Futloos Feijenoord verloor met 3-1 Na goed begin gaf de thuisclub alle kansen aan VSV Oldenburgs zwakke momenten leidden tot twee doelpunten</title>
	<p>(Van één onzer verslaggevers) De trieste manier waarop Arie Oldenburg in het stadion Zondagmiddag een bal langs zn eigen doelman v. d. Wal trapte, is tekenend geworden voor de onbenulligheid, waarmee Feyenoord tegen V.S.V. heeft gevoetbald. En al die quasi verongelijkte gebaren van een puike speler als Piet Steenbergen, waren er slechts om te bewijzen hoe futloos en willoos hij zelf was. Hij en een paar van zijn medespelers, van wie linksbuiten Kilsdonk wel de kroon spande. Zo zag een diep teleurgesteld en verkild publiek zn Feijenoord met 3—l verliezen. En het durfde er niet eens om te treuren, omdat het te goed wist hoe veel anders het allemaal had gekund — na de eerste twintig minuten, waarin de Rotterdammers zo vlot en soms zelfs zo mooi hadden gespeeld. Daarom hoonde dat Rotterdamse publiek zn teleurstelling maar weg in een sarcastisch lied: „Geen woorden, maar daden&quot;. En leeg van hart schuifelde het de trappen van de machtige arena af — pijnlijk beseffend hoe moeilijk het was bij zulk geestloos spel de Feijenoorders zn liefde en zn bewondering te blijven geven</p>
	<p>Ja, bar en bar slecht heeft Feijenoord na die eerste twintig minuten gespeeld. En zo heeft het een heus niet brilliant VSV de kans gegeven zich een „hele Piet&quot; te gaan voelen. Rust en zekerheid kwam er over de Velsenaren. Ze hadden het net nog nodig om een alleszins behoorlijke wedstrijd te gaan spelen. De backs Kunst en Van Gelder en stopperspil Spaans maakten zich geen zorgen meer, toen eenmaal gebleken was, dat Hoek&apos;s doelpunt na een rush bij de eerste de beste Rotterdamse aanval maar een uitschieter was geweest. Al had Steenbergen dan daarna nog een keer op de lat geschoten en Hoek twee keer pal in Snijders handen. Die drie achterspelers wisten, dat , zij het. voorlopig wel zouden klaren. Pas ver in de tweede helft verloren zij iets van hun zekerheid, nl. toen Arie de Vroet da taak van middenvoor kwam overnemen en als een wanhopige trachtte enige samenhang in de aanvalslinie te brengen. Maar toen stond VSV al lang en breed met 3—l voor en kon er niet zo heel veel meer gebeuren..</p>
	<p>Op het middenveld hadden de Velsenaren de slag met glans gewonnen. Daar opereerden een actieve Stijger en een nuttige Van Tielrooy in nauwe samenwerking met een veel belovende jongeling v d. Kuil en met de geroutineerde en nog immer snelle Balvers. Die twee binnenspelers plaatsten keer op keer de bal naar hun buitenspelers Sterk en Stricker, die zich niet meer met hun vroegere glans konden tooien, maar toch nog altijd goed genoeg waren om heel wat duels van Oldenburg en Smulders te winnen. En op de middenvoorplaats loerde Van Onselen — de snelle — op zijn kans. Hij scheen er geen te krijgen tegen Kroon, die hem geen meter vrije ruimte gunde. Zeker niet in die eerste twintig minuten, toen duizenden. hun plezier beleefden aan de vernuftige driehoekjes en vierkantjes, die de Feijenoorders met hun listig samenspel op de vlakke grasmat weefden. Van Onselen moet zich toen een beetje radeloos gevoeld hebben — zo met zijn medespelers als vergeefs strijdend tegen de nauw berekende Rotterdamse aanvallen. Maar hij kreeg zn kansen toch.</p>
	<p>Voor de eerste keer was maar een klein ongelukje nodig — van een te doldrieste Oldenburg, die zn eigen spil tegen de vlakte bonjourde en daar met een bijna ontwrichte heup het liggen. Weg was Van Onselen al — helemaal in zn eentje met de bal recht op doel af. Strak langs de grond schoot hrj langs de weifelende v. d. Wal in de hoek. Dat was I—l en nog voor dat Feijenoord van de schrik bekomen was, liet Smulders Stricker langs zich heenglippen en Kroon hem van vlak naast het doel de bal vrij voorzetten. Zo werd Van Onselen&apos;s tweede kans geboren en ook die aanvaardde hij dankbaar.</p>
	<p>Vallend kopte hij de bal in het net (1—2). Nog even vocht Feijenoord terug — toen ging men rusten.</p>
	<p>Oldenburg&apos;s eerste wapenfeit in de tweede helft was zn keeper v. d. Wal verschalken. En daardoor kwam Feijenoord dus met 3—l achter en liet het alle hoop varen. Nog werd De Vroet door Koonings naar voren gestuurd, nog zweepte de trainer zn pupillen tot grotere activiteit op. Inderdaad leidde dit tot een overwicht. Maar er ging geen kracht van uit. &apos;t Was allemaal zo futloos, zo slordig, zo zonder enige overtuiging. VSV werkte zich er vrij gemakkelijk onderuit. En toen was men niet verder gekomen dan één felle doelworstelling nadat Snijders de bal had laten vallen. De Vroet had het wel anders gewild — hij riskeerde er zelfs een mangeling voor, die hem bijna een arm - ontwrichtte.&apos; Linssen .probeerde- te-zwoegen,&apos;-doch • zag* al zijn etreven mislukken.</p>
	<p>De laatste phase van de wedstrijd Feijenoord—V.S.V. Met man en macht verdedigen de Velsenaren hun voorsprong tegen de wanhopig opdringende Feijenoorders.</p>
</text>
